Behoefte aan plaatsen kind bij alllochtone gezinnen

Werving richt zich daar te weinig op

Vrijwel alle pleegzorginstellingen plaatsen kinderen het liefst in een gelijkgestemd gezin. Een moslimmeisje bij Marokkanen bijvoorbeeld, een Arubaan bij Antilianen. Daarom is het opmerkelijk dat de helft van de organisaties niet gericht bij migrantengroepen werft, vindt onderzoeker Hans Bellaart van het Kennisplatform Integratie & Samenleving. Een derde van de kinderen die pleegzorg nodig heeft, is van niet-Nederlandse afkomst.

Bellaart onderzocht zestien instellingen, acht ervan ervaren een tekort aan pleegouders met een andere - etnische of religieuze - achtergrond. Ze hebben vooral behoefte aan opvangouders uit de moslimgemeenschap. Hoe groot de tekorten precies zijn, is niet duidelijk. Er is geen algemene registratie op herkomst of geloof.

Er vindt wel opvang plaats in Turkse en Marokkaanse kring, maar dan binnen de eigen familie of bij kennissen. Deze zogenoemde netwerkgezinnen hebben ook de voorkeur, zegt Ellen van Ravenswaaij van pleegzorgorganisatie Youké. Ze schat het aandeel netwerkpleeggezinnen bij haar organisatie op 60 procent.

"Daar kijk je eerst. Voor de biologische ouders is uithuisplaatsing vaak makkelijker als de opvoeding overeenkomt. Ook voor het kind is het fijn als de taal of de gebruiken hetzelfde zijn. Al is het maar het eten. Het kind wordt ook al uit zijn vertrouwde omgeving gehaald." Toch is zo'n plek in de familie niet altijd beschikbaar. "Vang jij als grootouder maar een kleinkind op, terwijl omgang met de moeder, je eigen dochter, niet gewenst is. Er kunnen ook conflicten zijn in een familie."

Daarom willen de instellingen ook migrantengezinnen in hun eigen bestand. Onderzoeker Bellaart denkt dat migrantengezinnen de noodzaak van 'eigen' opvang wel zien, al dan niet aangewakkerd door affaires. Zo was er twee jaar geleden veel ophef toen het Turkse jongetje Yunus bij twee Nederlandse lesbiennes werd ondergebracht.

Van Ravenswaaij zoekt ze soms letterlijk op in buurthuizen of moskeeën. Dat is de manier, denkt onderzoeker Bellaart. Maar ook als pleegouders zijn gevonden, loopt het soms nog mis. "Er moeten vragenlijsten ingevuld, cursussen gevolgd en thuis worden video-opnamen gemaakt", vertelt hij. "Zo had één pleegzorginstelling samen met een maatschappelijke Turkse organisatie tachtig belangstellenden verzameld. Uiteindelijk zijn slechts een paar gezinnen in de procedure opgenomen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden