Begon de victorie in Nijmegen?

Nederland viert zijn bevrijding in mei. Maar in het najaar werden de Duitsers al uit het Zuiden verdreven. De burgemeester van Nijmegen is van plan die bevrijding van herfst ’44 voortaan groots te vieren.

Tragedies beklijven beter dan successen. Door de verloren slag om Arnhem staat operatie Market Garden te boek als mislukt. Een brug te ver. De Tweede Wereldoorlog was niet voor Kerstmis 1944 beslecht en Nederland verkommerde in de Hongerwinter. Maar de grootste luchtlandingsoperatie uit de militaire geschiedenis zorgde wel voor de bevrijding van Zuid-Nederland.

Toch zijn er deze maand geen grote bevrijdingsfeesten in het zuiden. Eindhoven herdenkt op 18 september met de ’Lichtjesroute’ dat de geallieerden 64 jaar geleden de stad binnentrokken. Den Bosch herdenkt op 23 en 24 oktober de bevrijding met veteranen van de Welsh Division en Breda herinnert twee dagen later de Poolse intocht. Maar het blijft ingetogen. Nederland viert zijn bevrijding immers in mei.

„Ik vind dat we in Nijmegen 20 september moeten vieren”, zegt burgemeester Thom de Graaf. „De stad was niet meer bezet, het wrede bewind verslagen. De slag om Arnhem is mislukt, maar de bevrijding van Nijmegen, de verdediging van de Hell’s Highway (de weg tussen Eindhoven en Son en Veghel) en de parachutistenlandingen zijn allemaal succesvolle verhalen in een bredere geschiedenis. Het is goed om te kijken wat de betekenis is van wat zich hier heeft afgespeeld voor de rest van het land. Volgend jaar gaan we dat grootser vieren.”

Nijmegen beperkte zich tot een sobere herdenking van de Waaloversteek op 20 september ’44, toen Amerikaanse parachutisten in canvas bootjes de rivier kruisten om de brug vanaf de noordkant in te nemen en de Duitsers uit de stad te verjagen. Dit jaar zal voor het eerst de Amerikaanse ambassadeur aanwezig zijn. Afgelopen vrijdag (12 september) werd de Liberation Route geopend en sinds 5 september (Dolle Dinsdag) loopt er een expositie over Nijmegen als frontstad.

Het Rijk van Nijmegen was strategisch van groot belang, betoogt historicus Wiel Lenders, directeur van het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek, middenin landingsgebied van Market Garden. „Een half miljoen manschappen hebben zich hier in het najaar van 1944 verzameld en opgemaakt voor het Rijnlandoffensief, dat past in het rijtje Stalingrad, Normandië, Arnhem en Berlijn.”

„Die geallieerde troepen kwamen binnen tussen Mook en Grave in een strook van amper tien kilometer breed, waarna ze via het Reichswald Duitsland introkken, tussen Kleve en Goch, om de Siegfriedlinie te omzeilen. Na weken vorst was het net gaan dooien, toen op 8 februari de aanval werd ingezet. De verliezen aan beide kanten waren groot toen de geallieerden op 24 maart 1945 bij Wesel de Rijn overstaken.”

„Een deel van de troepen rukte in het voorjaar van 1945 op naar Berlijn, een andere groep naar het Ruhrgebied en een derde groep kwam via de Achterhoek terug om de rest van Nederland te bevrijden. Die bevrijding is dus ingezet vanuit Nijmegen, maar ook hier is dat verhaal verborgen gebleven. Het verdient veel meer aandacht.”

Dat die aandacht er lange tijd niet was, wijt Lenders aan het ’vergissingsbombardement’ van 22 februari 1944, toen Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen hun bommen per abuis afwierpen op Nijmegen, met bijna achthonderd doden tot gevolg, en de frontperiode na de bevrijding, waarin nog veel meer slachtoffers vielen.

„Ik ken geen stad in Europa die zolang frontstad is geweest”, aldus burgemeester De Graaf. Het bombardement was friendly fire. „Dat roept andere emoties op, omdat de bevrijders het hebben gedaan.” In opdracht van de gemeente onderzoekt Joost Rosendaal van de Radboud Universiteit hoe de stad met dat trauma is omgegaan. Want ook het bombardement werd jarenlang weggestopt.

Toch kun je niet zeggen dat de positie van Nijmegen in de oorlog onderbelicht is, vindt directeur Eric van den Dungen van Liberty Park, het Oorlogsmuseum in Overloon. „Er belt elke week wel iemand die meent dat de geschiedenis in zijn stad of dorp te weinig aandacht heeft gekregen. Het is inderdaad exorbitant wat er in het Rijk van Nijmegen aan troepen heeft gelegen, die dichtheid is groter dan waar ook. Maar om nou te zeggen dat de bevrijding van Nederland daar is begonnen* daarover verschillen collega Lenders en ik van mening. De strijd om Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren, om de Schelde vrij te krijgen voor aanvoer van materieel in de haven van Antwerpen, die is echt onderbelicht.”

„Operatie Veritable, waarmee het Rijnlandoffensief begon, heeft niet mijn prioriteit”, zegt Van den Dungen. „Wij hebben een breder perspectief, wij zijn een oorlogsmuseum. Maar dat is juist waarom onze musea zo goed bij elkaar passen: de airbornelandingen in Oosterbeek, de bevrijding in Groesbeek en de geweldontwikkeling bij ons in Overloon, waar heftig is gevochten. We zijn een drie-eenheid, net als Vught, Amersfoort en Westerbork, die samen het verhaal van de kampen vertellen.”

„Natuurlijk krijgt de landing van de Britten in Oosterbeek en de dramatische strijd om de Arnhemse Rijnbrug veel aandacht. Maar onze musea leggen de nadruk op Market én Garden, de luchtlandingen én de opmars vanuit België. Er loopt een wandelpad van Valkenswaard naar Arnhem, er staan tal van monumenten en objecten, zoals het parachutistenmonument in Overasselt en de plaquette naast de brug bij Grave. Daar wordt niet een hele film vertoond, maar het roept de herinnering op ter plaatse. Groter hoeft het niet te zijn.”

De Graaf, Lenders en Van den Dungen zijn het erover eens dat de belangstelling voor geschiedenis verandert en dat de ’foute’ partij ook een plaats verdient. „Net als bij de Eerste Wereldoorlog, zie je dat het van herinnering steeds meer geschiedenis wordt”, zegt De Graaf. „Behalve Engelse, Amerikaanse en Canadese veteranen en hun familie gaan nu ook jongeren op zoek naar het verhaal achter Market Garden. Dat geldt voor Nederlanders evengoed als voor Duitsers.”

„Naarmate er meer stof op ligt, wordt de belangstelling groter”, ziet Lenders. „Wij zeiden vroeger: ’Pap, hou eens op over die oorlog’. Jongeren van nu weten het verschil amper tussen Hitler en Napoleon, maar ze zijn wel nieuwsgierig. Als je maar zorgt dat wat je laat zien een relatie heeft met het heden. De bevrijding is geen Delftsblauwe vaas die je koestert, maar blijft actueel en vraagt engagement.”

Lenders nam vier jaar geleden het initiatief voor het project ’60 jaar vrijheid’, waarin historici uit de regio Arnhem/Nijmegen en uit de Duitse Kreisen Kleve en Wesel verhalen verzamelden van ooggetuigen aan weerszijden van de grens. Ook legden ze de geschiedenis van historische plaatsen vast en stelden ze een onderwijsprogramma samen. „Niet eerder is er voor onze geschiedschrijving zoveel geput uit Duitse archieven.”

Van den Dungen onderkent het nut van deze toenadering. „Hoezeer ook verklaarbaar in de situatie van toen, de vliegtuigbommen die Duitse steden hebben verwoest, waren een misdaad tegen de mensheid.”

De Graaf pleit voor een inzichtelijk verhaal. „We kunnen ons spiegelen aan Normandië en niet alleen om het toerisme. Wij herdenken samen met Arnhem, omdat we deel uitmaken van hetzelfde verhaal. Dat zou ook met steden in het zuiden kunnen, maar het zijn niet allemaal dezelfde verhalen.”

Lenders vindt dat historici gebruik moeten maken van media die een groot publiek bereiken. „Het beeld dat mensen hebben van Market Garden, komt van ’A Bridge Too Far’. Historici moeten zich bemoeien met zo’n film.” Dat realiseerde burgemeester De Graaf zich ook toen hij vorig jaar de Rolling Stones backstage opzocht bij hun optreden in stadspark De Goffert. „Toen ik wat over de stad wilde vertellen, zei Keith Richards: ’I know Nijmegen. I still see Robert Redford crossing the Waal’.

]]>

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden