column

Behandel het standbeeld van Lee in de geest van Lincoln

Aanleiding tot alle heisa was het voornemen van de stad Charlottesville om het standbeeld van Robert E. Lee weg te halen.Beeld GETTY IMAGES NORTH AMERICA/ AFP

Menigeen ontleende afgelopen week kennelijk een goed gevoel aan het over elkaar heen buitelen om Trumps uitspraken over de demonstraties in Charlottesville te veroordelen. Van journalisten en andere commentatoren tot allerlei politici en de Britse premier Theresa May: de een na de ander sprak zijn of haar afschuw uit over het feit dat Trump demonstrantengeweld ‘van welke zijde dan ook’ veroordeelde, en niet alleen maar dat begaan door neo-nazi’s en Ku Klux Klan-aanhangers. 

Ik ben geen bewonderaar van Trump – (her)lees bijvoorbeeld mijn column van 14 maart 2016, zo’n 8 maanden voordat hij tot president werd gekozen – maar zijn uitspraken ter zake waren evenwichtiger dan die van bijna al zijn critici.

Aanleiding tot alle heisa was het voornemen van de gemeente Charlottesville om het standbeeld van Robert E. Lee weg te halen. Met betrekking tot generaal Lee kwamen de ‘alternative facts’ dit keer eens niet van de Amerikaanse president maar van zijn tegenstanders. Lee wordt door hen nu afgeschilderd als een strijder voor de slavernij, zijn standbeeld als een eerbetoon aan de Confederacy van de zuidelijke staten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Grappig genoeg geloven de neo-nazi-demonstranten hetzelfde. Maar links én extreem-rechts heeft het mis.

Misschien is het goed om hier een gezaghebbend Nederlands historicus aan het woord te laten: Jacques Presser. Auteur van het befaamde boek 'Ondergang', over de vervolging en vernietiging van de joden tijdens de Duitse bezetting, maar daarnaast van 'Amerika, van kolonie tot wereldmacht'. Een publicatie vol aandacht voor de ‘underdogs’ in de Amerikaanse geschiedenis, de zwarten voorop. Over Lee schreef Presser het volgende: ‘De meest geprezen aanvoerder, haast even populair aan beide zijden, is de “Zuidelijke” Robert E. Lee. Een sympathieke persoonlijkheid, opgevoed met Sophocles, Milton, Locke en Pope, overtuigd pacifist, humaan slavenhouder, verdraagzaam en menselijk.’

Humaan slavenhouder, ja natuurlijk is dat zeker vanuit hedendaags perspectief vreemd en verwerpelijk. Maar Trump had gelijk dat wanneer dit voortaan als de enige maatstaf wordt genomen om historische figuren te beoordelen, ook George Washington en Thomas Jefferson van hun voetstuk zouden moeten worden gehaald. Dient de Amerikaanse hoofdstad soms een nieuwe naam te krijgen omdat de eerste Amerikaanse president eveneens een ‘humaan slavenhouder’ was?

Presser schreef in de jaren veertig, mijn herziene editie dateert uit de jaren zestig, maar nog in 2009 schreef de Britse historicus David Reynolds in zijn fraaie overzichtswerk 'America. Empire of liberty' dat Lee ‘The South’s greatest general’ was. Zozeer werden zijn militaire aanvoerderscapaciteiten gewaardeerd, dat president Lincoln hem bij het uitbreken van de Amerikaanse burgeroorlog het commando over de noordelijke troepen aanbood.

Was Lee daar maar op ingegaan, dan zou hij nu door iedereen behalve ‘white supremacists’ worden vereerd. Maar Lee’s worsteling welke kant te kiezen in de burgeroorlog, die hij verafschuwde, is best begrijpelijk. Enerzijds wenste hij de unie te behouden, hij was zelf dus niet voor de zuidelijke afscheiding. Anderzijds kon hij het niet opbrengen te moeten vechten tegen zijn familie, vrienden en mede-inwoners van de staat waarin hij was opgegroeid en woonde: Virginia. Keuzes in een burgeroorlog zijn niet altijd zwart-wit.

Meer dan alleen slavernij

Door met Virginia mee te gaan, koos Lee de facto wel voor de positie van de zuidelijke staten die de slavernij niet alleen in eigen gebied wilden handhaven maar tevens westwaarts naar nieuwe staten die tot de VS toetraden wilden uitbreiden. De burgeroorlog ging echter over meer dan de slavernij alleen: tevens over machtscentralisatie (Noord) tegenover gedecentraliseerd bestuur (Zuid); en over protectionisme (Noord) tegenover vrijhandel (Zuid). Bovendien streed het Noorden aanvankelijk niet voor afschaffing van de slavernij in het Zuiden. Lincoln kondigde die afschaffing pas aan in september 1862, anderhalf jaar na het begin van zijn presidentschap.

Later in de oorlog pleitte Lee, gedreven door manschappentekort, voor het opnemen van zwarte slaven in het Zuidelijke leger. Zijn motief was opportunistisch maar zijn voorstel ging wel vergezeld van, in de woorden van historicus Reynolds, ‘a well-digested plan of gradual emancipation’. Indien Lee zijn zin had gekregen, zou de slavernij ook bij een overwinning van het Zuiden op termijn zijn afgeschaft.

Na de burgeroorlog werd een grote begraafplaats voor gesneuvelde militairen ingericht aan de rand van Washington DC, gelegen net in de staat Virginia. Het is nu de nationale begraafplaats Arlington, waar onder anderen John F. Kennedy en zijn vrouw Jackie zijn begraven. Wie de heuvel aan de voet waarvan de Kennedy’s liggen oploopt komt terecht bij een huis. Het is de woning van Lee en zijn gezin, althans tot het moment dat de burgeroorlog uitbrak. Lee wordt er niet weggestopt, maar in het tegenwoordige museum (zijn oude woning) heerst ingetogen aandacht voor hem. Geheel in de verzoenende geest van Abraham Lincoln. Die geest doet de geschiedenis meer recht en ademt bovendien veel meer verdraagzaamheid dan de nu in de VS uitgebroken linkse beeldenstorm.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden