Review

Bekeerling blijft vreemdeling

Elke religie heeft volgens literatuurwetenschapper Hans van Stralen een eigen taal. Bekeerlingen moeten de taal van de nieuwe religie leren spreken. „Als een vroegere moslim die bekeerd is tot het katholicisme de kerk binnenkomt, zal hij niet meer spreken over Allah, maar over God.”

Hans van Stralen (55), die verbonden is aan de Universiteit van Utrecht en de Vrije Universiteit van Amsterdam, heeft onderzoek gedaan naar verhalen die door bekeerlingen zelf zijn opgeschreven. Veel onderzoek naar bekeringen is gedaan door psychologen en sociologen. „Dat gaat vaak over beleving, maar ik vind dat vrij glibberig. Beleving heeft een talig kantje, dat is harder.”

’Een bekeerling’, zo schrijft Van Stralen in zijn proefschrift, ’is in mijn visie een persoon die zich tot een andere taalfamilie wendt’. In het bekeringsverhaal verwoordt de bekeerling zijn verwondering en drukt hij zijn verbondenheid uit met de nieuwe religieuze familie.

Bekeerlingen uiten zich, volgens de literatuurwetenschapper, vaak in opposities. ’Zij spreken of schrijven over de fase vóór en na het omslagpunt (’toen gebeurde het’, red.) en denken in termen van ’vroeger en nu’ en ’wij en zij’. Het verhaal getuigt van een volledige omarming van de nieuwe religie, waartegen de bekeerling andere levensbeschouwingen afzet. Van Stralen: „Veel bekeerlingen zijn fanatiek omdat ze onzeker waren en nu stabiliteit hebben. Interne strijd willen ze het liefst vermijden.”

Met het bekeringsverhaal creëren mensen een nieuwe identiteit, meent Van Stralen. „Het vormt een houvast. Maar het verhaal hoeft niet met de werkelijkheid overeen te komen. Sommige bekeerlingen beschrijven op wel drie manieren hun omslagpunt. Ze nemen het niet zo nauw met de objectieve waarheid.” Voor Van Stralen maakt dat niet uit. Hij wilde onderzoeken hoe bekeringsverhalen in elkaar zitten en welke overeenkomsten hij daaruit kan halen.

In het EO-programma ’Catherine voor De Verandering’ vertelde Natasja Verhagen op 6 februari over haar moeilijke jeugd, haar relatie met haar verslaafde man en de dodelijke ziekte van hun oudste zoon Jimmy. Op zijn sterfbed vertelt Jimmy haar: ’Mam, God bestaat echt!’ „Ik ging bij hem liggen en ik bad: ’Heer wilt u Jimmy genezen, maar ook als u het niet doet, is het goed, maar wilt u dan de leegte vullen met uw liefde?’ En ik kreeg het zo warm! Wij zijn Jimmy’s woorden gaan overdenken en [maakten] een compleet nieuwe start met de Here Jezus.”

Een van de bevindingen die Van Stralen deed, is het onvermogen waarmee bekeerlingen kampen om compleet te integreren in de nieuwe religieuze familie. Qua taalgebruik zal de bekeerling altijd een vreemdeling blijven.

Zo vertelde moslima Linda (22), tijdens de derde Nationale Bekeerlingendag op 31 januari, dat zij veel van het welkomswoord van de verschillende sprekers niet kon verstaan: „Bepaalde Arabische woorden haal ik er wel uit, en ik weet de strekking omdat het standaard openingszinnen zijn, maar ik begrijp niet volledig wat er wordt gezegd.”

„Alle grote religies hebben een taal”, legt Van Stralen uit. „Het katholicisme heeft het Latijn, het jodendom het Hebreeuws, de islam het Arabisch en de gereformeerden het Oudnederlands. Je hebt dus altijd een talig probleem. Het lukt je namelijk nooit om je de nieuwe taal honderd procent eigen te maken.” Begrippen, termen en het gebruik daarvan zijn hem niet als kind meegegeven en hij raakt er daarom nooit zo vertrouwd mee als de ’native speaker’ van de nieuwe gemeenschap, schrijft Van Stralen.

Mensen die een nieuwe religie aannemen, zijn daarbij selectief in de overname van het religieuze taalgebruik, volgens Van Stralen. ’Bepaalde begrippen worden genegeerd, andere verwerkt.’ De aangenomen religie moet in de eigen taalfamilie ingepast worden. „Ze moet naar onze cultuur vertaald worden. Dat kan actief, of onbewust. Ik denk dat er dan na verloop van tijd een nieuwe taalfamilie ontstaat, bijvoorbeeld die van de euromoslim.” (Lees hierboven hoe de Nederlandse moslim Noureddine Steenvorden vormgeeft aan zijn nieuwe geloof.)

Uit onderzoek blijkt dat slecht tien procent van alle gelovigen op zoek gaat naar een nieuwe religie. Tegenwoordig is de islam, volgens Van Stralen, een logische keuze voor veel zoekenden. Het CBS schatte het aantal autochtone moslims in 2009 op dertienduizend, met als kanttekening dat een deel hiervan derdegeneratie allochtonen zijn. „In de postmoderne samenleving heerst het idee ’anything goes’,” meent Van Stralen. „De islam daarentegen biedt heel veel regels en voorschriften, die zorgen voor houvast.”

Een bekering betekent evenwel dat iemand de eigen kaders los moet laten en een sprong moet nemen in het diepe, naar een mogelijk isolement. Van Stralen constateert ’dat de bekeerling altijd een zekere moed nodig beweert te hebben en bepaalde risico’s zegt te lopen, te meer als diens ommekeer ook sociale en economische implicaties heeft’. „Mijn ouders zijn het niet eens met mijn bekering tot de islam”, vertelt Linda. „Ik ben niet eng, ik ben nog steeds dezelfde persoon als voor mijn bekering, maar het woord ’moslim’ schrikt af en dus zullen mijn ouders het er waarschijnlijk nooit mee eens worden.” Net als veel bekeerlingen wil Linda dan ook niet met haar echte naam in de krant.

Uiteindelijk draait alle moeite en energie vaak uit op een teleurstelling, volgens Van Stralen. „Ik heb”, nuanceert hij, „alleen teksten bestudeerd en met name teksten uit de twintigste eeuw. Het kan zijn dat mensen die niks opgeschreven hebben, wel heel gelukkig zijn gebleven.” Uit zijn bevindingen blijkt dat ’elke bekering begint met een sterk besef van gemis’. Maar de ’vonk’ die bekeerlingen in het begin ervoeren en die hen aangezet heeft tot de bekering, konden ze niet vasthouden. „Mensen zien in dat het andere, eerdere, geloof hun net zoveel geluk of ongeluk had kunnen brengen. Ik zie dat ze zich aan het einde van hun leven juist afzetten tegen hun nieuwe geloof. Ze worden verbitterd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden