Behagen of trouw zijn aan jezelf

Sander van Opzeeland. (FOTO TESSA POSTHUMA DE BOER) Beeld
Sander van Opzeeland. (FOTO TESSA POSTHUMA DE BOER)

Sander van Opzeeland maakt zijn debuut als toneelschrijver met ’Stand up’. Hij houdt een pleidooi voor stand up comedy.

Stand up comedy, althans goede stand up comedy, is kunst, vindt Sander van Opzeeland (40). Het is eigen, oorspronkelijk en grappig, en heeft iets te vertellen. „Ik vind het heel erg jammer dat stand up comedy langzamerhand de naam heeft gekregen alleen maar rommel te zijn: platte, makkelijke grappen. Die Amerikaanse comedians die ik wel eens bij Jörgen Raymann op tv zie in de ’Comedy Factory’, zijn gewoon jongens die het in hun eigen land niet redden en dan hier maar grappen komen maken over hun schoonmoeder. Het gaat over tulpen, klompen en drugs. Of ze vragen zich af waarom er zoveel fietsen zijn in Amsterdam. Al-le-maal dezelfde observaties, verschrikkelijk. Ze geven stand up een slechte naam.”

In ’Stand up’, de voorstelling die Van Opzeeland schreef voor Het Zuidelijk Toneel, kan hij zijn ideeën over wat goede stand up comedy is volop kwijt. Hij maakt met dit stuk zijn toneeldebuut. Al eerder schreef hij teksten voor tv-programma’s als ’Dit was het nieuws’, ’Kopspijkers’ – waarin hij ook te zien was als de stuurse Edwin de Roy van Zuydewijn, de ex van prinses Margherita – en ’Koefnoen’ en hij had een column in het radio-programma ’Spijkers met Koppen’. Sinds 1997 is hij lid van de Comedytrain, in 1990 opgericht is door Raoul Heertje als Nederlands podium voor stand up comedy.

’Stand up’ gaat over zes comedians die auditie gaan doen voor een befaamde comedyclub. In het eerste bedrijf zien we de voorbereidingen. De sfeer is gespannen, de zenuwen gieren, ze zeiken elkaar af. In het tweede bedrijf zie je de daadwerkelijke audities, in het laatste bedrijf volgt de evaluatie en weet het publiek wie het redt en wie niet. Dan is het aan het publiek om het daarmee eens te zijn of niet, vindt Van Opzeeland. „Hopelijk vraagt het publiek zich af: wat hebben ze nu bereikt? Want misschien heeft een van de jongens die niet uitgekozen wordt, het wel veel beter gedaan.”

Naast de acteurs van Het Zuidelijk Toneel doen er ook comedians van de Comedytrain mee. Het grappige is dat juist de acteurs de auditanten spelen en dus in het middengedeelte een stand up-act voor het voetlicht brengen. De echte standupper – afwisselend Henry van Loon, Murth Mossel en Kees van Amstel – speelt juist de onsympathieke talentscout van de comedyclub die de auditanten moet beoordelen.

Kern van het stuk is voor Van Opzeeland: blijf je trouw aan jezelf of behaag je het publiek? „Voordat de comedians auditie doen, krijgen ze nog een paar tips van hun leraar, gespeeld door John Buijsman. Hij speelt een hardcore comedian, die heel goed weet hoe het moet. Je act moet ergens over gaan en het moet maatschappijkritisch zijn. Hij is iemand die deugt, vindt hij zelf. Maar de talentscout van de comedyclub, zelf een gearriveerde comedian die vooral scoort met makkelijke grappen, komt ook langs. Hij zegt juist: ’Laat het publiek gewoon lachen’. Daar ontstaat spanning. Doen de comedians wat ze voorbereid hebben en wat ze zelf willen vertellen, of kiezen ze voor grappen waarvan ze denken dat die zullen aanslaan? Dat is iets dat mij, los van dit toneelstuk, fascineert. Hier gaat het in essentie om. Doen mensen op een podium wat ze zelf leuk vinden, wat oorspronkelijk is – hoe moeilijk dat ook is, want bijna niks is meer origineel – of is iemand heel berekenend in wat hij doet?”

„De naam die een paar keer valt in ’Stand up’ is die van Bill Hicks, een Amerikaanse comedian. Misschien een makkelijk voorbeeld, want hij is al vijftien jaar dood, dus hij zal altijd een mythische figuur blijven. Maar tot zijn dood – hij stierf op zijn 32e aan alvleesklierkanker – was hij het ultieme voorbeeld van iemand die precies deed wat hij wilde en ook nog eens briljant was. Hij sneed controversiële thema’s als het geloof, de eerste Golfoorlog en de legalisering van drugs aan. De keerzijde is dat hij in Amerika nooit echt doorgebroken is en dat hij een vrij tragisch leven had. Hij heeft heel vaak voor publiek gestaan dat hem niet begreep, omdat hij veel te intelligent was. Bill Hicks was iemand die echt iets wilde vertellen en stand up comedy was daarvoor zijn vorm.”

Als Van Opzeeland moet uitleggen wat stand up comedy is, of wat het verschil is met Nederlands cabaret, aarzelt hij. „De verschillen zij heel moeilijk aan te geven. De voorstellingen van Theo Maassen zijn voor mij voor het grootste gedeelte stand up, maar toch is hij een cabaretier. Het zit ’m in hele kleine, lullige dingen. Ten eerste de lengte, een stand up voorstelling is maximaal een uur. Je staat met een microfoon in je hand op een klein podium in een spotlight en vertelt. Het is kaal, maar daardoor ook heel erg eerlijk. Het is puur en rauw. In het theater leun je achterover in je stoel, je ziet vaak een mooi decor, er is duidelijk een regisseur overheen gegaan. Bij stand up comedy is de braafheid van het cabaret er als het goed is uit. Goede stand up heeft een soort gevaar in zich dat ik in een theaterzaal vaak mis.”

Zelf deed Sander van Opzeeland in 1997 auditie voor Comedytrain, toevallig samen met Jan Jaap van der Wal. „Ik was als schrijver betrokken bij ’Dit was het nieuws’, maar ik had geen enkele behoefte om op een podium te gaan staan. Ik dacht voor de lol: ik doe een keer mee aan een auditie. Tot mijn niet geringe verbazing werd ik aangenomen. Dus toen dacht ik: nou ja, als zij vinden dat ik het kan, ga ik het maar doen. De eerste jaren was ik veel te zenuwachtig om goed te spelen, het was meer overleven. Ik miste het heilige moeten. Ik heb ook nog een jaar een theaterprogramma gespeeld door het land, maar ik vond het deprimerend en eenzaam. Als ik opkom, denken mensen niet meteen: wat een leuke jongen, dat wordt lachen! Ik probeerde steeds niet cynisch te zijn op het podium, maar dat lukte me gewoon niet, dus ik ben uiteindelijk gestopt met optreden. Kennelijk speel je niet weg wie je bent. Dat vond ik wel mooi aan het schrijven van ’Stand up’, ik kon daar al mijn cynisme in kwijt. De acteurs mogen mijn maagzweren uitventen, zodat ik nu als een vrolijk en fris mens door het leven kan gaan, haha.”

. (FOTO'S JOEP LENNARTS) Beeld Joep Lennarts
. (FOTO'S JOEP LENNARTS)Beeld Joep Lennarts
'Stand up' gaat over zes comedians die auditie doen. (Trouw) Beeld Joep Lennarts
'Stand up' gaat over zes comedians die auditie doen. (Trouw)Beeld Joep Lennarts
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden