Beklemmende dorpscultuur in de reeks 'De Berberbibliotheek'

De Marokkaan die u op straat tegenkomt, is vaak een Berber, een afkomst die weinig Nederlanders iets zegt. De reeks 'De Berberbibliotheek' brengt daar verandering in en laat iets zien van de hechte, maar ook beklemmende dorpscultuur in het Berberse land van herkomst.

Ietwat plompverloren werd enkele jaren geleden de multiculturele samenleving tot een mislukking bestempeld. Maar mislukt of niet, zij bestaat, en de mogelijkheid dat zij weer verdwijnt is even groot als de kans dat u de suiker uit uw koffie weer terugkrijgt in het suikerzakje.

Oprechte belangstelling kan de ramen evenwel prettig opengooien. Daarom is het mooi dat uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep een begin heeft gemaakt met 'De Berberbibliotheek', een reeks boeken van schrijvers die afkomstig zijn uit onder meer Marokko, Algerije en Tunesië.

In die regio, de Maghreb, bestaat op het ruige platteland een eeuwenoude, weerbarstige Berbercultuur, die door de autoriteiten van de genoemde landen ter wille van een enigszins kunstmatige nationale eenheid wordt onderdrukt, arm gehouden en gearabiseerd. Veel Berbers zijn mede vanwege die armoede en onderdrukking als gastarbeiders naar West-Europa gekomen, en menige Marokkaan die u op straat tegenkomt is eigenlijk een Berber.

Overigens gaat het in deze reeks om boeken die door Berberschrijvers oorspronkelijk in het Frans zijn geschreven, want de geschiedenis van het geschreven Berbers is er een van politieke, nationale en religieuze tegenstellingen die de totstandkoming van een eenheidsschrift onmogelijk maakten. Jaarlijks zullen in deze reeks twee vertalingen verschijnen, en de roman 'Leven en legende van Agoun'chich' van de Marokkaan Mohammed Khaïr-Eddine (1941-1995) was daarvan dit voorjaar de eerste.

Met dat boek heeft de uitgever gekozen voor een ontwapenende schelmenroman. De avonturen van Agoun'Chich spelen zich af ver van onze gehaaste maatschappij, in de jaren dat Marokko door Frankrijk werd gekoloniseerd. De schrijver neemt de tijd voor zijn verhaal, en hanteert een gemoedelijke, kabbelende verteltoon: "Wie aankomt in Tafraout wordt allereerst overvallen door een gevoel van vredigheid waar zelfs de fel bijtende zon niets aan afdoet."

Het boek, over een rondtrekkende, nogal hardvochtige boef en zijn kompaan, valt in drie stukken uiteen, die aanzienlijk van elkaar verschillen. Het eerste deel is tamelijk essayistisch van aard, het tweede bevat de verwerking van een aantal Berberlegenden die de auteur op zijn personage betrekt. De structuur van dit deel is zo los dat je soms de indruk hebt dat de schrijver delen van het relaas ongeschreven heeft gelaten, en een zekere richtingloosheid je overvalt. Bijna naadloos loopt dit gedeelte over in de laatste, hechter gestructureerde afdeling, waarin de legenden plaatsmaken voor een meer historisch verslag van de kolonisatie door het Franse leger. Boeiend, en anders dan we gewend zijn.

Een boek dat wat onderwerp en uitwerking betreft dichter bij ons staat, is het deze week verschenen tweede deel van de Berberbibliotheek, de roman 'De bottenzoekers' van de Algerijn Tahar Djaout. Djaout, geboren in 1954, was schrijver, dichter, journalist en oprichter van het secularistische tijdschrift Ruptures. Hij werd in het voorjaar van 1993 in Algiers vermoord door islamitische fundamentalisten van het FIS.

Een paar jaar geleden verscheen bij ons al een vertaling van Djaouts prachtige postume roman 'De laatste zomer van de rede', over een boekhandelaar die moet toezien hoe geestdrijverij, wantrouwen en terreur zijn land, zijn beroepsleven en uiteindelijk zijn gezin binnensluipen en verstikken.

Net als in het boek van Khaïr-Eddine staat in 'De bottenzoekers' een reis centraal. Het verhaal speelt kort na de Algerijnse onafhankelijkheid. De jonge hoofdpersoon gaat, met een oudere dorpsgenoot en een ezel, op weg om de botten op te graven van zijn oudere broer, die in de strijd tegen de Franse kolonialisten gesneuveld is. Hij moet ze weer naar huis brengen, in het dorpje Anezrou, zodat ze daar herbegraven kunnen worden. Voor de jongen groeit de reis uit tot een initiatie. Voor het eerst bezoekt hij een stad, waar de kleding en de losse manier van doen van de stadsbewoners hem overrompelen. Kleine belevenissen, zoals wanneer hij op een caféterras met zijn reisgenoot een glas limonade drinkt, zijn voor hem een overweldigende ervaring.

Het relaas van de tocht wordt onderbroken door wat het mooiste deel van het boek is: een terugblik op de intocht van de moderniteit in het ingeslapen dorpje dat het begin- en eindpunt van de reis is. De lezer ziet hoe oude zekerheden bijna ongemerkt op losse schroeven worden gezet door een school, door bioscoopfilms. Een radio stelt de dorpelingen voor grote raadsels: "'Er zit een mensenhoofd in verborgen', probeerde de slimste herder van het dorp." Totdat, aan het begin van de onafhankelijkheidsstrijd, de vestiging van een Franse kazerne het traditionele dorpsleven definitief ontwricht.

Wanneer de verteller aan het eind van zijn reis, thuisgekomen met het lichaam van zijn broer, de balans opmaakt, is die bitter: de achterlijkheid en hypocrisie van het bestaan in zijn dorp benauwen hem nu. "Maar ik hoef het niet te zien, ik weet dat het er is, daarboven, met zijn stevig ommuurde geheimen en zijn steenkoude blik die zelfs de zomer niet zachter maakt."

Het moderne leven dat hij in de stad heeft leren kennen, biedt geen soelaas: het materialisme is er zo groot dat sommige mensen zelfs trots zijn op de hoogte van de afvalberg voor hun deur. Normen en waarden staan op losse schroeven, na de onafhankelijkheid zijn de mensen teruggevallen in een bijna dierlijk egoïsme. De onderlinge banden die in het dorp al te sterk zijn, zijn in de moderne stad juist weer te los.

Daarom is 'De bottenzoekers' een pessimistische, de Algerijnen tot zelfkritiek nodende roman over een moreel stuurloze maatschappij. De mooie, vaak bloemrijke taal waarin Djaout het allemaal opschrijft dwingt tot aandachtig lezen, en draagt bij tot het indringende karakter van zijn relaas.

Mohammed Khaïr-Eddine: Leven en legende van Agoun'chich. (Légende et vie d'Agoun'chich) Vertaling Hester Tollenaar. Nawoord Asis Aynan. Athenaeum ¿ Polak & Van Gennep, Amsterdam. ISBN 9789025368449; 166 blz. € 16,95

Tahar Djaout: De bottenzoekers. (Les Chercheurs d'os) Vertaling Hester Tollenaar. Voorwoord Abdelkader Benali. Athenaeum ¿ Polak & Van Gennep, Amsterdam. ISBN 9789025368838; 128 blz. € 14,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden