Behangselkwast in plaats van snoeischaar treft ’Shylock’

’De koopman van Venetië’ bij de Theatercompagnie, 15/11 Amsterdam, 18/11 Maastricht, tournee t/m 23/12. www.theatercompagnie.nl.

Arend Evenhuis

Het sleutelwoord uit Shakespeare’s ’De koopman van Venetië’ luidt: genade. De Joodse beurshandelaar Shylock krijgt het niet voor elkaar de hand over zijn hart te strijken en zo vergeving te bewerkstelligen voor koopman Antonio, die hem geleend geld verschuldigd is.

Shylock wil zijn geld uiteindelijk helemaal niet meer terug; hij wil genoegdoening voor het feit dat hij zo lang getergd, bemokt en bespuugd is door die christenhond Antonio. Hij eist daarom een pond vlees van Antonio’s lichaam, in de vorm van diens hart.

In een gloedvol pleidooi probeert een raadsman Shylock tevergeefs te overreden: „Genade kan op zich niet afgedwongen worden, ze daalt als zachte regen uit de hemel op aarde neer: ze is tweemaal gezegend, ze zegent hem die geeft en hem die neemt.”

Shylock volhardt in zijn verbittering waarop de Venetiaanse rechtspraak hem gelijk lijkt te geven. Totdat Shakespeare op de valreep met zijn twee meesterzetten aankomt: Shylock mag Antonio’s hart hebben zolang hij daarbij geen druppel bloed vergiet, en nog geen milligram meer of minder dan het afgesproken pond uitsnijdt.

Als de Shylock van Pierre Bokma dit hoort, staat hij als een zoutpilaar aan de grond. Hij was juist zo lekker bedrijvig in de weer met messen slijpen en het nauwgezet uitstallen van z’n amateurchirurgie-attributen. Piekfijn gereed om dat christenvarkentje te slachten. Pas bij deze omslag begin je ietwat met Shylock te doen te krijgen. En begrijp je iets meer van zijn door jarenlange vernedering veroorzaakte getergdheid. Maar het is te laat: doordat Shylock genade niet toeliet, verliest hij nu zelf alles: zijn dochter, zijn huis, zijn bezittingen, zichzelf. Hij eindigt als vogelverschrikker op de mestvaalt.

Aanvankelijk is Bokma’s Shylock een wantrouwend, wrevelig ventje, dat zich net niet correct kleedt, zijn dochter afsnauwt en zich alleen thuis veilig waant. Zijn thuis bestaat uit twee aandoenlijke kistjes: één om op te zitten, de andere om z’n huistabernakeltje mee in te richten. Met daarin allicht zijn geldkluis. Als een kleuter zo verzaligd blikt hij even om de hoek van het kluisdeurtje. En balt Bokma hier z’n knuistjes tot mokers: gehuld in joods-orthodoxe kledij zál hij Venetië laten zien dat er een eind aan zijn vernedering moet komen.

Venetië baadt in het geld: een enorm cirkelgordijn schittert en fonkelt van overdadige rijkdom, van verblindende schone schijn. Op de achtergrond luidt een heuveltje van vuilniszakken neergang en verval in.

Shakespeare vond het drama van de miskende Jood kennelijk niet afdoende, want hij borduurde er nog een flauw liefdessprookje tussendoor. Regisseur Boermans hanteerde niet de snoeischaar maar juist de behangselkwast om dat Sesamstraatverhaaltje uit te vergroten. Hij denkt dat toeschouwers de kluts kwijtraken als er niet meteen lawaaikabaalmuziek weerklinkt zodra er jeugdige personages het toneel ophuppelen.

In overvette koddigheid weerklinkt woestijnkolder met Kadafimaskers, en schettert een als Koreaanse leider vermomde Chinees met voorzettanden en plakkaathaar (dubbelrol van Bokma).

Van groteske edelkitsch is de slotscène waarin het zwerk in loeiende wervelstorm openbreekt en al die geldbeluste mensenkinderen met vuilnis onderdompelt. Nergens meer hoop? Toch wel, ginds zeult iemand met Shylocks chanoekaluchter, waarin nog één kaarsstompje. Niet aansteken! niet aansteken! denk je nog vurig. Maar ja hoor: de kaars der hoop gaat flakkerend aan, het toneellicht uit. Dat doet pijn aan de ogen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden