Beiroet verdraagt homo’s – een beetje

In de Libanese hoofdstad Beiroet is homoseksualiteit iets minder taboe dan in de rest van het Midden-Oosten. De stichting Helem probeert de ruimte voorzichtig te vergroten. Ze hebben nog een lange weg te gaan, want voor de meeste Arabieren bestaat homoseksualiteit eenvoudig niet.

Helem, de Libanese organisatie die zich inzet voor de belangen van homoseksuelen, organiseerde onlangs voor de tweede keer een internationale dag over homofobie in Beiroet. Maar het was de eerste keer dat de pers werd uitgenodigd. En toen de fotografen dan ook daadwerkelijk kwamen opdraven om foto’s van de persconferentie te maken, renden enkele mensen hard de zaal uit.

„Ja, dat is tekenend voor de situatie waarin Libanese homo’s zich bevinden”, zegt Georges Azzi, hoofd van Helem. „Men is bang om herkend te worden, want de omgeving accepteert ze niet. En daarom organiseren we deze dag juist. Om de gemeenschap duidelijk te maken dat we wel degelijk bestaan. We zijn er. Punt uit.”

Helem timmert sinds 2004 in Beiroet aan de weg om homoseksualiteit uit de taboesfeer te krijgen. „Langzamerhand komen we uit de schaduw.”

Homoseksualiteit is doorgaans niet bespreekbaar in de Arabische wereld. Wat het merendeel van de Arabieren betreft bestaat het niet. „Trouw met een leuk meisje en dan gaat het wel weer over”, is de algemene reactie. Gaat het niet over, dan wordt het als een ziekte beschouwd, een afwijking. Wettelijk is ’onnatuurlijke seks’, waaronder homoseksualiteit, strafbaar in het Midden-Oosten.

De situatie in Libanon is niet anders, maar Beiroet is een uitzondering. In de kosmopolitische stad is men wat makkelijker ingesteld. Officieel mag niets, maar er gebeurt van alles. „We kunnen – relatief gezien – onszelf zijn”, zegt Rasha, een studente die de nieuwsbrief van Helem verzorgt.

Marwan, een van de andere leden van de organisatie die overigens allemaal anoniem willen blijven, nuanceert dit. „Die vrijheid geldt alleen in bepaalde gelegenheden in bepaalde wijken in Beiroet. In wijken waar verschillende religies bij elkaar wonen, zoals Hamra (West-Beiroet) en Gemayze (Oost-Beiroet) en ook in de binnenstad, is de tolerantie redelijk groot. Daarbuiten, in gebieden waar enkel christenen of moslims wonen, is die vrijheid niet aanwezig. We hebben dit jaar twee gevallen van geweld tegen homo’s gehad, allebei in een puur christelijke wijk.” Het is in Beiroet dus niet alleen de islam die een probleem heeft met homoseksualiteit.

Maar blijkbaar is de onverdraagzaamheid elders in het Midden-Oosten nog altijd groter, want veel Arabische homo’s trekken naar de Libanese hoofdstad. „Nog nooit zoveel homo’s gezien als hier”, zegt Theo van Laar, een Nederlandse reisleider die vanuit Beiroet reizen organiseert. „Ik loop hier naar de supermarkt om de hoek en heb zo contact. Dat overkomt je niet in Nederland.”

Volgens Rasha zijn er een paar plaatsen in de Arabische wereld waar het redelijk makkelijk is om homo te zijn. „In Aboe Dhabi en Doebai is meer mogelijk, want daar wonen zoveel buitenlanders. En in Saoedi-Arabië.” In dat laatste streng religieuze koninkrijk worden de seksen zo hardnekkig gescheiden dat in clubs of op feestjes alleen maar mannen of vrouwen mogen komen. Maar openlijk uitkomen voor homoseksualiteit is af te raden. In Irak heeft groot-ayatollah Ali al-Sistani onlangs een fatwa uitgegeven dat homoseksuelen gedood mogen worden.

Tijdens een Libanees praatprogramma op televisie eerder deze maand, dat over homoseksualiteit ging, was maar liefst 92 procent van de bellers niet van plan homoseksualiteit te accepteren.

Maar die situatie gaat veranderen, denkt Richard, eveneens een lid van Helem. De student grafische vormgeving kan zich geen leven zonder de organisatie voorstellen. „Er is nu een vluchtheuvel gecreëerd. Een plek waar mensen samenkomen. Ik heb daar het gevoel dat ik niet de enige ben, dat ik niet abnormaal ben. Dat is belangrijk”, zegt hij. „We hebben een kantoor waar we elkaar veilig kunnen ontmoeten, we geven juridisch en psychologisch advies. We tonen films met homoseksualiteit als thema en we hebben een kleine bibliotheek. We geven voorlichting over veilige seks. Wil je je anoniem laten testen, of heb je een geslachtsziekte? Wij weten een dokter die kan helpen. We hebben zelfs een speciaal telefoonnummer. Dat was er drie jaar geleden allemaal niet. We wisten niet van elkaars bestaan af. Nu is er een verzamelpunt.”

De organisatie heeft al best wat bereikt, vindt Richard: „De media gebruikten woorden als ’pervers’, ’sodomie’ en ’verdraaid’ als ze over ons schreven. We hebben toen een woordenlijst opgesteld, in het Arabisch, met correcte alternatieven, en die naar alle kranten opgestuurd. Sindsdien schrijven bijna alle journalisten nu inderdaad over ’homoseksuelen’. Dat is een verbetering.”

Maar de Arabische satellietzender Al-Jazeera had het vorige maand toch weer over een ’seksuele afwijking’ toen daar het boek van Mary Cheney, de lesbische dochter van de Amerikaanse vice-president Dick Cheney, werd besproken.

„Ja, Al-Jazeera is niet Beiroet. We spreken over een verandering van mentaliteit in Beiroet. Dat is niet heel Libanon, en zeker niet de Arabische wereld.” Hij weet dat hun doelgroep nu nog beperkt is. „We hebben het over homo’s in Beiroet, middenklasse, met internetaansluiting. Niet meer dan 2000 mensen.”

Is het niet vervelend dat je alleen in een beperkte omgeving jezelf kunt zijn? „Ja en nee”, zegt Bilal, ook een student. „Je komt wel steeds dezelfde mensen tegen. Maar dat is op zich al beter dan voorheen.” Alleen zijn moeder weet dat hij homo is. Zijn vader niet. Met zijn zus heeft hij naar aanleiding van zijn geaardheid een lang gesprek gevoerd over religie. „Verschrikkelijk was het.”

Ook bij Richard is het de moeder die haar zoons voorkeur voor mannen kent, en zijn broer. „Vaak slaat mijn moeder haar armen om me heen, en zegt dan, ’Ik houd van je, dat weet je toch?’. Ze gaat er goed mee om.”

Zijn vader heeft hij er nog niet mee geconfronteerd, maar hij is niet op zijn achterhoofd gevallen. „Hij voelt wel iets aan, maar negeert het liever.” Op de universiteit is Richard wel uit de kast gekomen. „Ik heb alleen maar positieve reacties gehad; iedereen was heel behulpzaam.”

Het lijkt ze niet te storen dat ze niet op alle fronten zichzelf kunnen zijn. „Zo is deze maatschappij. Het is jammer, maar we staan nog maar aan het begin. We gaan ons nu richten op de jongensprostitués en de masseurs in de badhuizen. En we gaan het dan niet over homoseksualiteit hebben.

Hier in het Midden-Oosten hebben we te maken met twee zaken: homoseksuele seks, en homoseksuele identiteit. Veel mannen hebben seks met andere mannen, en dat is tamelijk gewoon. Ze beschouwen zichzelf absoluut niet als homo. We gaan ze niet voorhouden dat ze wel homoseksueel zijn. We gaan ze voorlichten over veilige seks, het gebruik van condooms, de mogelijkheid om zich te laten testen op geslachtsziekten. Dat wordt heel spannend.”

Helem deed vorig jaar mee aan de Wereldaidsdag en deelde tijdens de marathon van Beiroet vanuit een kraampje water uit. Voor Richard was het een geweldige ervaring. „Mensen staken hun duim naar ons op, of maakten het v-teken met hun vingers; ze glimlachten. Zo van ’Goed zo, ga zo door, goed werk’. Dat was fantastisch.” Volgens Richard is dit nog maar het begin. „We doen babypasjes. Maar we zijn nu zichtbaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden