Beklemd in eigen cultuur

Hindoestanen gelden als modelmigranten. Maar de emotionele problemen liegen er niet om. Drie jaar deed Betty Salverda voor de Haagse GGD studie naar zelfmoordpogingen van Hindoestaanse meisjes tussen 15 en 19 jaar. Veelgenoemde grieven: een verstikkende controle en te weinig affectie.

Zijn Hindoestanen ongelukkige mensen? Drie jaar lang verdiepte Betty Salverda zich in de migrantengemeenschap, die algemeen als succesvol wordt gezien. Ze kreeg een lelijke keerzijde te zien -geen wonder want ze onderzocht een treurig taboe: de talrijke zelfmoordpogingen van Hindoestaanse meisjes.

Toch waagt ze zich niet aan een stellig oordeel over het geluksgevoel van Hindoestanen. Al was het maar omdat de statistieken voor geslaagde suïcide anders zijn. Daarin scoren autochtonen hoog. Wel maakt Salverda's onderzoek barsten zichtbaar in het gangbare beeld van de succesrijke, prima geïntegreerde Hindoestanen. Salverda: ,,In statistieken over integratie gaat het altijd over zaken waarin Hindoestanen goed scoren, zoals arbeidsmarkt, onderwijs en Nederlandse taal. Maar als je andere dingen erbij betrekt, dan wordt het beeld minder positief. De meisjes zeggen bijvoorbeeld geen hulp te kunnen vinden binnen de eigen groep. Dat is toch wel een zwak punt.''

Toen Salverda haar onderzoek begon had ze geen speciale affiniteit met de Hindoestaanse gemeenschap, die halverwege de jaren zeventig massaal vanuit Suriname naar Nederland emigreerde. Een eeuw eerder waren hun voorouders vanuit India, toen onder Brits bestuur, naar Suriname gereisd, om daar als contractarbeiders te gaan werken. De huidige Hindoestanen hebben een gecompliceerde cultuur, een mix van India, Suriname en Nederland, niet gemakkelijk te doorgronden voor een buitenstaander. Had niet beter een Hindoestaan dat onderzoek kunnen uitvoeren? Salverda, praktisch: ,,Dan zouden de meisjes minder hebben verteld. De Hindoestaanse gemeenschap in Den Haag is hecht, volgens de meisjes is er veel roddel. Daarom stappen ze ook minder graag naar een Hindoestaanse hulpverlener.''

Uit Haagse cijfers over de periode van 1987 tot 1993, gepubliceerd in 1998, blijken drie dingen: pogingen tot zelfmoord komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, bij allochtone vrouwen ligt het aantal extra hoog terwijl Hindoestaanse vrouwen eruitschieten. Tussen 15 en 19 jaar plegen ze drie- tot viermaal zo vaak parasuïcide als autochtone meisjes. Ook later blijft het aantal zelfmoordpogingen hoog, vooral tussen 19 en 24. Bij andere groepen zie je dan een daling, soms scherp, zoals bij Marokkaanse meisjes. Maar bij Hindoestaanse vrouwen begint de daling pas bij 25 en tot 45 jaar blijven ze koplopers. De gemeente Den Haag begon naar aanleiding van die statistieken met het project 'aan de grenzen'. Salverda's onderzoek, dat onlangs in boekvorm uitkwam, maakt deel uit van dat project.

De statistieken noemen Hindoestanen Surinamers; ze scheren de Surinaamse multicultuur met zijn indrukwekkende verscheidenheid wat dommig over een kam. Maar omdat veruit de meesten van de ruim 40000 Haagse Surinamers Hindoestanen zijn, geven de cijfers toch een aardig beeld. Al moeten de echte percentages over zelfmoordpogingen nog hoger liggen doordat Creoolse Surinamers de statistiek waarschijnlijk naar beneden drukken.

De titel van het boek, 'Laat me los, hou me vast', geeft bondig twee klachten weer. Ontevreden meisjes worden ziek van de sociale controle, binnen het gezin en op straat. Een neef ziet je met een jongen lopen, vertelt dat aan een tante en die weer aan de ouders. Vervelend, want geheimhouding van een ontluikende romance is geboden; als je een vriendje thuis voorstelt, dan geldt hij als de bruidegom, van wie je niet meer zonder schandaal afkomt. Ook op andere terreinen is er weinig ruimte voor eigen beslissingen. Dat benauwt de meisjes, zelfs als ze al met al wél tevreden zijn. Vandaar: 'Laat me los!' Maar ook 'Hou me vast', want veel meisjes klagen even hard over gebrek aan warmte van hun ouders. Om meteen ook een positief punt te noemen: ze leren van jongs af dat ze later op eigen benen moeten staan, niet afhankelijk van een man, vandaar de nadruk op opleiding.

De zelfmoordpogingen waren de reden voor het onderzoek; toch heeft Salverda gesproken met een willekeurig uitgekozen groep Hindoestaanse meisjes, onder wie er toevallig vijf bleken te zijn die een zelfmoordpoging hadden gedaan. Waarom heeft ze een willekeurige groep onderzocht en niet specifiek meisjes die een poging hebben gedaan?'' Salverda: ,,We vermoedden dat hun problemen ook spelen bij andere meisjes. Om dat zichtbaar te maken moet je een willekeurige groep onderzoeken. Anders blijft de mogelijkheid bestaan dat de meisjes, die een poging hebben gedaan als een extreme uitzondering worden beschouwd. Je kunt dan geen uitspraken doen over de groep als geheel.''

Ze heeft met dertig meisjes gepraat op drie scholen van het Edith Stein College, een havo/vwo-school en twee mbo-instellingen. De helft volgde havo of vwo, de overigen middelbaar beroepsonderwijs. Salverda: ,,Vmbo-meisjes zijn wellicht te jong om op een afstand naar zichzelf te kunnen kijken.'' Ze geeft toe dat daardoor leerlingen van de oude 'huishoudschool' buiten beeld blijven.

Per persoon had ze vier tot zes interviews van anderhalf uur. Ze begon voorzichtig, een beetje van de hak op de tak, pijnlijke onderwerpen vermijdend. In latere gesprekken kwamen hete hangijzers aan bod, soms vanwege een terloopse opmerking, die pas opviel bij het afluisteren van de band. Alle mogelijke thema's passeerden de revue, school, vrije tijd, Suriname, ouders, opvoeding, vriendjes, seksualiteit, maagdelijkheid, toekomstverwachtingen en, meer algemeen, welbevinden.

Twee derde van de meisjes was tevreden met het leven, de overigen ontevreden tot zeer ontevreden. Salverda: ,,Maar er zijn ook tevreden meisjes die toch dezelfde klachten hebben. De combinatie van slechte communicatie met ouders en beperkingen die tot isolatie leiden, is funest. Bijna alle tevreden meisjes hebben een warme relatie met hun ouders, met genegenheid en belangstelling en ook wel eens een complimentje.'' Terwijl anderen steeds krijgen te horen dat ze het fout doen, als het hoog oploopt zelfs culminerend in: ,,Was je maar nooit geboren!''

Salverda twijfelt niet aan de verhalen van de meisjes. Op een werkconferentie heeft ze ze voorgelegd aan Hindoestaanse hulpverleners en vertrouwenspersonen. Salverda: ,,Over de aanbevelingen en conclusies was er discussie, niet over de verhalen, die kwamen iedereen bekend voor.''

De band met de oude tradities lijkt verzwakt; zo spreken nog maar weinig meisjes de Sarnami-taal, de door de contractarbeiders ontwikkelde mengtaal met elementen uit drie Indiase talen. Al komen ze middels de populaire Indiase Bollywoodfilms wel weer in contact met de Hinditaal. De band met de religie is meestal niet zo sterk dat ze geregeld in een tempel of moskee komen, waardoor ze in crisissituaties ook niet snel hulp zullen zoeken bij een pandit of een imam. Over Hindoestaanse zelforganisaties weten ze weinig, zodat ook die in noodsituaties moeilijk kunnen bijspringen. Salverda: ,,Wel luisteren ze vaak naar de Hindoestaanse radio, die veel aandacht besteedt aan dit onderzoek naar zelfmoordpogingen.''

Dat de klachten over dwang en beperkingen zo verbreid zouden zijn, verraste haar. Ze constateert een fundamentele tegenstrijdigheid in de opvoeding: ,,Jongeren leren dat ze buitenshuis, bij werk en opleiding, initiatief moeten ontplooien. Maar thuis moeten ze volgzaam zijn.'' De vrije tijd brengen ze meestal binnen de eigen groep door, ook doordat er op hun scholen vaak nauwelijks autochtone leerlingen zitten. Bij een gesprek dat uitliep merkte ze zelf hoe dwingend de controle kan zijn. De moeder belde elk kwartier.

In de verhalen valt juist op hoe braaf de meisjes zijn, alle ouderlijke paranoia ten spijt. Soms breken ze in theorie met overgeleverde ideeën, bijvoorbeeld over maagdelijkheid, terwijl ze er in de praktijk aan vasthouden. Ook toekomstfantasieën duiden niet op een dreigende culturele revolutie. Veel voorkomende ingrediënten daarin zijn een goede baan, trouwen met een Hindoestaan, een mooi huis en een auto. Niemand droomt weg over een gouden olympische medaille, een carrière als toppoliticus of een moeder Theresa, de Nobelprijs of iets van die orde. Een enkeling wil een wereldreis maken, maar ook dan lonkt nadrukkelijk het geborgen bestaan.

Met een been hunkerend in de vrijheid en met het andere in de traditie. Uithuwelijken wijzen ze af. Maar een meisje zegt wel heel lief dat, wanneer ze op haar vijfentwintigste nog geen man heeft, haar ouders er een mogen uitkiezen. Ook een ander wil voor 25 getrouwd zijn, want anders begint iedereen te zeuren. Uit weinig blijkt dat iemand volgens de Nederlandse wet bij 18 meerderjarig is. Een meisje van 18 is dolblij als ze na veel smeken een keertje alleen naar de markt mag. ,,Als ik getrouwd ben mag ik van mijn ouders naar de discotheek'', vertelt ze. ,,Maar dan is het te laat, dan ben ik te oud.'' Ze heeft nog geen zelfmoordpoging gedaan, haar vriendin wel, ze denkt er vaak over, haar vriend is haar hoop, haar ouders hebben gezegd dat ze hem over twee jaar accepteren.

Een ander meerderjarig meisje kreeg huisarrest, toen haar ouders ontdekten dat ze een vriend had. Een eerdere relatie had ze moeten uitmaken, ze mocht niet meer naar buiten en moeder pakte haar mobieltje af. Triest is ook het verhaal van een meisje dat op ouderlijk bevel haar vriend de bons moest geven, per telefoon, waarbij de hele familie toeluisterde.

De meisjes hebben de weerslag van hun verhalen gelezen en goedgekeurd. Tevreden meisjes waren geschokt over de problemen van ongelukkige zusters, die op hun beurt opgelucht waren omdat ze hun verhaal hadden kunnen vertellen. Gemengd zijn de reacties op de aanbevelingen. De idee van gespreksgroepen op school krijgt bijval. Ook bijeenkomsten voor ouders lijken hun nuttig maar ze vragen zich af of ze daartoe te bewegen zijn, want: ,,Ze denken dat ze het prima doen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden