Behrang Mousavi kijkt anders naar Den Haag.

Behrang Mousavi (37) is sinds 2000 conservator prenten en tekeningen van het Haags Gemeentearchief en nog steeds krijgt hij verbaasde reacties op zijn afkomst. Een Iraniër die waakt over het Haagse cultureel-historische erfgoed? „Maar er zijn ook mensen aangenaam verrast. Die vinden het een verrijking dat iemand uit een andere cultuur deze functie heeft in een multiculturele stad als Den Haag.”

Vol trots vertelt Behrang Mousavi over de prenten, tekeningen, kaarten en plattegronden die sinds zijn aanstelling in de collectie van het archief zijn opgenomen. Een selectie was onlangs te zien op de tentoonstelling ’Haagse Schatjes’, als onderdeel van het project ’De Haagse Schatkist’. Mousavi: „De ontwikkeling die de stad doormaakt, de afbraak en nieuwbouw, maar ook de veranderende bevolkingssamenstelling, proberen we te bewaren voor de toekomst. Daarom geven we kunstenaars regelmatig opdracht om de stad vast te leggen.” Zo maakte de Rotterdamse kunstenares Ondine de Kroon linoleumsnedes van migrantenwinkels in Den Haag. Daarmee wil Mousavi niet gezegd hebben dat een autochtone conservator geen oog voor dit soort ontwikkelingen zou hebben. „Vanuit mijn achtergrond kijk ik wel anders naar de stad. Maar ik kan ook heel erg genieten van de tekening die Anton Pieck in 1950 heeft gemaakt van de Boterstraat. Die heb ik ook aangekocht voor onze collectie.”

Mousavi kwam in 1987, op zijn zeventiende, naar Nederland. Samen met zijn twee jaar oudere broer was hij uit Iran gevlucht. Een smokkelaar bracht hen lopend de grens over naar Turkije. Vanuit Istanboel wilden ze doorreizen naar familie in de VS, maar dat bleek financieel onhaalbaar. Met een vals paspoort vlogen ze naar Nederland, waar ze na drie jaar asiel kregen. Mousavi komt uit een intellectuele familie die niets moest hebben van ayatollah Khomeini. „Mijn vader behoorde tot de socialistische oppositiepartij en werd regelmatig bedreigd. Mijn ouders wilden voorkomen dat mijn broer en ik in het leger moesten en stuurden ons weg. In 1994 zijn ze met mijn jongere broertje en zusje ook naar Nederland gekomen.”

Mousavi studeerde museologie en rondt nu zijn studie kunstgeschiedenis af. Als kind al had hij belangstelling voor beeldende kunst. Grote aanpassingsproblemen heeft hij niet gehad, vertelt hij. Het Nederlands had hij snel onder de knie. Een huisvrouw en een lerares op school gaven hem ieder twee uur per week les. „Ik voel me hier thuis. Natuurlijk heb ik grote interesse in mijn geboorteland, maar in Nederland ben ik volwassen geworden. Ik heb de keuze gemaakt om hier te gaan wonen en heb hier alles om me goed te voelen.” Wat hem ook geholpen heeft bij zijn inburgering, is zijn liefde voor kunst. „Kunst is een belangrijke factor tussen culturen, veel meer dan politiek en religie. Kunst is universeel.”

Kunstmusea moeten daarom, meent Mousavi, een belangrijke rol spelen bij de integratie van mensen uit andere culturen in de Nederland. Zijn pleidooi daarvoor verscheen onlangs in het tijdschrift Boekman, dat geheel gewijd was aan de vraag in hoeverre het kunstlandschap de bevolkingsdiversiteit weerspiegelt. De meeste musea laten het op dit punt afweten, zegt Mousavi, al zijn er uitzonderingen zoals het Scheveningse Museum Beelden aan Zee met de tentoonstelling van Chinese hedendaagse kunstenaars. Ook de exposities over Indonesië, Mexico en Istanbul in de Nieuwe Kerk in Amsterdam zijn hoopgevende. Maar het feit dat één op de acht mensen in Nederland een niet-westerse achtergrond heeft, weerspiegelt zich nog lang niet in de kunstmusea.

Mousavi is realist genoeg om te erkennen dat er ook geen drommen allochtonen naar het Haags Gemeentemuseum of Boijmans van Beuningen zullen gaan, als die een expositie brengen over niet-westerse kunst. „Maar de musea geven dan wel een signaal af dat ze een multiculturele samenleving willen bedienen. Ze zouden natuurlijk ook op zoek kunnen gaan naar nieuwe vormen van presentaties, waarmee je die doelgroepen wel bereikt. Als ze verstandig zijn doen ze dat ook, willen ze ook op langere termijn hun bezoekcijfers op peil houden.”

In het recente verleden heeft de overheid met extra subsidies geprobeerd meer jongeren en allochtonen naar musea te krijgen. Tegenwoordig pleit het ministerie van cultuur voor een inclusieve benadering: culturele voorzieningen moeten toegankelijk zijn voor álle Nederlanders. Volgens Mousavi komt dat er in de praktijk op neer dat vooral de volkenkundige musea exposities brengen over niet-westerse kunst. „Maar dan heeft het meteen een andere impact. Zo had het Wereldmuseum in Rotterdam een prachtige tentoonstelling over hedendaagse Marokkaanse kunst, die zo in Boijmans had gekund. Een gemiste kans. Voor dit project hadden ze ook kunnen samenwerken. Misschien zou de overheid op dit punt toch meer moeten sturen.” Het benoemen van meer allochtonen in de kunstmusea kan ook helpen, verwacht Mousavi. Maar het belangrijkste is toch educatie. „Begin bij kinderen. Daar is de hele samenleving bij gebaat, want kunst kan een belangrijk bindmiddel zijn in de multiculturele samenleving.”

En dan te bedenken dat in 1926 in het toenmalige museum voor oude kunst, het huidige Haags Gemeentemuseum, de tentoonstelling ’Perzische kunst en aanverwante kunsten’ werd gehouden over islamitische kunst. Het was toen één van de best bezochte tentoonstellingen, terwijl de samenleving lang niet zo divers was als nu en er geen actieplan cultuurbereik bestond. Wel was er veel belangstelling voor kunst uit de Oriënt, die een belangrijke inspiratiebron was voor veel westerse kunstenaars. Mousavi: „Het was zelfs de motor achter de opkomst van de Art Nouveau.” Kunstenaars die zich lieten inspireren door islamitische kunst waren L. J. Senf van de Porceleyne Fles in Delft en P. Regout (Sphinx in Maastricht). Ook dat onderstreept dat musea belangrijk kunnen zijn voor de culturele dialoog. „Kunst als bindmiddel. Maar daarvoor moeten we wel op zoek naar de culturele overeenkomsten, in plaats van politieke en religieuze verschillen te benadrukken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden