Behaaglijk brevieren over het onbehagen

Een symposium over 'Het onbehagen in de cultuur', maar wel een heel behaaglijk symposium. Dit weekeinde verzamelde zich een leergierige groep in de Amersfoortse bossen, waar de Internationale School voor Wijsbegeerte is verscholen. Gebouwen die in de bossen liggen, bezoekers die brevierend door de bossen lopen - de school heeft iets van een kuuroord voor lichaam en geest.

Florentijn van Rootselaar

De zon schijnt, ongeluk en onbehagen zijn ver te zoeken. In afwachting van de lunch lopen een geschiedenisdocent en zijn vrouw filosoferend door de bossen; psycho-sociaal hulpverlener Dré Hontelé kijkt door zijn grijze baard en haren naar zijn vriendin die bij hem op schoot ligt. Rob Verlinde, een andere bezoeker, werkte vroeger als toeroperator. Daarna besloot hij een ander leven te gaan leiden zonder zijn handelsgeest te verloochenen: hij opende een aantal natuurvoedingswinkels. Nu ,,komt hij graag hier'' om zijn ideeën, over zaken als voeding en genetische manipulatie, ,,te toetsen.''

Driften, en vooral de onderdrukking van die driften, daar ging het dit weekeinde over. Freud formuleerde in 'Het onbehagen in de cultuur' zijn diagnose van de moderne tijd. Tonja van Rijthoven, filosofe en psychoanalytica, geeft een uiteenzetting van Freuds theorie. Juist de beschaving, de verfijnde omgangsvormen, brachten volgens Freud gevoelens van depressie. Nu de handen zijn ingeruild voor bestek en de vechtpartij voor een gang naar de rechtbank zou de mens minder uiting kunnen geven aan zijn driften, waardoor het gevoel van onbehagen toeneemt.

Al snel komt uit het publiek de vraag of we nu juist niet veel gelukkiger zijn dan vroeger. De mogelijkheden lijken immers onuitputtelijk. Toch leveren al die mogelijkheden, daar lijken de bezoekers het over eens, niet altijd een groot geluk op. Juist het instantgenot, met de kinky party als hofleverancier en SBS6 voor de anderen, waarderen de meeste aanwezigen niet bijzonder.

Onbehagen, Karin Spaink brengt het in verband met de 'orenmaffia', die ervan uitgaat dat ziekten het gevolg zijn van een 'zieke geest.' Reumapatiënt? Dan ben je maar star. En een pacemaker, die neem je omdat je gevoel - dat zit toch ergens in je hart - wilt vervangen door een koude impuls.

Spaink schrijft als MS-patiënte over haar eigen ervaring met een ziek lichaam: die 'orenmaffia' is ontstaan, zegt ze, door de ervaring van een kloof tussen lichaam en geest. Voor de zieke is zijn lichaam plotseling vreemd; als je benen niets meer willen, kijk je niet meer naar je vertrouwde lichaam maar naar een robot die misschien gerepareerd kan worden. Om die kloof tussen de geest en het zieke lichaam te dichten probeert de mens volgens Spaink de geest verantwoordelijk te stellen voor de ziekte.

Een lichte mate van onthechting van het lichaam ziet Spaink als een oplossing voor het lijf dat tijdens de ziekte zo vreemd kan worden. En, zegt ze, aan een ongebreideld geloof in genezing moet maar eens een eind komen.

De twijfel aan de menselijke almacht waar Spaink voor pleit, is ook in de lezing van de filosoof Bert van den Bergh een belangrijk 'advies'. Depressie ontstaat bij de al te ondernemende mens, die zichzelf volledig wil 'realiseren'. Die depressie is zo slecht nog niet, meent Van den Bergh, het is een verzet tegen dat al te ondernemende leven.

De blauwdruk voor die belangrijke rol van de mens ziet Van den Bergh al in een ver verleden. In de geschiedenis van de filosofie en de religie wordt de mens steeds belangrijker. Augustinus bijvoorbeeld, vindt de weg tot God door inkeer. Het goddelijke is niet te vinden door een gebed tot God buiten de mens, maar juist door introspectie, door in de mens het goddelijke te zoeken. Bij Descartes wordt die inkeer nog verhevigd. Descartes schrijft hoe hij zich terugtrekt uit de wereld, twijfelt aan alle zintuiglijke indrukken en tenslotte in zichzelf de enige vaste grond vindt. En in de Reformatie worden de banden met de gemeenschap minder belangrijk en staat de verhouding van de mens tot God centraal; weer een nieuwe stap naar een cultuur die steeds individualistischer wordt.

In het verlengde van de ontwikkelingen ziet Van den Bergh de moderne mens. Bij de socioloog Ehrenberg vindt hij de theorie van 'het verlangen om zichzelf te zijn'. Juist dat verlangen zou de bron vormen voor depressie. Depressie is het verzet tegen een leven als 'ondernemer', de voortdurende jacht om het beste uit jezelf te halen. Een jacht die leidt tot het gevoel niet te voldoen, tot depressie. En, concludeert Van den Bergh erg filosofisch: ,,zou deze 'stemmingsstoornis' niet de verstoring kunnen zijn van een stemming waarin een wezenlijke negativiteit naar voren treedt, een negativiteit waarvoor in het moderne leven geen plaats meer is?''

Het aanvaarden van die negativiteit lijkt ook voor Spaink een belangrijke gedachte. Tijdens de terugreis vertelt ze niet veel over haar ziekte. Ze wijst op de bliksemschichten die de hemel doorklieven; een natuurverschijnsel dat je overkomt, waar je niet zoveel aan kunt doen. Misschien is haar waardering voor de bliksem die lichte vorm van onthechting waar ze eerder voor pleitte.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden