BeethovensContrafagot

Beethoven wilde meer lawaai en vooral beter lawaai

Beeld Suzan Hijink

Beethoven liet symfonieorkesten revolutionair anders klinken. Musici vertellen hoe hij de grens van hun instrumenten opzocht. Vandaag: Simon van Holen.

Bij een argeloze luisteraar dreunen die superlage tonen van de contra­fagot al door zijn hele lijf. Hoeveel heviger moet dat wel niet zijn voor de bespeler van het instrument? “Ja, dat klopt”, zegt Simon van Holen. “Als je van die lage bastonen speelt, dan trillen die door je hele lichaam. Voornamelijk rond de mond en de neusholte, maar ook wel in je buik. Het is beslist een prettig gevoel, alsof je één bent met je instrument, er onderdeel van uitmaakt.”

Van Holen is contrafagottist in het Concertgebouworkest. De contrafagot is de grote broer van de ­fagot en klinkt een octaaf lager.

Hij is een beetje het monster in het orkest. Het enorme instrument ziet er vervaarlijk uit met al die dikke, gebogen houten pijpen. Het ding weegt een kilo of acht en rust met een pin op de grond, zoals een contrabas. In Beethovens tijd ­waren contrafagotten volgens Van Holen echte gedrochten, die een dreigend ratelend geluid maakten. Een geluid dat paste in de tijd waarin Beethoven leefde, waarin de ene oorlog de andere opvolgde. Een dreigende klank dus, veel directer dan die van de contrabas. Van Holen heeft weleens op zo’n ‘gedrocht’ proberen te spelen, maar dat was geen succes. Er zitten geen kleppen op en het dubbele riet waardoor je blaast, is nog groter en langer dan dat van een moderne contrafagot.

“Het is toch frappant”, zegt Van Holen, “dat er ineens iemand is die als het ware uit het niets een contrafagot in een symfonie laat meespelen.”

Een triomfantelijke, exploderende klank

Die iemand is Ludwig van Beethoven. Hij zet de contrafagot in aan het begin van het vierde deel van zijn Vijfde symfonie. Dat is in de muziekgeschiedenis een heel bijzondere symfonische finale, want niet alleen klinkt daar in 1808 voor de allereerste keer een contrafagot in een symfonie, maar ook de piccolo en de drie trombones zijn nieuw in het orkest. Beethoven wilde meer power, en hij vond dat er niet alleen sprake moest zijn van ‘meer lawaai’, maar vooral van ‘beter lawaai’. Dat betere lawaai werd daarna gemeengoed in het symfonieorkest.

“Beethoven moet daar plots een hele nieuwe klank voor ogen hebben gehad, een triomfantelijke, ­exploderende klank. Natuurlijk ­gevoed door al dat oorlogsgeweld om hem heen. Hij wilde een ondersteuning van de contrabassen in het orkest, een versteviging van het basfundament in de partituur. De tuba bestond toen immers nog niet. Beethoven introduceert de contrafagot niet alleen in het symfonische orkest, hij bespeelt meteen het hele register van het instrument. Het is zo lastig hoe Beethoven voor dit, voor hem nieuwe instrument schrijft. Dit deel in de Vijfde is niet voor niets veel gevraagd bij het proefspel, de audities voor een plek in een ­orkest.

“De ambitus (bereik, red.) die Beethoven gebruikt van het instrument, maakt het moeilijk, hij gaat van laag naar hoog. En dan is er nog dat hoge tempo, waarin je heel snel, heel veel staccato noten moet spelen. Je hebt drie delen van de symfonie stil zitten wachten, en ineens moet je aan de bak. In één tel van stilte naar lawaai. Die Vijfde symfonie is echt een hele kluif.

“De Negende symfonie is ook leuk om te spelen, met die vreemde mars in het laatste deel. De contrafagot zet daar de sfeer van de mars, met korte lage noten, neer. Beethoven haalde de inspiratie daarvoor waarschijnlijk uit al die militaire blaaskapellen die er in Wenen waren. De oorlog is nooit ver weg in zijn muziek. In de ‘Missa Solemnis’, waarin Beet­hoven ongelofelijk moeilijke en virtuoze muziek voor de contra­fagot componeert, zit ook zo’n ­totaal onverwacht en dreigend marsmoment.

“Die Vijfde symfonie is toch het spannendst voor mij als musicus. Dat wachten totdat je eindelijk mag inzetten, geeft een fan­tastisch gevoel. De spanning bouwt op en op en dan voel je ineens de eruptie. Een eruptie waar jezelf onderdeel van uitmaakt.”

Lees ook:

Wat als Beethoven onze moderne pauken gekend had? ‘Hij zou helemaal gek geworden zijn’

‘Beethoven is echt een uitdaging voor paukenisten. Mijn leraar zei altijd: als je Beethoven kunt spelen, kun je alles spelen’, zegt paukenist Maarten van der Valk.

Waarom Beethoven inspireert om beter te gaan leven

Wie was Ludwig Van Beethoven nou echt? Wat zijn de grootste clichés over een van de grootste componisten ooit? Jan Caeyers geeft verrassende antwoorden in zijn boek dat in dit Beethovenjaar als officiële biografie bestempeld is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden