Review

Beethoven van Paul Lewis heeft allure en fundament

Paul Lewis, piano op 16/11 in kleine zaal Concertgebouw Amsterdam.

De jonge Engelse pianist Paul Lewis is bijna klaar met zijn cd-registratie van alle 32 pianosonates van Ludwig van Beethoven. Hij is nu toe aan het opnemen van de laatste drie: nr. 30 in E opus 109, nr. 31 in As opus 110 en nr. 32 in c opus 111. Zijn live-vertolking van dit drietal vrijdag in de kleine zaal van het Concertgebouw kreeg veel publieke bijval.

In deze muziek, gecomponeerd in de periode 1820-1822, exploreert de ’late’ Beethoven de grenzen van de piano en van de sonatevorm. Het is muzikaal het rijkste en fantasierijkste deel van zijn oeuvre; daarom was het niet erg dat het programma qua tijdsduur een half uur korter was dan gebruikelijk is voor een avondrecital. Daarbij gaf Lewis ook nog eens geen toegiften, maar ook dit was begrijpelijk. De afsluitende Arietta met variaties van de sonate opus 111 is zo verheven, dat iedere toegift per definitie misplaatst zou zijn.

Paul Lewis bleek een zeer gedegen vakman. Hij speelde met een solide techniek en met de sympathieke instelling dat niet de pianist maar de compositie optimaal over het voetlicht moet worden gebracht. Gedurende het recital kregen de muzikale bouwwerken die Lewis optrok steeds meer allure en fundament. Zijn spel deed wat aan dat van Alfred Brendel denken, de veel oudere pianist die de coach is geweest van Lewis. Beiden zijn muzikale architecten, die minder aan klankschoonheid dan aan vorm denken en die ondanks hun analytische aanpak genoeg ruimte voor persoonlijke dramatiek in hun spel laten. Die gepassioneerde uitbarstingen gingen bij Lewis gepaard met woest gebries en gegrom, wat bijzonder storend was. Lewis deed dit stellig niet opzettelijk; het zal een onbewuste uiting van zijn enorme concentratie en meebeleven van de muziek zijn geweest. Hij zou dit echter moeten zien te beteugelen.

In opus 109 waren er meer zaken die Lewis meer onder controle had kunnen en moeten houden: want wat waren zijn tempi hoog! Dit ging nogal eens ten koste van de verstaanbaarheid van de linkerhand.

In sonate nr. 31 won Lewis’ spel aan innerlijke rust en expressie. Het eerste deel, moderato, zou nog sterker overkomen in een meer op eenvoud gerichte speelwijze. Daarin zal Lewis met het verstrijken van de jaren stellig nog groeien. Zeker is dat hij al veel heeft bereikt. Fraai waren zijn fraseringen en in het bijzonder enkele opvallende articulaties in het Arioso. Knap was ook hoe hij de diverse delen van deze fantasierijke sonate tot een eenheid wist te smeden.

Dat deed hij ook opvallend goed met de twee delen van de sonate opus 111, die samen een Yin en Yang vormen. Het allegro con brio kreeg onder Lewis’ handen een zeer wilde, grillige en quasi improvisatorische uitvoering. Des te serener en onaardser klonk de superieure Arietta.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden