beeldende kunst

Exposities in het Van Abbemuseum Entr'acte t/m 15 juni, Vonderweg 1, Eindhoven, di-zo 11-17 uur. Diverse catalogi.

ROBBERT ROOS

Weiner mocht samen met Matt Mullican het kunstproject verzorgen binnen de grootscheepse herinrichting van het Stadhuisplein in Eindhoven. Ze maakten onder de titel 'De Rode Loper' een lang rood pad, plaatsten een lint van hoge T-vormige lantarenpalen en brachten op gevels en in de straatvloer kunstwerken aan. Kunstwerken met een boodschap, een reflectie op het functioneren van de maatschappij. Het zijn tekens, symbolen, teksten en archetypische beelden. Sommigen herkenbaar - maar in de betekenis ondoorgrondelijk -, de meesten geabstraheerd. Vooral de werken van Mullican zijn raadselachtige rebussen, gebaseerd op een door de kunstenaar zelf bedacht teken-systeem. Weiner toont zijn gebruikelijke, uitdagende filosofische teksten.

Met topkunstenaars als Weiner en Mullican wil Eindhoven een daad stellen. Zowel nationaal als internationaal heeft het Van Abbemuseum uitstraling. Directeuren als De Wilde en Fuchs hebben het op de kunstkaart gezet, Jan Debbaut doet goed werk om het daar te houden. Van de aanwezigheid van zo'n topmuseum is in de stad echter weinig te merken. Topkunst in de openbare ruimte is schaars in de Brabantse lichtstad, te schaars vond Debbaut. Vandaar dat hij de herinrichting van het Stadhuisplein aangreep om die topkunst in de stad te introduceren door Weiner en Mullican uit te nodigen.

De keus voor het vernieuwde Stadhuisplein is een logische. Het Van Abbemuseum ligt pal achter het stadhuis aan de andere oever van het riviertje de Dommel en dus is het vanzelfsprekend om het plein tot een opmaat tot het museum te maken. De Rode Loper wijst de weg: als pad en als voorbode van een verbijzonderde plek. Althans, over een paar jaar, want eerst moet het museum nog verbouwd worden, een project dat zich al jaren voortsleept. Maar het einde van de tunnel is in zicht. Over een week of twee hoopt Debbaut de nieuwe plannen te presenteren, ditmaal beter afgestemd op de wensen en eisen van Monumentenzorg, zodat het oude museumgebouw van Krophöller niet weer scherprechter zal spelen.

Dommel

Voorlopig staat het vernieuwde museum er echter nog niet, waardoor de Rode Loper doodloopt op de Dommel en Debbaut en zijn staf tovenaarsleerling moeten spelen in het voorlopige onderkomen in de voormalige Philips-personeelswinkel tegenover het PSV-Stadion. En dat lukt wonderwel. De vrij kleine ruimte is een soort doos van Pandora. Op dit moment is er tegelijkertijd een zeer inzichtelijk mini-retrospectief over Matt Mullican te zien, hangt er een monumentaal tekstwerk van Weiner, worden alle videoperformances van Ulay/Abramovic getoond, draaien er twee films van de veelbelovende jonge Engelse kunstenaar Steve McQueen en heeft de jonge Nederlandse Erszébet Baerveldt een mini-retrospectief. En geen van de kunstenaars komt er bekaaid vanaf.

Dat blijkt bijvoorbeeld bij Mullican. Op de wandeling over de Rode Loper, beginnend bij de St. Catherinakerk, doemen zijn tekens en symbolen op als wonderlijke logo's. In de tentoonstelling vallen ze op hun plaats. Het zijn abstracties van de alledaagsheid. Mullican vat de stroom aan beelden in onze cultuur samen in diagrammen. Ze staan voor begrippen als 'de materie' of 'energiedragers' of 'de wereld van de kunsten'. Het is een poging een rationele analyse van het zeer complexe fenomeen 'maatschappij' te geven. De tentoonstelling is vooral interessant, doordat ze met tekeningen, schetsen en collages het proces dat aan de analyse ten grondslag ligt, inzichtelijk maakt.

Uiteindelijk draait het bij zowel Mullican als Weiner om het schematiseren van de werkelijkheid. Het publiek wordt instrumenten in handen gegeven om te proberen de werkelijkheid te doorgronden. Helaas zijn het zeer hermetische instrumenten, waardoor ze voor weinig mensen hanteerbaar zijn. Gelukkig hebben ze ook esthetische kwaliteiten, zodat de wandeling op de loper niet alleen een moeilijke filosofische reis is, maar ook een ontspannen wandeling onder fraaie lampen.

De Rode Loper krikt in ieder geval de allure van het Stadhuisplein op. Goed beschouwd is het een rampzalig openbaar gebied. Het wordt geflankeerd door sobere, een beetje mastodontisch ogende, horizontale gebouwen. Te laag om echt een betekenisvolle 'wand' te vormen, maar wel groot genoeg om een stempel op het plein te drukken. Met een tapijt-achtige bestrating in het midden van het plein wordt geprobeerd intimiteit te creëren, die in dit tochthol altijd een utopie zal blijken.

De gemeente noemt het zelf daarom ook maar een evenementenplein en geen verblijfsplein. Het concept lijkt op het Schouwburgplein in Rotterdam, waar West 8 een podium voor stedelijk leven creëerde. Door de pleinvloer iets op te tillen, is het lopen erover een bijna theatrale handeling. In Eindhoven wordt dit geprobeerd met de tapijtachtige bestrating.

Een andere - oppervlakkige - overeenkomst tussen de twee pleinen is de aanwezigheid van de reusachtige lantarenpalen, die als tentakels over het pleintoneel hellen. In Rotterdam zijn ze door het publiek te bedienen en horen ze bij het instrumentarium van het plein. In Eindhoven zijn ze in hun houding gefixeerd. De mooie gestileerde vormgeving van het plein ten spijt, is het niet gelukt warmte te introduceren op het Stadhuisplein in Eindhoven. Nou, een beetje dan: op de Rode Loper van Mullican en Weiner.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden