Begaan met de Russische tragiek

Jeanne van der Eng-Liedmeier 1915-2017

Toen het incasseringsvermogen van de student op breken stond, gaven de diepe mannenstemmen van een Russisch emigrantenkoor haar nieuwe energie en vastberadenheid. In de uitvoeringen van volksliederen en liturgische muziek voelde ze dezelfde diepgang als in Russische literatuur. Russisch, besefte ze, zou ze nooit opgeven.


In de emotie van klank, taal en boodschap zat iets waarmee Jeanne van der Eng verwantschap voelde. Daar kon ze de kwelling van het woordjes stampen en de strengheid van haar leermeester voor opzij zetten. Gaandeweg haar literatuurstudies drongen later de werkelijke kwellingen, die van het Sovjetvolk, tot haar door. Met hulp aan dissidente schrijvers kreeg haar wetenschappelijke werk een sociale dimensie, en daarmee meer voldoening.


Literatuur was voor de jonge Jeanne een vlucht uit de werkelijkheid. Door haar opvoeding was het niet verwonderlijk dat ze tijdens de puberteit werd aangetrokken door grote Russische schrijvers als Tolstoj en Dostojevski.


Ze werd als jongste dochter van een katholieke rijwielhandelaar geboren in het 'rode' Zaandam, in een antibourgeoisie milieu waar de emancipatie van arbeider en vrouw werd gepredikt. Het communistische experiment in de Sovjet-Unie werd er met interesse gevolgd.


Mede door het overlijden van haar jongste broer was het leeftijdsverschil met haar drie zussen en broer groot. Haar moeder overleed toen ze zeven was. Jeanne voelde zich een eenling die buiten het gezin weinig contact had omdat ze gebukt ging onder haar uiterlijk. Ze keek scheel, had scheve tanden, een kromme rug en een magere gestalte. Op school werd ze gepest. Eenzaamheid dreef haar naar de openbare leeszaal.


Op het gymnasium gaf haar filosofisch ingestelde Joodse leraar klassieke talen haar stof tot nadenken over de zin van het leven. Ze vroeg zich af wat ze met haar bestaan aan moest. Ze wilde zo graag gewoon zijn, maar voelde zich als belezen, onaantrekkelijk meisje onhandig in gezelschap, anders dan anderen. Een gevoel van verwantschap met schrijvers als Poesjkin en Lermontov, die ook een moeilijke jeugd doormaakten, was Jeanne niet vreemd.


De linkse geschiedenisleraar versterkte haar belangstelling voor het economische systeem van Marx zoals dat werd toegepast in de Sovjet-Unie. Bij de in 1920 uit Rusland uitgeweken Bruno Becker volgde zij Russisch als bijvak, naast haar hoofdstudie Grieks en Latijn. Becker bleef altijd een steun toen Russisch met haar promotie en werk als docent haar hoofdactiviteit werd.


"Russische romans hadden voor mij een andere dimensie: ze waren psychologisch interessanter, bevatten herkenbare tragische situaties en ik vond ze diepzinnig door de wezenlijke vragen die erin werden gesteld, zoals bijvoorbeeld de vraag naar het geloof in 'De gebroeders Karamazov' (Dostojevski, red.)", zei Jeanne in 2008 in een omvangrijk interview met slavist Nadja Louwerse in Tijdschrift voor Slavische Literatuur (TSL). "Westerse schrijvers vond ik, bij de Russische vergeleken, nogal vervelend en oppervlakkig."


Ofschoon het katholieke geloof voor haar een belangrijke leidraad was, wilde ze niet zoals haar zussen Cor en Agnes het klooster in. Cor, toegetreden tot een orde gericht op emancipatie van de vrouw, was als een moeder bij wie ze haar twijfels kwijt kon. Eigenlijk wilde Jeanne 'gewoon' een gezin met kinderen, maar welke man zat op haar te wachten?


Onderduiken


Dat gevoel werd versterkt in de oorlog. Tijdens de colleges bij Becker trok ze op met Etty Hillesum, bekend van haar dagboeken. Jeanne vroeg haar na het laatste college of ze ging onderduiken. Nee, Etty zou vrijwillig naar Westerbork gaan, daar was ze vaker geweest om ouderen en zieken te verzorgen.


Jeanne werd getroffen door de innerlijke zekerheid die in haar woorden doorklonk, "vooral toen ze me zei dat ze leefde vanuit haar geloof in God. Ze zag het als haar taak haar lotgenoten in Westerbork te helpen." Een andere Joodse vriendin, Iris, dook wel onder. Met hetzelfde resultaat.


Geen moment geloofde Jeanne destijds in de gruwelverhalen over de Jodenvervolging. "Hun dood deed me meer dan ooit beseffen dat ik iets van mijn leven moest maken: niet steeds met mijn neus in de boeken op een kamertje zitten om interessante stukken te schrijven, maar voluit aan het leven deelnemen, trouwen, kinderen krijgen, gewoon mens zijn, zoals ieder ander!", zei ze in TSL.


Die droom kreeg op sprookjesachtige wijze gestalte. Onder de studenten die ze bijles gaf voor hun staatsexamen zat een bekende met dichterlijke aspiraties, de tien jaar jongere Jan van der Eng. Diens eerste publicatie, in het tijdschrift Klankbord, was een slechts voor Jeanne herkenbare liefdesverklaring aan haar.


Jan en Jeanne deelden de liefde voor de Russische literatuur, maar wat moest ze hiermee? Ze was gewend om als onaantrekkelijk te worden genegeerd, ze vroeg zich in haar dagboeken af: heb ik wel sexappeal? Peinzend lopend in de Haarlemmerhout zag ze het zonlicht door de bladeren vallen en op een moment van kanteling waren alle twijfels verdwenen.


De twee veegden hun beurzen samen, waardoor ze in 1953 een half jaar onderzoek konden doen in Parijs. Ze trouwden in Amsterdam en lieten hun huwelijk kerkelijk inzegenen in de Notre Dame. Ze vormden zo'n goed paar, dat ze er anderen blij mee maakten. Jan, de bedachtzaamheid zelve. Jeanne, de extroverte, het hart op de tong dragend. Ze opereerden op hun vakgebied als een twee-eenheid en dekten zo hun grote verdriet toe, het uitblijven van kinderen.


Voor haar dissertatie onderzocht Jeanne de schijnwereld die op gezag van Stalin de Sovjetliteratuur ging beheersen. Wantrouwen was haar drijfveer, hoe kon met de vestiging van een communistische staat een nieuw type mens ontstaan? Een mens zonder spanningen en conflicten, zoals die door de schrijvers in hun werk als prototype moest worden uitgebeeld.


Binnen het Nederlandse mannenbolwerk van slavisten werd haar werk aanvankelijk nauwelijks serieus genomen. Ze voelde zich behandeld als het roomse vrouwtje dat onnozele stukjes schreef. Het verzoek van Becker om uitgave van haar proefschrift werd door Meulenhoff afgewezen. Pas toen die dissertatie in Amerika goede recensies kreeg, volgde erkenning. Een deel ervan werd zelfs in het Chinees vertaald.


Jeanne ontwikkelde zich op de universiteiten van Utrecht en Amsterdam als een begaafde docente moderne Russische literatuur. Met haar enthousiasme en gedrevenheid verwierf ze in de harten van veel slavisten een blijvende plek. Het op haar proefschrift gebaseerde 'Vijftig jaar literatuur in Sovjet-Rusland' was een standaardwerk onder studenten.


In de jaren zestig werd het Jan en Jeanne tijdens bezoeken aan de Sovjet-Unie pas echt duidelijk wat zich daar na de revolutie had afgespeeld. Ze kregen verboden teksten van schrijvers die verslag deden van het gewone leven tijdens de Stalinterreur. Die maakten op hen een verpletterende indruk.


Dat gold ook voor de wijze waarop levensgevaarlijk gedichten werden verstopt: door ze uit het hoofd te leren. Zoals bijvoorbeeld Anna Achmatova deed. Jeanne werd gefascineerd door de moed waarmee ze in haar poëzie de bittere waarheid van haar leven treffend verwoordde. Daarin herkende ze veel van zichzelf, zij het op een ander niveau.


Contacten met bijvoorbeeld Nadjezjda Mandelstam, schrijfster en weduwe van de befaamde dichter Osip Mandelstam, werden bemoeilijkt omdat flats werden afgeluisterd of 'toevallig' een bezoeker langs kwam. Het echtpaar schafte zich een auto en kampeeruitrusting aan en reisde op die ongebruikelijke manier door de Sovjet-Unie. Het was een enorme papieren rompslomp voor visa, verblijfplaatsen en data, maar in de tent kon ongestoord worden gesproken.


Persona non grata


In de jaren zeventig eindigden hun bezoeken voorlopig toen Jan tot persona non grata werd verklaard. Het was de autoriteiten niet ontgaan dat hij in zijn tijdschrift Russian Literature volop ruimte bood aan verboden artikelen.


Die publicaties boden de schrijvers een zekere bescherming omdat arrestatie nog meer de aandacht op hun werk zou vestigen. Jeanne werd zich ervan bewust dat slavistiek niet alleen om kennisoverdracht ging, maar ook om het blootleggen van een in het Westen onbekende werkelijkheid. De aandacht en zorg voor dissidente schrijvers verbond tot haar vreugde de Nederlandse slavisten, in weerwil van alle kinnesinne.


Na haar pensionering bleef ze de ontwikkelingen in Rusland volgen. Regelmatig stuurde ze geld mee met mensen die het land bezochten. Bij het 40-jarig huwelijk van Jan en Jeanne werd als cadeau een bijdrage gevraagd om een huisarts in Moskou te steunen. Jeanne liet een aantal legaten na, vooral kerkgericht.


Na het overlijden van Jan in 2001 bleef ze zelfstandig wonen in een serviceflat in Bilthoven. Tot op hoge leeftijd bleef Jeanne de wijze, boeiende vrouw die hele colleges kon geven. En die zowel heel lief als ontzettend kwaad kon zijn. Haar uitvaart had ze zelf geregeld, met de uitdrukkelijke wens om niet te veel woorden aan haar leven te wijden.


Adriana Margaretha van der Eng-Liedmeier werd op 22 januari 1915 geboren in Zaandam en overleed op 22 januari 2017 in Bilthoven.


Jan en Jeanne opereerden op hun vakgebied als twee-eenheid en dekten zo hun grote verdriet toe: het uitblijven van kinderen


Met de zorg voor dissidente schrijvers gaf ze haar werk als slavist een sociale dimensie.


In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden