Begrijpen in plaats van haten

Op de vraag naar zijn late roem antwoordde Hans Keilson nog onlangs: "Ik heb nooit veel moeite gedaan om er in literair opzicht bij te horen. Ik heb mijn identiteit vooral als arts en hulpverlener gevonden." Die opmerking typeerde Hans Keilson, een bescheiden man die zichzelf nooit op de voorgrond plaatste en die zijn werk als psychiater belangrijker vond dan zijn literaire voortbrengselen. 'Vergeet niet dat je arts bent', waren de laatste woorden die zijn vader tot hem sprak, vlak voordat hij (samen met zijn moeder) op transport werd gesteld naar Auschwitz-Birkenau.

"Mijn leven en mijn herinneringen zijn aangevreten door de rookwolken van de vernietiging", schrijft Keilson op de tweede bladzijde van zijn onlangs verschenen autobiografische fragment 'Daar staat mijn huis'. Keilsons leven werd bepaald door de tragische gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog en door de onvervangbare verliezen die hij had geleden. Maar hij was niet rancuneus of haatdragend, integendeel, hij wilde 'begrijpen in plaats van veroordelen', zoals hij vaak en met nadruk stelde - zelfs als het ging om oorlogsmisdadigers.

Die begripvolle, empatische houding was typisch voor Keilson en werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Toen hij in 1959 het manuscript van zijn roman 'In de ban van de tegenstander' bij zijn vaste Duitse uitgever S. Fischer inleverde, weigerde chef-lector Rudolf Hirsch (zelf van Joodse afkomst) het te publiceren, met als argument dat het beeld van de nazi's veel te mild was. De roman verscheen elders. Ook in Israël wekte Keilson destijds veel irritaties op met zijn verzoenende houding.

Hans Keilson werd in 1909 geboren in Bad Freienwalde aan de Oder, waar zijn geassimileerde Joodse ouders een textielwinkel hadden. Hij studeerde in Berlijn geneeskunde en sport en kwam in 1936 als vluchteling naar Nederland, destijds een geliefd toevluchtsoord voor schrijvers en kunstenaars uit Duitsland en Midden-Europa. Onvoorstelbaar bijna dat gelijktijdig Joseph Roth, Max Beckmann, Klaus Mann, Therese Giehse en Grete Weil hier verbleven. Sommigen van hen zijn al zo'n zeventig jaar dood. Met Keilson is de laatste van de spreekwoordelijke Mohikanen gestorven.

Hans Keilson, die al snel uitstekend Nederlands sprak, zat tijdens WO II op diverse plaatsen ondergedoken en werkte als koerier-kinderarts voor de verzetsgroep 'Vrije Groepen Amsterdam'. Na de oorlog besloot hij om in Nederland te blijven en zich te specialiseren in de psychiatrie; in 1979 promoveerde hij in Amsterdam op een studie naar Joodse oorlogswezen, het al snel tot internationaal standaardwerk opgeklommen 'Sequentielle Traumatisierung bei Kindern'. Keilson woonde ruim zestig jaar in Bussum, waar hij tot 2005 praktiseerde en publiceerde.

In 1933 debuteerde Keilson met de eerder dit jaar vertaalde autobiografische roman 'Het leven gaat verder', het laatste werk van een Joodse auteur dat nog in Berlijn kon verschijnen. Keilson geeft hier een schitterend portret van 'Meneer Seldersen', wiens textielzaak failliet gaat tijdens de crisisjaren, en van diens dromerige en kunstgevoelige zoon, tevens het alter-ego van de schrijver. Opvallend is de grote stijlvastheid van de pas 24-jarige schrijver.

Net zo sterk, hoewel geheel anders van toon, is de in Delft gesitueerde novelle 'Komedie in mineur' uit 1947, waarin hij zijn ervaringen als onderduiker bij een gastgezin kon verwerken. Keilsons meest ambitieuze werk is ongetwijfeld het bovengenoemde 'In de ban van de tegenstander' ('Der Tod des Widersachers'), de roman waaraan hij in 1942 was begonnen maar die pas in 1959 werd voltooid. De roman speelt zich af tijdens de opkomst van Hitler, naar wie wordt verwezen met het initiaal 'B'. De verteller van de roman haat 'B', maar is tevens door hem gefascineerd, probeert hem te doorgronden en zijn vijandige houding nuchter te analyseren.

Vanaf de jaren zestig en zeventig legde Keilson zich steeds meer toe op het schrijven van gedichten, die met hun lichtvoetige en ironische toon vaak aan Erich Kästner of Kurt Tucholsky doen denken. Van eminent belang zijn ook de in Nederland nog nauwelijks bekende essays van Keilson (later dit jaar zal een deel in vertaling verschijnen), die vaak een brug slaan tussen zijn literaire en psycho-analitische werk en waarin hij onderwerpen aansnijdt als 'De fascinatie van de haat', 'Links antisemitisme' of 'Freud en de kunst'.

Een van zijn opmerkelijkste opstellen heet 'Een Duits dubbelleven', waarin Keilson schrijft over de rector van een Duitse universiteit die als ex-nazi werd ontmaskerd - en die door hem wordt verdedigd met de zin 'dat men nazi kan zijn geweest en dat niet altijd moet blijven'. Dat was voor mij Keilson ten voeten uit: vergevingsgezind, mild, humaan. Wie het geluk heeft gehad hem persoonlijk te kennen, zal hem nooit vergeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden