Begin eerste proces Cambodja-Tribunaal

Bou Meng, een van de slachtoffers van Kek Ieu, directeur van de beruchte Tuol Sleng gevangenis in Phnom Penhwiens proces vandaag begint, laat zien hoe hij vastgeketend werd. Bou Meng wist te overleven door het schilderen van portretten van Pol Pot. (FOTO AFP)

Vandaag is de eerste zittingsdag van het Cambodja-tribunaal, waar de gruwelen gepleegd door de Rode Khmer in de periode 1975 tot 1979 centraal staan. De Nederlandse advocaat Michiel Pestman verdedigt een van de verdachten, maar vreest voor de eerlijkheid van het proces.

’Kijk’. Advocaat Michiel Pestman haalt op zijn kantoor in Amsterdam een polshorloge tevoorschijn dat hij in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh heeft gekocht. Op het wijzerblad prijken de drie portretten van ’het driemanschap’ dat Cambodja leidt sinds het Rode Khmer-regime in 1979 werd verjaagd door buurland Vietnam. „Die drie spelen op de achtergrond een belangrijke rol bij het tribunaal.”

Pestman, die eerder vier jaar werkte voor het Sierra Leone-tribunaal, werd in 2007 door de Cambodjaanse advocaat van Nuon Chea, een van de verdachten van het Cambodja-tribunaal, gevraagd hem te helpen bij de verdediging. De advocaat bij het advocatenkantoor van Britta Böhler in Amsterdam zei ’ja’. Sindsdien voert hij samen met zijn collega Victor Koppe en de Cambodjaanse advocaat Son Arun de verdediging van Nuon Chea, de ’Broeder nummer 2’ van het Rode Khmerbewind, van wie het proces mogelijk volgend jaar begint. Tijdens het Rode Khmerbewind kwamen naar schatting 2 miljoen van de ongeveer 7 miljoen Cambodjanen om het leven door executies, uitputting of ondervoeding.

In de kleine anderhalf jaar die na dat ’ja’ zijn verstreken, heeft Pestman zoveel twijfels gekregen over de rechtsgang dat hij inmiddels niet zeker meer weet of hij met het tribunaalwerk moet doorgaan. „Ik ben vanuit Sierra Leone heus wel wat corruptie gewend, maar dat haalt het niet bij Cambodja”.

Jarenlang onderhandelde het ’driemanschap’ van het horloge met de Verenigde Naties over de komst van een tribunaal. De uitkomst van de deal luidt wat de Cambodjaanse regering betreft: Berecht vijf zondebokken, en laat ons en de rest van het land verder met rust. „Hun Sen, Heng Samrin en Chea Sim kijken over onze schouders mee”, zegt Pestman, terwijl hij naar het horloge knikt. Ter illustratie vertelt hij dat de nationale bewakers in het tribunaal aanvankelijk dezelfde uniformen droegen als de lijfwachten van premier Hun Sen. „Later kregen ze andere pakjes. Maar het gebeurt nog steeds dat er in de gebouwen van het Cambodja-tribunaal nationale bewakers worden gesignaleerd bij een kopieerapparaat op afdelingen waar ze niks hebben te zoeken. Ze pikken informatie. Ik ben me er voortdurend van bewust wat ik in de gebouwen van het tribunaal weggooi en wat ik over de telefoon zeg. Bij anderen bespeur ik dezelfde druk”.

Nog concreter is dat Pestman en Koppe tot tweemaal toe de voet werd dwars gezet in de uitoefening van hun werk. Nog vorige maand dienden Koppe en Pestman een aanklacht in bij de lokale Cambodjaanse rechtbank over het vermoeden van corruptie bij het Cambodja-tribunaal. „Er schijnt hiervan overweldigend bewijs te zijn. Het staat in een onderzoeksrapport van de Verenigde Naties, waarvan we alleen de strekking kennen, en dat bij de Cambodjaanse regering in een la is verdwenen. We wilden dat er onderzoek komt naar hoe wijdverbreid de corruptie is. We vermoeden dat functionarissen bij het tribunaal maandelijks een deel van hun salaris moeten afstaan aan Cambodjaanse politici die hen het baantje bij het tribunaal hebben bezorgd. Dat kan natuurlijk niet. Het tribunaal en iedereen die daar werkt moet financieel onafhankelijk zijn. Daarnaast vraag ik me af wat mensen die salaris moeten afstaan, nog meer moeten doen om die post te mogen bekleden?”

Pestman vertelt dat toen hij vorige maand de aanklacht bij de Cambodjaanse rechtbank wilde indienen, hij op alle manieren werd tegengewerkt. „Eerst wilde niemand het verzoek in ontvangst nemen. Er werden allerlei smoezen bedacht. Dat ons briefhoofd niet deugde, dat lagere klerken zulke verzoeken niet mogen inschrijven. Dat zeiden ze dan glashard, terwijl we toekeken hoe andere verzoekschriften wel degelijk door lagere klerken werden ingeschreven. Het was bijna kolderiek. Uiteindelijk kregen we het verzoek erdoor. Waarschijnlijk mede omdat de Cambodjaanse pers inmiddels ter plaatse was om er getuige van te zijn hoe voor het eerst in de Cambodjaanse geschiedenis een corruptiezaak aanhangig werd gemaakt.

Maar nadat die hobbel was genomen, werden we door de voorzitter van de Cambodjaanse Orde van Advocaten, waarvan wij als buitenlandse advocaten ook lid moesten worden, gewezen op procedurele foutjes die we gemaakt zouden hebben. Zo hadden we volgens de orderegels eerst met de ordevoorzitter moeten overleggen voordat we de aanklacht indienden. Zo blijken er allemaal regels te zijn, waaraan Cambodjaanse advocaten zich moeten houden en wij klaarblijkelijk ook.

Ik begrijp nu goed hoe ontzettend slim het is geweest van de Cambodjaanse overheid om te eisen dat ook de buitenlandse tribunaaladvocaten lid moeten worden van de Cambodjaanse orde. Zo kunnen ze ons steeds de pas afsnijden.

Eind januari hoorden we op een dinsdag dat we ons op vrijdag bij de voorzitter van de orde in Phnom Penh moesten melden. Aan zo’n verzoek kan ik natuurlijk niet op stel en sprong voldoen. Ik heb hier in Amsterdam ook werk te doen. Begin deze maand is onze aangifte vanwege gebrek aan bewijs afgewezen. Kennelijk heeft de regering het VN-rapport dus niet aan de officier van justitie verstrekt. Dat er geen bewijs zou zijn is een gotspe. Als je niet wilt zoeken, vind je ook niets.”

Hoe het voor de Nederlandse advocaten zelf afloopt, is onduidelijk. „Maar als we hierdoor geschorst worden door de orde, mogen we voorlopig ook niet optreden bij het Cambodja-tribunaal. Dan hebben ze ons waar ze ons hebben willen”.

Pestman benadrukt dat dit nog maar één voorbeeld is uit zijn eigen praktijk. „Terwijl wij als buitenlanders nog in redelijke onafhankelijkheid kunnen opereren. We merken dat de Cambodjanen die verbonden zijn aan het tribunaal zich echt geïntimideerd voelen. Niemand durft zich in volle vrijheid te uiten, dat geldt ook voor mijn cliënt. Dat kan natuurlijk niet. Als het zo gaat, heb ik er geen vertrouwen in dat Nuon Chea of de anderen een eerlijk proces krijgen. Ik vraag me steeds vaker af of ik er nog aan moet meewerken om als een soort schaamlap te dienen om dit tribunaal een internationale, onpartijdige uitstraling te geven. Wij westerse advocaten verschaffen natuurlijk een soort legitimiteit aan deze schertsvertoning. Het is een moeilijke afweging. Want zonder ons is Nuon Chea echt aan de goden overgeleverd.”

Een moeizaam compromis

De Verenigde Naties wilden nadat de Rode Khmer-beweging definitief was overwonnen snel berechting van de schuldigen. Maar de Cambodjaanse regering verzette zich hiertegen. In een land waar zoveel is geleden, was de redenering, en waar de grens tussen wie goed en fout was zo dun is, kan iedereen maar beter de draad weer oppakken om maatschappelijke onrust te voorkomen. Op de achtergrond speelde ongetwijfeld mee dat de drie belangrijkste regeringsleiders Hun Sen, Heng Samrin en Chea Sim wilden voorkomen dat zijzelf ooit voor de rechter zouden komen te staan. Alle drie speelden zij immers een niet onbelangrijke rol binnen de Rode Khmer, en dat geldt ook voor veel andere belangrijke politici en hoge functionarissen in Cambodja.

De uitkomst werd een compromis. Anders dan het Joegoslavië-tribunaal of het Rwanda-tribunaal is het Cambodja-tribunaal geen internationaal tribunaal geworden. Het Cambodjaanse rechtsstelsel wordt gevolgd en de rechtbank is op Cambodjaanse bodem. Alleen waar het Cambodjaanse recht tekortschiet wordt dit aangevuld met internationaal recht. Verder werd afgesproken dat de juridische teams steeds in meerderheid uit Cambodjanen bestaan. Dat geldt ook voor de staf van het tribunaal. Deel van het compromis was ook dat het tribunaal slechts ’kopstukken’ zou aanklagen. Dat Cambodja zoveel in de melk te brokkelen had, kwam omdat ook de Verenigde Staten en China, elk met vetorecht in de VN-Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, niet helemaal vrijuit gaan. Die beide landen hadden flink in Cambodja zitten stoken in de beginjaren van de Rode Khmer-beweging, toen die nog als een goedbedoelend communistisch initiatief de welstand van de arme boeren wilde verhogen. China steunde op de achtergrond de Rode Khmer. De Verenigde Staten – in oorlog in buurland Vietnam – voerden eind jaren zestig en begin jaren zeventig bombardementen uit op Cambodja om zo gevluchte Vietnamezen te treffen. Die bombardementen hebben bijgedragen aan het verbreden van het draagvlak van de Rode Khmer.

Maar al die zaken zullen bij het Cambodja-tribunaal niet aan de orde komen. Want de VN regelden op hun beurt dat het tribunaal zich beperkt tot de periode 1975 tot 1979, toen de Rode Khmer de officiële regering van Cambodja vormden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden