Behendig strateeg van een machtspartij

null Beeld

Maxime Verhagen heeft de afgelopen twee weken buitengewoon handig gemanoeuvreerd. Ondanks een dramatisch verlies van twintig zetels blijft het CDA stevig aanwezig in het centrum van de macht. En wie krijgt daarvan de schuld? Job Cohen van de PvdA. Wie dat voor elkaar krijgt, levert een buitengewoon knappe prestatie.

Raspoetin, Don Corleone, Prince of Darkness. Het zijn slechts enkele, bepaald weinig vleiende, bijnamen die Maxime Verhagen, de huidige CDA-fractievoorzitter en per saldo de leider van de partij, heeft aangemeten gekregen sinds zijn intrede als politicus op het Binnenhof. Of deze bijnamen terecht zijn of niet, Maxime Verhagen heeft in de afgelopen twee weken buitengewoon handig gemanoeuvreerd. Ondanks een dramatisch verlies van twintig zetels en van de mogelijke coalitiepartners de kleinste fractie, blijft het CDA stevig aanwezig in het centrum van de macht. En wie krijgt daarvan de schuld? Job Cohen van de PvdA. Wie dat voor elkaar krijgt, levert een buitengewoon knappe prestatie.

Verhagen, Geert Wilders en beoogd premier Mark Rutte riepen deze week in koor dat Cohen de matchmaker van de rechtse regeringscoalitie in spe was door een coalitie in het politieke midden te blokkeren. Lubbers meende dat Rutte de belangrijkste architect was, maar de echte samensmeder van dit bijzondere kabinet is Verhagen. Want zonder hem zou de aangekondigde coalitie nooit van de grond zijn gekomen.

Uiteraard moeten de drie partijen er in de komende weken nog wel met elkaar uitkomen. Wie kijkt naar de chemie tussen Rutte, Wilders en Verhagen kan niet anders concluderen dan dat er ’ferme wil’ is om een in de Nederlandse politieke verhoudingen bijzondere coalitie te vormen, zoals informateur Ruud Lubbers deze week constateerde. Rutte kan de eerste VVD-premier worden, Verhagen de eerste CDA vice-premier en Wilders ’schaduw-premier’, zoals SP-leider Emile Roemer de positie van de laatste duidde.

Die positieve verhoudingen vielen de goede verstaander al op toen gek genoeg bij de eerste formatieronde, vlak na de verkiezingen van 9 juni, het CDA onderhandelingen met de VVD en PVV nog blokkeerde. Het verdriet om het verlies van twintig zetels was binnen de partij en fractie toen nog te groot om gesprekken te beginnen, maar de drie leiders lieten voor het oog van de camera in de Tweede Kamer overduidelijk blijken het goed met elkaar te kunnen vinden. Ze vonden elkaar razendsnel toen ze van Lubbers de mogelijkheid hadden gekregen informeel af te tasten of onderhandelingen zinvol zouden zijn. Afgelopen woensdagavond, na het debat met informateur Lubbers, gingen de drie heren opnieuw in conclaaf. Deze keer in de werkkamer van Mark Rutte, zonder informateur. Ze hebben er duidelijk zin in.

Dat de CDA-fractie na de verkiezingen van 9 juni de katholieke en in Limburg geboren Maxime Verhagen tot fractievoorzitter koos, was een duidelijk teken dat de christen-democraten hun koers zouden gaan verleggen. De afgeslankte fractie en Verhagen neigen meer naar rechts. Verhagen zelf had zijn buik vol van de samenwerking met de PvdA van Wouter Bos. Die verliep de afgelopen jaren stroef, culminerend in de val van het kabinet eind februari. Dit bevestigde het vooroordeel bij Verhagen dat er met de sociaal-democraten niet te regeren valt. Dit gevoel wordt breed gedeeld in de partij.

In 2003 onderhandelde het CDA met de PvdA over een nieuw kabinet. Verhagen was toen één van de CDA-onderhandelaars die samenwerking met de PvdA tegenhield. Hij behoort tot de grote stroming binnen de partij die vindt dat er nu eenmaal beter en makkelijker te regeren valt met de VVD dan met de scherpslijpers van de PvdA. Vooral als er bezuinigd moet worden. Zo werden de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar in het laatste kabinet-Balkenende en eerder het ontslagrecht moeizame kwesties. CDA en PvdA kwamen er wel uit, maar de verhoudingen verzuurden.

In 2003 koos het CDA voor samenwerking met de VVD en D66. Als fractievoorzitter werd Verhagen tijdens het tweede kabinet-Balkenende één van de machtigste en soms ook meest gevreesde politici van het Binnenhof. Samen met de fractievoorzitters Jozias van Aartsen (VVD) en Boris Dittrich (D66) bepaalde Verhagen de koers van de coalitie. Frans Timmermans, de oud-PvdA-staatssecretaris, zei in die periode over hem in de Volkskrant: „Hij is een machtspoliticus met alles er op en eraan. Hij is behoedzaam en zal nooit als Van Aartsen va-banque spelen of opstijgen zonder te weten waar hij gaat landen.”

Of hij altijd weet waar hij gaat landen is de vraag. In het Kamerdebat van afgelopen woensdag memoreerden verschillende fractievoorzitters inmiddels enkele kritische uitspraken van Verhagen over de PVV van Geert Wilders. De bekendste komt uit zijn toespraak als minister van buitenlandse zaken bij een conferentie op 10 maart in Noordwijk. „Wilders schaadt de belangen van het Nederlandse volk en de reputatie van Nederland in de rest van de wereld. Als wij toestaan dat discriminatie en haat worden verspreid, zal dat alleen maar leiden tot segregatie, polarisatie, escalatie en uiteindelijk confrontatie.” Hij sprak deze woorden uit in de aanloop naar de verkiezingen. Een moment dus dat het CDA nog dacht kiezers te kunnen terughalen bij de PVV. Het heeft niet geholpen.

Hoe kan een politicus als Verhagen in korte tijd zo’n draai maken? Geert Wilders gaf in februari, dus nog voor de uitspraak van Verhagen, blijk van een scherp inzicht in de traditionele CDA-bestuurderscultuur. „Het CDA is een machtspartij, de grootste machtsmachine van Nederland. Ik zeg niet dat ze hun moeder verkopen om te gaan regeren, maar ze hebben er wel heel veel voor over om in een kabinet te komen”, zei hij op typisch Wilderiaanse wijze in De Telegraaf. Hij voegde daaraan toe: „Dat kun je negatief uitleggen, maar het biedt ook kansen”.

Of het CDA van in ieder geval Verhagen inderdaad zo in elkaar steekt, valt te bezien, maar de feiten van afgelopen week spreken Wilders in ieder geval niet tegen. Van oud-CDA-premier Dries van Agt komt de beroemde, uit 1977 daterende uitspraak: „We buigen niet naar links en we buigen niet naar rechts”. Daarmee positioneerde Van Agt zijn partij in het politieke midden. De praktijk was echter dat de partij wel degelijk bewoog, naar rechts dan wel naar links, al naar gelang de politieke verhoudingen.

De mogelijke samenwerking tussen CDA en PVV leek op voorhand vanwege de principiële verschillen ongeloofwaardig. Maar keer op keer bleek in het afgelopen jaar dat alle CDA-bestuurders de partij niet van coalitiedeelname wilden uitsluiten. De deur naar Wilders stond steevast op een kier. In 2002 was het CDA, na acht jaar oppositie, in staat fors naar rechts te buigen toen de LPF met 25 zetels in de Tweede Kamer kwam. Binnen drie maanden stond er een kabinet. Dat bedacht een reeks maatregelen om immigratie te beperken en inburgering te verplichten (en door inburgeraars te betalen). Daarnaast werd illegaliteit strafbaar. Verhagen was toen de fractievoorzitter.

Ook in de afgelopen kabinetsperiode trokken CDA, VVD en PVV geregeld gezamenlijk op als het ging om integratie- of immigratiekwesties. Het meest pregnant kwam dit naar voren bij de kwestie rond de omstreden benoeming van een legerimam, Ali Eddaoudi, vorig jaar april. Met de twee andere partijen én SGP stemde de CDA-fractie tegen de benoeming, omdat de moslim zich eerder radicaal zou hebben uitgelaten over islam en Nederland. Dit standpunt van de CDA-fractie was volgens de linkse fracties en de ChristenUnie opmerkelijk, omdat dit op gespannen voet stond met de vrijheid van godsdienst en de scheiding tussen kerk en staat.

De huidige situatie is voor het CDA echter wel anders. Het CDA is geen leider van een coalitie meer en gedegradeerd tot junior regeringspartner. Door de gekozen constructie – een minderheidscoalitie gebaseerd op een meerderheid in het parlement – behoudt het CDA wel meer macht dan waar de partij getalsmatig recht op zou hebben. In theorie kan dit de partij meer ministers opleveren dan tijdens het laatste kabinet-Balkenende.

Het CDA en de PVV hebben principieel zeer uiteenlopende opvattingen. Dat het CDA deze verschillen accepteert, is niet zo vreemd. De partij ontwikkelde vanuit de traditie van de verzuiling een vermogen om in praktische zin samen te werken met partijen waarmee de religieuze en ideologische verschillen onoverbrugbaar leken. Want uiteindelijk moet het land toch geregeerd worden.

Verhagen heeft in de afgelopen dagen benadrukt dat eerst de uitwerking van het coalitieakkoord afgewacht moet worden alvorens te oordelen over zijn kritische uitspraken van afgelopen maart en de bereidheid nu wel met de PVV samen te werken. Daaruit kan ook geconcludeerd worden dat de nieuwe CDA-leider denkt of hoopt de PVV binnen de nu voorgestelde constructie te kunnen pacificeren. Of dat een verstandige strategie is moet worden afgewacht. Moed kan hem niet worden ontzegd. Die zal hij ook nodig hebben om zijn achterban te overtuigen van deze stap.

(FOTO VALERIE KUYPERS, ANP) Beeld ANP
(FOTO VALERIE KUYPERS, ANP)Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden