beeldende kunst

'Un cercle d'amis - Belgische kunstenaars getuigen van hun tijd', t/m 7 januari in het Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41 in Den Bosch, geopend di-vr 10-17 uur, za, zo en feestd. 12-17 uur. Het gelijknamige boek, met o.m. een tekst van dr. Saskia de Bodt, gezamenlijke uitgave van Noordbrabants Museum/Gemeentekrediet/Snoek-Ducaju, ¿ 49,50.

Henri van Cutsem, die van 1839 tot 1904 leefde, moet een ingoed mens zijn geweest. Op foto's en tekeningen ziet hij eruit als een gelukkig mens, een geluk dat hij ook graag aan anderen overdroeg. Toen zijn vrouw overleed, richtte hij, waarschijnlijk om de eenzaamheid te verdrijven, een kring op van schilders, die spoedig na hun eerste bijeenkomsten vrienden werden.

Van Cutsem hielp zijn vrienden daadwerkelijk en verwierf een veel omvattende collectie schilderijen. Het voornaamste belang van deze verzameling werd ontleend aan het feit dat de schilderijen zijn gemaakt door een kleine, maar toonaangevende groep kunstenaars. De collectie, die na de dood van Van Cutsem bijeen gehouden kon worden, geeft een goed samenhangend beeld, niet alleen van de betrokken schilders, maar ook van een stijl.

De Belgische mecenas had, in zijn streven naar het bijeenbrengen van kunst die door schoonheid wordt geïnspireerd, een bijzondere voorkeur voor werk dat in een waarheidsgetrouwe stijl was gemaakt. Hoewel in zijn tijd en zeker ook in Brussel het impressionisme zeer in de mode was, richtte Van Cutsem zich op die schilders die niet het 'moment' maar de eeuwige schoonheid zochten. Met de beperking dat het om werk van zijn vrienden moest gaan, kwamen zo doeken van nu min of meer onbekende namen als Theodore Verstraete, Guillaume van Strydonck, Auguste Oleffe, Willy Finch en Louis Pilon zijn huis binnen. Net als dat bij de impressionisten het geval was, vonden deze schilders hun grote voorbeeld in de negentiende-eeuwse schilderkunst van Corot en Courbet, naast de naturalisten Rousseau en Millet.

Enkelen van hen zijn verwant geweest aan hun tijdgenot Vincent van Gogh, met name Verstraete, Oleffe en Guillaume Charlier die het onderwerp van de eenvoudige boer en ambachtsman in hun thematiek niet schuwden.

Vreemd genoeg is het naturalisme in zijn opmars door Europa aan Nederland voorbijgegaan. Het is een stijl geweest die in heel Europa werd bedreven, van Denemarken tot Hongarije, Duitsland, Frankrijk en Engeland incluis, maar in dit land alleen door een schilder als Jan Toorop en een kleinere meester als Willy Sluiter werd beoefend. In België, waar de schilders minder door de parelend grijze luchten en de zilverige kustlijn werden beziggehouden, heeft het naturalisme vele beoefenaren gekend. Het was dé stijl voor die schilders die behept waren met een sociaal engagement, een streven waarin de gewone mens moest worden weergegeven in een zo waarheidsgetrouwe stijl. Deze sociale betrokkenheid had geen politieke betekenis: van de sociale ellende die er in de negentiende eeuw heerste, kom je in deze schilderijen niet veel te weet.

In Frankrijk hadden de schilders van het naturalisme een voorbeeld gevonden in Jean-François Millet die veel ophef had veroorzaakt met zijn schilderijen van biddende en zaaiende boeren. Deze onderwerpen waren in een neutraal licht en in een neutrale omgeving geplaatst, op een zodanige wijze dat het oog niet echt in vervoering werd gebracht.

De Belgische schilders plaatsten doorgaans hun onderwerpen eveneens in zo'n neutraal, realistisch daglicht. Er is in de behandeling van dat licht zelden of nooit sprake van emotie, hoogstens toont het het onderwerp in een gelukkige sfeer. Zoals Theodore Verstraete die nogal schatplichtig blijkt te zijn aan de Duitsers Max Liebermann en Lovis Corinth. Van Verstraete zijn op de Bossche expositie een aantal prettige zeegezichten te zien, waarbij een vergelijking met zijn Nederlandse collega Hendrik Mesdag algauw voor dehand ligt. Anders dan Mesdag is Verstraete geen tonalist, maar hij slaagt er door middel van een goede weergave van het weer en het licht toch in om sfeer in zijn voorstellingen te krijgen. Het gaat ook op voor Auguste Oleffe die in een aantal werken heel modern (dat wil zeggen snel en karakteristiek ontledend geschilderd) werkt.

Het ligt voor de hand dat de betrachting om de waarheid zo dicht mogelijk te benaderen tot een realistische interpretatie leidt. Opvallend in dit verband is het gebruik van de fotografie. Gebruikte Breitner, toch veel meer een impressionist, foto's om het spontane moment goed vast te houden, een Doornikse schilder als Louis Pion tekende voorstellingen die precies op foto's lijken. Hij deed dat niet om het moment vast te leggen, maar om het studiemateriaal zo direct mogelijk weer te geven. Zo ontstond een ongeposeerde realiteit, die gezien kan worden als het resultaat van een langdurig proces; ook op dat punt bestaan grote verschillen met het impressionisme.

Het naturalisme heeft tot nu toe in een stevig op slot gehouden ladenkast van de kunstgeschiedenis gezeten. Het Noordbrabants Museum, dat al vaker bewees een eigenzinnig en avontuurlijk pad in expositieland te bewandelen, valt de verdienste toe met deze 'Vriendenkring' het naturalisme uitvoerig te hebben geëxpliceerd. Jammer alleen dat dit werk niet voor wat meer euforie kan zorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden