’Beeldenstorm geen hoogtepunt’

De Beeldenstorm (1566) is onderdeel van de Nederlandse canon. Wat vinden de ’nazaten’ van de beeldenstormers, de orthodox-calvinisten, van de razernij die rk gebouwen het interieur kostte?

Binnen de rechterflank van het protestantisme neemt het tijdvak rond 1600 een bijzondere plaats in, zegt Ton van der Schans. De historicus doceert aan de reformatorische opleiding De Driestar in Gouda geschiedenis aan ’aanstaande onderwijzers’. „Het is de periode waarin de Nederlandse staat – de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – en de kerken van de Reformatie gestalte kregen.”

Van der Schans vertelt zijn studenten graag dat „God tot het ene volk Zijn evangelie meer heeft gezonden dan tot het andere’’ – en het Nederlandse had, uiteraard louter door Gods genade, duidelijk een streepje voor. Het tijdvak waarin de aanzet gegeven werd tot de vorming van de Republiek maakt dat volgens Van der Schans duidelijk.

Het waren de dagen van de nog altijd in ere gehouden Heidelbergse Catechismus (1563) en van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (Guido de Brès, 1561).

In dat laatste document staat dat ’alle afgoderij en valse godsdienst’ moet worden ’geweerd en uitgeroeid’. De confessie verscheen in wat nu Noord-Frankrijk is, de bakermat van de Beeldenstorm, die losbarstte na een hagepreek.

Maar daar mogen we volgens Van der Schans geen oorzakelijk verband in zien. „Geen predikant of theoloog in die tijd pleitte voor het vernielen van beelden in rooms-katholieke kerken.”

Toch, erkent de historicus, hebben dominees de geweldsuitbarsting die honderden rk kerkgebouwen van beelden, schilderingen en versieringen ontdeed, ’gesanctioneerd’.

Begonnen in wat nu West-Vlaanderen is, sloeg het tumult in het najaar van 1566 over naar het noorden. Van rooms-katholieke zijde wordt daarbij beschuldigend gewezen naar opstandige edelen die samenwerkten met ’gereformeerde’ kerkenraden. Maar de goedgereformeerde ’Christelijke Encyclopaedie’ uit 1925 ziet dan anders: „Het gepeupel in Vlaanderen kwam zich een oogenblik bij het Protestantisme voegen, om met piek en knuppel rond te loopen en ’leve de Geuzen’ te roepen”. Dat daaronder ook predikanten zaten, was, om het volk in te tomen en erger te voorkomen.

Ook Van der Schans (’Iedereen bekijkt de geschiedenis met zijn eigen bril’) wil zijn voorzaten niet betichten van medeplichtigheid. „De Beeldenstorm had absoluut een calvinistische component, maar het was ook een broodopstand in tijden van economische malaise.”

Liever dan aan de Beeldenstorm besteedt Van der Schans in zijn lessen aandacht aan de hagepreken – clandestiene kerkdiensten waarin gepreekt werd ’hoe God te dienen naar Zijn Woord’. „Dat is positiever. De Beeldenstorm was, laten we eerlijk zijn, geen hoogtepunt van calvinistische geloofsijver. Maar ik wijs erop dat protestanten toen verdrukt werden. En dat in de Republiek die uit die roerige periode voortkwam, de religieuze tolerantie ongeëvenaard was. Waarom zochten de grote vrijdenkers als Spinoza en Descartes hier anders een toevlucht?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden