Beetje brutaal mag

Goede doelen hebben steeds meer moeite om collectanten te vinden, zo blijkt uit recent onderzoek. Hoe ernstig is de situatie? Trouw liep mee met het Rode Kruis in Utrecht.

Anna Otto, 61, is nog geen half uur bezig, maar overweegt al het bijltje erbij neer te gooien. Niet vanwege de regen, maar vanwege de negatieve reacties. „In een kwartier tijd heb ik al 20 boze mensen gezien. Zomers huis aan huis collecteren is leuk. Dan gebeurt het maar 1 op de 100 keer dat iemand de deur dichtgooit zonder iets te geven.” Ze probeert bij de mensen in de rij voor de friettent geld op te halen. „Die staan tenslotte toch al met hun portemonnee in de hand.” Veel succes heeft ze niet. In de winkelstraat geeft een jonge man met honkbalpetje en oranje windjack haar een kwartier later zonder dat zij hem aangesproken heeft 15 euro. Otto is zichtbaar verheugd en verbaasd.

Een Brits meisje voegt haar kort daarna een sod off (hoepel op) toe terwijl ze stug doorloopt. Een jongen geeft haar vervolgens bijna al zijn kleingeld als zei hem uitlegt waar hij en zijn vriendin de D.E.P.T. kledingwinkel kunnen vinden. Veel passanten verklaren al aan een andere collectant te hebben gegeven of te gireren. De verontschuldiging ’Sorry, ik heb geen geen kleingeld’ bezigen ze ook vaak, al dan niet gepaard gaand met het bekloppen van broekzakken. Sommigen tonen alleen een verontschuldigend glimlachje. Vooral vriendinnengroepjes van jonge meiden lijken zich te ergeren aan de vraag van Otto om een bijdrage.

De lange gestalte van Stef van Leeuwe (58) kunnen de mensen die richting de roltrap naar winkelcentrum Hoog Catharijne lopen niet onopgemerkt passeren. Zijn wervingszin: „Heeft u een bijdrage voor het Rode Kruis” levert hem zo nu en dan een bijdrage op. Een man met een cadeautasje in de hand stopt klein geld in de bus met de woorden „Het is niet veel, maar uit een goed hart”. Even later krijgt Van Leeuwe een heel andere reactie; een grijzende man met bril valt in het voorbijgaan tegen hem uit „Dat denkt u toch zelf niet met het huidige nieuws.” Van Leeuwe vraagt hem om verduidelijking. De man keert om en begint over de recente berichtgeving dat het doorbetalen van een voormalige directeur, de Hartstichting de afgelopen jaren tonnen heeft gekost. Hij voert ook aan dat bij het Rode Kruis de directeur exorbitante bedragen verdient. Van Leeuwe gaat niet op zijn opmerkingen in. „Ik ben er niet om het beleid van de organisatie te verdedigen. Ik sta hier gewoon mijn vrijwilligerswerk te doen.”

In de Utrechtse binnenstad blijkt duidelijk dat mensen zonder aansporing niet snel hun kleingeld in een collectebus zullen stoppen. Het is maar een enkeling die zonder meer zijn portemonnee trekt bij het zien van een collectant. Het valt ook op dat heel wat mensen zich onzichtbaar proberen te maken. Ze gaan dicht langs de etalages lopen en richten hun blik strak op de daarin aangeboden waren. Weer anderen getroosten zich niet eens de moeite om de collectant te ontwijken, maar doen gewoon of die lucht is als ze worden aangesproken.

’Slim’ noemt Bekkers, universitair docent filantropische studies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, een collecte in de stad. „Je moet daar naartoe gaan waar de mensen zijn. Uit onderzoek blijkt dat als een bus een wijk rond gaat, die altijd een bepaalde opbrengst heeft”, vertelt Bekkers. De opbrengst per wijk verschilt wel. „Het verschil zit hem in het aantal mensen dat de deur open doet”, zegt Bekkers. „Mensen in steden doen dat minder snel. En dat is niet alleen omdat ze zich onveilig voelen. Het is ook omdat mensen de collectant niet kennen. In steden zou je denken dat, omdat daar veel mensen bij elkaar wonen, het voor de collectant makkelijker is geld op te halen”, zegt Bekkers. Maar flats blijken eerder een handicap dan een voordeel. „Appartementencomplexen hebben een gezamenlijke voordeur en als je die door bent sta je nog niet voor de deur van de potentiële gever.”

Louis Sampon, collectecoördinator van het Utrechtse Rode Kruis, constateert dat „vooral in nieuwbouwwijken uit de jaren zeventig veel wordt opgehaald. In de Utrechtse buitenwijk Lunetten met veel jonge gezinnen halen we altijd veel geld op. Daar is het ook het makkelijkst om collectanten te vinden”.

Het Rode Kruis Utrecht lukt het niet meer in alle wijken voldoende collectanten te vinden. Vooral in de krachtwijken is het droevig gesteld met het aantal vrijwilligers. „In Kanaleneiland hebben we sinds dit jaar helemaal niemand meer, vertelt Sampon. „In Overvecht hebben we maar zes collectanten terwijl het een grote wijk is.” De oorzaak is volgens Sampon dat in beide wijken veel mensen wonen van allochtone afkomst. „Die zijn het niet gewoon aan de deur te geven en al helemaal niet om langs de deur te gaan om geld op te halen. Autochtone Nederlanders voelen zich wat unheimisch om te collecteren, omdat ze weten dat mensen niet graag geven.”

Vermeende onveiligheid van de wijken is volgens Sampon geen reden voor de geringe animo. „Bij een buitenstaander die over die wijken allerlei verhalen hoort, kan een onveilig gevoel ontstaan. Collectanten uit de wijk zelf hebben daar geen last van.” Ook Bekkers gelooft niet dat onveiligheid een reden is dat er in een wijk geen collectanten zijn, al komt dat in steden steeds meer voor. „Het eerste verhaal van een collectant die van zijn bus beroofd is, moet ik nog horen.” Volgens Bekkers ligt het vooral aan de manier van collectanten werven dat er in sommige wijken geen nieuwe aanwas is. „Werven gebeurt meestal via via. In een bepaalde kring. En op een goed moment komen daar geen nieuwe kandidaten meer vandaan.”

Eva Gielstra (30) en Yvonne van Baardwijk (33) zijn telefonisch geworven als collectant. Ze hebben postgevat voor de deur van een grote boekhandel in het centrum en maken er een vrolijke boel van. Ze juichen als iemand zegt: „Ik ben lid van het Rode Kruis” en ze bedanken hem hartelijk. Gielstra en zij zijn eerder die avond al verwarmde terrassen afgegaan en hebben daar mensen aangesproken met teksten als ’Dag heren van het goede leven’

Tegen half tien ’s avonds is duidelijk dat de in totaal 42 collectanten 3.227 euro ophaalden voor armoedebestrijding in de stad Utrecht. De gemiddelde busopbrengst was 76,84 euro. Zestig mensen hadden toegezegd te komen collecteren. De 18 ’afhakers’ zal Sampon nog bellen om te informeren naar hun redenen om niet te verschijnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden