Bekeren, maar wel fatsoenlijk

Studenten van de Christelijke hogeschool Windesheim organiseren een maaltijd tijdens de ramadan. Bekeringsregels of slechts een dialoog? (FOTO HERMAN ENGBERS) Beeld Herman Engbers
Studenten van de Christelijke hogeschool Windesheim organiseren een maaltijd tijdens de ramadan. Bekeringsregels of slechts een dialoog? (FOTO HERMAN ENGBERS)Beeld Herman Engbers

Het Britse Christian Muslim Forum presenteerde deze week richtlijnen voor fatsoenlijk bekeren. In deze Tien Geboden kanaliseren ze hun missioneringsdrang. Nederlanders reageren verdeeld.

Moslims en christenen mogen onder elkaars duiven schieten, maar ze moeten hun bekeringsdrift wel fatsoenlijk inzetten. Ze mogen geen dwang uitoefenen, elkaar niet belachelijk maken, geen gebruik maken van andermans zwakte. En over- of uitgestapte gelovigen niet het leven zuur maken.

Dat zijn enkele van de Tien Geboden voor missionering die zijn opgesteld door het Britse Christian Muslim Forum (zie hiernaast) in de ’Ethical Witness Guidelines’.

Britse islamitische en christelijke organisaties, waaronder de evangelische Scripture Union en de Britse Moslimraad, merkten dat door het verspreiden van hun geloof de sfeer steeds grimmiger en competitiever was geworden.

De christenen en moslims die samenwerken in de raad, geven hun bekeringswens niet op. Ze hopen dat de lijst met gedragsregels – als een Geneefse conventie in tijden van oorlog – de verhoudingen verbetert, en dat alle christelijke en islamitische organisaties de richtlijnen vrijwillig zullen overnemen.

In Nederland bestaan nog geen richtlijnen voor evangelisatie en voor da’wah, zoals de islamitische term voor geloofsverspreiding luidt. Is daar behoefte aan?

De Nederlands-Turkse Harun Yildirim, secretaris van de islamitische studentenorganisatie SUN, ziet islam en christendom als ’op expansie gerichte religies’. „Daar hoort een drang naar bekering bij. Natuurlijk bestaan er daarom conflicten tussen beide stromingen.” Yildirim noemt de richtlijn een ’mooie wapenstilstand’ en daarom een ’prachtig initiatief’. Volgens hem is er in Nederland sprake van een ’explosieve groei’ van bekeerlingen, dankzij de inzet van islamitische ’klasgenoten en collega’s, heel spontaan en informeel’. „We merken dat net bekeerde moslims in Nederland vaak door hun familie worden uitgestoten.” Yildirim verwacht dat dat door invoering en naleving van de bekeringsgeboden in Nederland verbetert.

Een van de pleitbezorgers van de richtlijn, sjeik Ibrahim Mogra van de Britse Moslimraad, werkte in 2007 samen met de Stichting islamitisch centrum Nederland (SICN). Mutlu Ercelik, woordvoerder van de SICN, zegt het niet nodig te vinden het Engelse voorbeeld te volgen. „Regels zijn nodig als er problemen zijn”, zegt Ercelik. „Over het algemeen gaat geloofsverspreiding rustig en subtiel in Nederland. Onze samenleving heeft gelukkig een goed zelfregulerend vermogen.”

Alper Alasag, directeur van Stichting Islam en Dialoog, ziet ook weinig in de Britse Tien Geboden, maar om een andere reden: hij ziet liever helemaal geen missionering. „Dialoog is absoluut het belangrijkste nu, we moeten naar elkaar luisteren en niet elkaar proberen te bekeren.”

Ds. Cees Rentier van de interkerkelijke stichting Evangelie & Moslims, die het christelijk geloof onder moslims verspreidt, zegt dat de tien bekeringsgeboden uit Engeland overeenkomen met de praktijk vanuit zijn eigen stichting. „Ik herken het zeker. Al is deze houding niet vanzelfsprekend, niet in Nederland en ook niet daarbuiten”, zegt Rentier.

Volgens hem is het interreligieuze gesprek over geloofsverspreiding wel degelijk nuttig, al heeft hij liever een voortdurende ontmoeting tussen gelovigen dan een stukje papier ondertekend door hoge bazen.

„Zoiets verander je niet in een keer. Ook moeten sommige zaken nog geconcretiseerd.”

Hij wijst op ’gebod’ zes uit de lijst: ’Wij zullen ons niet laatdunkend of ridiculiserend uitlaten over andere religies.’

„Wat valt daar precies onder?”, vraagt Rentier zich af. „Wat voor de een inhoudelijke kritiek is, is voor de ander onnodig vernederend.”

Ook in ’gebod’ acht, dat stelt dat het van te voren gezegd moet worden als het de bedoeling is met de activiteiten geloof te verspreiden, ziet hij weinig. „Dat gaat echt veel te ver. Je geloof is deel van je identiteit, zoals iedereen een identiteit heeft en die uitdraagt, gelovig of niet. Dat is inherent aan je menszijn. Als we dat telkens moeten aangeven dan krijgen we wel een erg controlerende samenleving.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden