Beklag

De conferentie over het beklag Gods aan Zijn volk uit de liturgie van Goede Vrijdag (Trouw, 6 maart) was teleurstellend.

Dat in de waardevolle joodse stem bezorgdheid over het mogelijk anti-joodse karakter van dit gezang overheerste is begrijpelijk. Maar christenen zijn ook na bijdragen van joodse zijde niet ontslagen van hun eigen theologische verantwoordelijkheid. Het beklag van God op Goede Vrijdag betreft het aanwezige kerkvolk, niet het jodendom; dat had allereerst vastgesteld moeten worden. De christelijke gemeente wordt op Goede Vrijdag aangesproken op lijden en dood van Christus, of de christenen dat nu leuk vinden of niet. In plaats daarvan viel de uitroep dat ,,aan deze tekst bloed kleeft''. Met wel heel weinig liturgisch besef sprak ds. J. de Visser uit Maassluis zelfs van 'blasfemie'. Dat daarna een zinnige theologische discussie eigenlijk al niet meer mogelijk is, spreekt vanzelf. Want waarom zou aan het lijdensverhaal dat de evangeliën vertellen minder bloed kleven? We zullen toch als christenen aan elkaar moeten uitleggen wat we doen als we op Goede Vrijdag dat verhaal in de kerk laten klinken. Elke tekst van Goede Vrijdag kan desastreus werken en heeft dat ook gedaan. Maar een tekst kan ook heilzaam werken als we liturgisch tenminste 'weten wat we doen'. Het verhaal van het onschuldig lijden van Gods gezalfde is ook het verhaal van onze medeverantwoordelijkheid aan alle vormen van onschuldig lijden. Alleen als we dat beseffen kunnen we het heilloze zoeken naar de zondebok, in dit geval het jodendom, doorbreken. De beslissing om het Beklag Gods al dan niet in de protestantse liturgie op te nemen, is in dat licht ondergeschikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden