Behandelen in de sfeer van thuis

Kanker is een ingrijpende ziekte die veel vraagt van de patiënt en zijn omgeving. Vanuit dat besef ontwikkelde het Diakonessenhuis in Utrecht een nieuw centrum voor dagbehandeling. Voor meer rust en privacy tijdens behandelingen als een chemokuur.

Vijf jaar duurde het. Overleg zus, overleg zo. Liefst drie binnenhuisarchitecten beten hun tanden erop stuk. En dan die schier eindeloze speurtocht naar geschikt meubilair, de juiste verlichting of sanitair. Maar het resultaat mag er wezen, vindt Bert van Rixtel, verpleegkundig specialist op het dagbehandelcentrum Oncologie/Hematologie van het Diakonessenhuis in Utrecht. Het liefst had hij zelfs vliegtuigstoelen op zijn afdeling gezien. Van die luxueuze exemplaren, uit de businessklas. "Die zijn zeer geschikt om uren achtereen in te zitten of te liggen." Van Rixtel is er zelfs over in gesprek geweest met de KLM, zijn verzoek is daar tot op het hoogste niveau besproken. "Maar zo'n stoel blijkt 40.000 euro te kosten. Dat vond de luchtvaartmaatschappij een beetje te gortig om cadeau te doen. Ach, de stoelen die nu op de tweede etage van het Diakonessenhuis staan, mogen er ook wezen. Een stuk goedkoper natuurlijk, ook in diverse standen te verstellen en een uitstekend alternatief voor een ziekenhuisbed. Uiteindelijk gaat het om het comfort en welbevinden van de patiënt."

Van Rixtel is een van de drijvende krachten achter het nieuwe, twee miljoen euro kostende centrum voor dagbehandeling. Dat bedrag kwam van goede doelenorganisaties maar ook van zorgverzekeraars als Agis. Inmiddels zijn collega's van andere ziekenhuizen op bezoek geweest om zich aan het resultaat te vergapen, zo vernieuwend is het concept. Hier hangt geen ziekenhuissfeer. Niks steriele muren, tl-balken aan het plafond of saaie gangpaden. Niks karretjes waarmee het verplegend personeel gewoonlijk sleept van bed tot bed. En al helemaal geen angstaanjagend medisch materiaal in het volle zicht. Hier heerst juist de rust van een huiskamer, de sfeer van thuis. Zo moet patiënten zich ook gaan voelen, is de hoop.

Het dagcentrum telt zestien stoelen en twee bedden. Dat lijkt veel, maar wie het centrum binnenloopt, moet goed zoeken om ze allemaal te zien. Ze zijn zo gepositioneerd, tussen design-ziekenhuismeubilair, dat patiënten niet snel overlast van elkaar zullen ondervinden. "Wie zich wil terugtrekken met zijn partner, heeft daartoe de ruimte", legt Van Rixtel uit.

Iedere patiënt kan zich vrijelijk bewegen. Even apart zitten, juist wat bijpraten of internetten, het kan. Een krant of tijdschrift lezen aan de leestafel; dankzij de honderdzestien stopcontacten kan de infuuspomp, onmisbaar voor de chemokuur, overal worden ingeplugd. n keukentje maakt het mogelijk op ieder gewenst moment van de dag iets naar wens te eten. Want wie een chemokuur krijgt, heeft vaak al moeite genoeg om te eten. Als dat moment zich dan toch aandient, moet je die kans direct grijpen, is de gedachte. De keuken serveert ook kleine hapjes, want aan grote porties bestaat in de regel geen behoefte. "En vind je iets echt lekker, dan krijg je het recept mee om het thuis ook te maken", zegt Van Rixtel.

Verder zijn de muren niet wit geverfd, maar crème. Ze zijn ook nog voorzien van een zachtgekleurd lijnenspel. "De chemokuur tast het slijmvlies van de ogen aan. Daardoor zien patiënten tijdelijk wazig. Dan moet je nooit wit op muren gebruiken, want die kleur geeft geen diepte", licht Van Rixtel toe.

En welk ziekenhuis heeft nu een open haard, omringd door modern, knaloranje meubilair? De haard is weliswaar elektrisch, maar oogt bedrieglijk echt dankzij een nieuwe techniek. Stukken beter dan de tv-schermen, waar aanvankelijk de gedachten naar uitgingen. Het idee achter de haard, legt Van Rixtel uit, is dat mensen gemakkelijker praten als ze samen bij het vuur zitten. "Waarom ontstaan in auto's en tijdens de afwas geregeld diepe gesprekken? Precies, omdat mensen elkaar niet hoeven aan te kijken." Kennelijk is dat het moment om wat te mijmeren of diepere zieleroerselen bloot te leggen.

Vroeger kregen ook patiënten in het Diakonessenhuis hun chemokuur gewoon in een bed of stoel, slechts door een gordijntje van elkaar gescheiden. Echt privé is natuurlijk anders, terwijl de ziekte en de behandeling zo veel kunnen losmaken bij mensen. "Juist dan is persoonlijke begeleiding van patiënten noodzakelijk. Dat zien wij nadrukkelijk als onze taak", zegt Van Rixtel. Gesprekken over de keerzijde van zo'n chemokuur dreigden zo al snel stuk te lopen op het gebrek aan privacy.

Bij darmkanker liggen bijvoorbeeld erectiestoornissen op de loer. "Dan zegt een patiënt al snel dat het onderwerp hem niet bezighoudt. Of dat hij er geen last van heeft. Terwijl zo'n gesprek problemen later had kunnen voorkomen."

En bij vrouwen kan de zogenoemde chemo brain genadeloos toeslaan, bij borst- of eierstokkanker. De hormoonkuur van de behandeling kan leiden tot heftige stemmingswisselingen, geheugen- en concentratieverlies, maar ook tot spraak- en coördinatieproblemen. "Voor wie dat meemaakt, is dat zeer confronterend. Maar ook voor de partner. Daarover moet je mensen dus echt informeren", zegt Van Rixtel. "Daarom hebben we nu kamertjes om rustig dit soort zaken te bespreken."

Het centrum draait nu twee weken. En langzaam ziet Van Rixtel hoe patiënten hun weg vinden. Zo lijkt de open haard echt de functie te krijgen die hij ervan verwachtte. En patiënten die de dag gewoonlijk vooral liggend doorbrachten, ontdekken nu dat ze met de infuuspaal in de hand hun tijd ook anders kunnen doorbrengen.

En het personeel? Dat zoekt vooral naar een nieuwe modus, blijkt uit de woorden van de verpleegkundig specialist. "Het is wennen voor sommigen dat ze hun collega's niet automatisch meer zien. De inrichting maakt dat lastiger. En verder maken we duidelijke afspraken wie welke patiënt in de gaten houdt. Het personeel heeft ook meegedacht over deze veranderingen. Per saldo heb ik nog niet zoveel dingen gehoord die echt vervelend zijn."

Patiënten willen privacy en een keuken
De wens tot beter individuele begeleiding en meer privacy kwam ook nadrukkelijk naar boven bij de focusgroep, een groep patiënten die na hun behandeling meedacht over de verbouwplannen. Mark Laponder was een van hen. Zelf heeft hij tijdens zijn chemokuren in 2006 nooit een gebrek aan privacy ervaren. Maar, geeft hij toe, daarin was hij wel een uitzondering. "Misschien ook wel omdat ik destijds tot de jongere patiënten behoorde; ik was toen 35 jaar oud en niet preuts ingesteld." De ergernis van Laponder, bij wie darmkanker was geconstateerd, was dan ook van geheel andere aard.En misschien wel typerend voor zijn generatie. "Ik had een laptop bij me, maar kon nergens draadloos internetten." Mogelijk nog erger waren die akelige standaard tl-balken, waar hij urenlang naar moest liggen kijken. Een chemokuur duurt immers al snel enkele uren. Van huis uit adviseur in verlichting, lag hij zich dus wekenlang blauw te ergeren aan die 'oogverblindende, maar ook dodelijk saaie' verlichting. Logisch dus dat hij met lumineuze ideeën kwam voor het nieuwe centrum. "Er is nu gekozen voor vooral indirecte verlichting. De lichtkleur is bovendien afgestemd op die van het interieur, zodat het geheel sfeervol is." Heel belangrijk vindt hij ook de keuken. "Ik leidde een nogal hectisch leven voordat ik werd opgenomen. Maar in het ziekenhuis moet je 's ochtends al om zeven uur ontbijten, terwijl ik dat gewoonlijk pas tegen lunchtijd deed terwijl ik 's avonds na achten mijn avondmaal at. Mijn hele bioritme werd ontwricht. Tel daarbij je veranderende smaak door die chemotherapie, dan begrijp je waarom ik slecht at. Maar nu, met die keuken op de afdeling, is het mogelijk om niet alleen op het door jou gewenste tijdstip te eten, ook kun je kleine hapjes eten en wat je echt lust."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden