Beiroet vreest nieuwe burgeroorlog

Beiroet deelde zich gisteren op in twee kampen. Dat was te zien aan de twee afzonderlijke massabijeenkomsten, waar de dreiging van een burgeroorlog voelbaar was.

Twee auto’s staan aan de pomp bij een benzinestation in Beiroet. Bij de een ligt een foto van oud-premier Hariri op de hoedenplank. De ander heeft de dinsdag in Damascus opgeblazen Hezbollah-leider Moegnijeh achter het raam. De eigenaren negeren elkaar. De foto’s geven aan waar ze staan. Het tafereel is tekenend voor de situatie in Libanon.

Terwijl de ene helft van de Libanezen naar de pro-regeringdemonstratie in het stadscentrum gaat om te protesteren tegen Syrië en Iran, loopt de andere helft, de oppositie, mee in de begrafenis van Moegnijeh in Zuid-Beiroet om tegen de regering en de Verenigde Staten te demonstreren.

De splitsing lijkt definitief. Neutraal zijn is er niet meer bij. Veel Libanezen gaan alleen nog naar deze massabetogingen om er zeker van te zijn dat de andere helft niet groter lijkt. „Vroeger was het een kwestie van idealen”, zegt Rana, een moeder die in de stromende regen haar drie kinderen – zwaaiend met vlaggen en paraplu’s – naar de herdenking sleept van de moord op oud-premier Rafik Hariri, drie jaar geleden. „Nu is het een kwestie van aantallen.”

De stemming is al maanden somber. Libanon zit sinds september zonder president, en veertien pogingen om een nieuwe te kiezen zijn mislukt. Deze week is bijzonder slecht geweest. Politici praten nu openlijk over oorlog.

Regeringsleider Joemblat beloofde zondag dat ’als Hezbollah oorlog wil, ze dat kan krijgen’. Een toespraak van Saad Hariri, zoon van de vermoorde Rafik, eindigde deze week in een groots wapenvertoon. De avondlucht was vergeven van de rode strepen van mitrailleurvuur. ’Vreugdekogels’, noemde het tv-station van Hariri het. Hezbollah werd er altijd al van beschuldigd wapens te hebben. Duidelijk is dat heel Beiroet zich inmiddels heeft bewapend.

Roela Moessa, een lerares, heeft ook een geweer gekocht. Ze weet niet hoe ze ermee moet schieten, maar ’je moet je familie beschermen’. Libanezen vragen zich niet meer af óf het tot een burgeroorlog zal komen, maar wanneer.

Ook Hezbollah-leider Nasrallah preekt oorlog tijdens de begrafenis van Moegnijeh. Terwijl vader Moegnijeh tussen een lange rij van religieuze sjeiks met witte en zwarte tulbanden zit – het is de derde zoon die hij door een autobom verliest – spreekt Nasrallah op het podium, naast de kist, de massa toe. „Israël wil oorlog! En ik beloof jullie, oorlog zal ze krijgen.” Dat Israël een kankergezwel is dat moet worden weggesneden, heeft de instemming van het publiek. „De Joden zijn een gevaar, wist u dat niet?” zegt een man.

Een dame in chador vraagt wie voor Hariri of Nasrallah is. Ik ben voor de Libanezen, krijgt ze te horen. Ja, dat is eigenlijk wel het beste, knikt ze, maar ja, daar is het nu te laat voor. „De anderen willen ons er niet bij hebben. Het wordt oorlog.”

Bij de Hariri-herdenking is de sfeer al even grimmig.„Er is geen compromis mogelijk met die lui”, zegt Ralph, een ingenieur die op het Martelarenplein met een Libanese vlag zwaait, over Hezbollah. „Mijn zaak zit aan de grond, de mensen zijn failliet, en hij (Nasrallah) gaat zijn oorlog over onze ruggen voeren? Ze moeten eruit,”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden