Beerput Venlo eindelijk dicht

Opgravingen in Venlo in 2004, toen nog werd gedacht dat er een mikwe was ontdekt.Beeld Limburgs Museum

In Venlo is géén joods badhuis opgegraven. De archeoloog die dat wilde doen geloven, mag blijven.

De stadsarcheoloog van Venlo mag aanblijven. Dat hebben burgemeester en wethouders van de Limburgse stad besloten. Het is een opmerkelijk besluit, omdat de archeoloog eerder door de gemeentelijke rekenkamer werd beticht van bedrog. Ook zou hij lijden aan tunnelvisie.

Het begon allemaal in 2004. Bij werkzaamheden aan de Venlose Maasboulevard, waar een ondergrondse parkeergarage zou komen, kwamen archeologische resten tevoorschijn. Het leek om een gewone kelder te gaan, tot een Utrechtse bouwhistoricus de mooie uitgewerkte nisjes in een van de muren herkende. Hij opperde dat het hier wel eens kon gaan om een mikwe, een joods middeleeuws badhuis. Dat zou een sensationele vondst zijn, en de stadsarcheoloog bracht het nieuws enthousiast naar buiten.

De gemeente liet de resten van het gebouw voorzichtig uitgraven. In twee delen verhuisde het naar de gemeentewerf. Een definitieve plek kreeg de mikwe in een speciaal daarvoor gebouwde vleugel van het Limburgs Museum, waaraan de gemeente Venlo 750.000 euro bijdroeg. Een rabbijn zegende het badhuis.

Badhuis of beerput?
Maar was het wel een badhuis? Archeologische deskundigen zijn verdeeld: volgens het ene bureau zou het best kunnen, volgens het andere was men gestuit op de resten van een beerput. Voor de interpretatie 'badhuis' pleitten de afbeelding van een menora (zevenarmige kandelaar) op een van de muren en de leeftijd van de modder op de muren. Daartegenover stonden de vreemde plattegrond van het gebouw en de niet-kloppende waterloop. Niettemin meldde het Limburgs Museum: 'Het is het oudste monument van Nederland dat aan een Joodse gemeenschap kan worden verbonden.' Ook de restaurateurs waren overtuigd van de status van het gebouw. "De ingang lag op het oosten", vertelde een van hen in Trouw. "En de trap had zeven treden, een belangrijk symbolisch getal."

De Venlose gemeenteraad voelde zich niet prettig bij de discussie. De gemeente had immers tonnen bijgedragen aan de uitbreiding van het museum, om ruimte te scheppen voor een topstuk dat misschien geen topstuk was. De raad gaf de gemeentelijke rekenkamer opdracht de zaak te onderzoeken.

Tunnelvisie
De conclusies van het onderzoek waren hard. Volgens de rekenkamer had de stadsarcheoloog last van een 'tunnelvisie': ondanks allerlei onduidelijkheden bleef hij volhouden dat het ging om een mikwe. "Het begint met het negeren of bagatelliseren van tegenargumenten. Dat wordt al snel gevolgd door verdraaiing van informatie, er is sprake van ingrijpen in de rapportages ten gunste van het mikwe en uiteindelijk zelfs van manipulatie van basisgegevens. De eenzijdige en onjuiste voorstelling van zaken kan niet anders worden aangemerkt als misleidend tot bedrieglijk", stelt de rekenkamer.

Naar de drijfveren van de stadsarcheoloog kunnen de onderzoekers van de rekenkamer alleen maar gissen. "Was het toegeven aan regionaal chauvinisme ('eindelijk hebben we ook in Venlo een vondst van internationaal belang'), was het een persoonlijke profilering, of speelde in het begin ook de verstoorde persoonlijke verhoudingen een rol?"

Het rapport van de rekenkamer was al klaar toen er nog een saillante ontdekking werd gedaan. De menora op de muur (volgens de archeoloog hét bewijs voor de joodse oorsprong) was op foto's uit 2004 nergens te bekennen. Die moet dus na de vondst zijn aangebracht.

Geen mikwe
Afgelopen februari vond er in Venlo een symposium plaats over de vraag wat er nu precies boven de grond was gekomen bij de aanleg van de parkeergarage. In ieder geval géén mikwe, stelde een Leidse hoogleraar. Want er was geen bad gevonden, geen trap en geen doorgang van een kleedruimte naar dat bad. Volgens de hoogleraar was het aannemelijker dat de opgegraven kelder deel uitmaakte van een tolhuis. Een dergelijk gebouw stond ooit aan de Maas.

Vooral na het onderzoek van de rekenkamer leek de positie van de stadsarcheoloog onhoudbaar geworden. Zo niet voor het Venlose college van burgemeester en wethouders. Nadat het zich enkele maanden op de conclusies van het onderzoek heeft bezonnen stelt het college nu vast dat er in de mikwe-kwestie geen sprake is geweest van plichtsverzuim of boze opzet door de archeoloog.

In de gemeenteraad van Venlo is met verbazing gereageerd op het besluit van b. en w.. Diverse partijen willen na het zomerreces een debat over de kwestie. Het Limburgs Museum presenteert de kelderresten inmiddels niet meer als joods badhuis. Tegenwoordig lezen bezoekers over een 'mikwe-mysterie'.

Aan Joodse zijde haalt men ondertussen de schouders op over de hele kwestie. Een rabbijn en een kunsthistoricus schreven in een ingezonden brief aan NRC: "Vanuit de Joodse gemeenschap is geen actie ondernomen om kosten te laten maken en deze overblijfselen een centrale plaats in een museum te geven. Het enthousiasme van het Venlose stadsbestuur kwam uit zijn eigen ideeën voort. Wanneer het mikwe succes had gebracht, had het bestuur daar vast de lof voor willen ontvangen. Het zou mooi zijn als het ook de verantwoordelijkheid zou nemen voor het fiasco."

Op het symposium over het vermeende badhuis sprak Edward van Voolen, oud-conservator van het Joods Historisch Museum in Amsterdam: "Als het geen mikwe blijkt, blijf ik toch jood en rabbijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden