beeldende kunst

AMSTERDAM - Op de solotentoonstelling van beeldhouwer Peer Veneman (1952) in het Stedelijk Museum in Amsterdam hangt onmiskenbaar de sfeer van de jaren tachtig. Het gros van het werk dateert van de jaren negentig, maar in mentaliteit blijft Veneman schatplichtig aan de periode waarin hij met beeldhouwen begon.

Het komt vooral door zijn absolute aandacht voor vorm, textuur en huid, terwijl in het huidige decennium juist de ongrijpbare magie van het alledaagse leven - en de positie van de mens daarin - het hoofdthema is.

Nederland heeft nooit een echte sculptuurtraditie gehad, maar in de jaren tachtig kwam toch ineens een groep beeldhouwers op die zich met sculpturen begon te profileren. Kunstenaars als Harald Vlught, Fortuyn O'Brien, Henk Visch, Niek Kemps, Arno van der Mark en Peer Veneman voegden zich met hun beelden naadloos in de geest van de tijd: het op een eigenzinnige manier interpreteren van de beeldtaal van alledaagse objecten. En dan het liefst met uitgesproken materialen.

Het is het hoogtepunt van het postmodernisme, waarin de representatie van de buitenkant almachtig was. Dit betekende niet meteen oppervlakkigheid - al was dat wel een 'formeel' thema - maar erg inhoudelijk waren de beelden vaak ook weer niet. Betekenis kwam in die jaren meestal na de vorm, alle mooie theorieën ten spijt.

Zeker bij beeldhouwers als Visch, Vlught, Fortuyn O'Brien en Veneman was het jongleren met vormen en beeldende archetypes een geliefde bezigheid. Wat ze beoogden was geen proza - in de zin van het vertellen van een anekdotisch verhaal - maar veeleer poëzie om de uiterlijkheden van de wereld op een vervreemdende manier te kijk te zetten.

Peer Veneman is nooit echt losgekomen van deze traditie. Zijn meest recente beeldenreeks 'Zur Blattstellung' (cilindrische objecten met in een regelmatig patroon uitstulpsels) middelt op dezelfde manier tussen organische en kunstmatige vormen als objecten als 'Wie schön ist die Natur' (twee meeldraadachtige uitstulpsels aan een ronde platte plaat) en 'Reclining Nude' (een soort gevouwen punt van een kroontjespen op twee pilaren) uit het begin van de jaren tachtig. Na de minimalistische dogma's van de jaren zeventig maakten Veneman & Co van kunst weer illusie, waarin werkelijkheid en verdichting een rituele dans opvoeren. Dat vaak paradoxale spel speelt Veneman nog steeds.

Het enige opmerkelijke verschil met toen is dat de kunstenaar nu vrijwel uitsluitend met het natuurlijke patina van zijn materialen werkt, waar hij in het begin felle sprekende kleuren gebruikte. Toen was de beeldtaal echt een ratjetoe aan verwijzingen naar voorbeelden uit de werkelijkheid, de kunst en de natuur. Tegenwoordig speelt vooral het contrast tussen organische vormen gevangen in een gecultiveerd - soms banaal - jasje.

Aan het begin van de jaren negentig maakte Veneman een korte flirt met de rituele beeldhouwkunst van niet-westerse volkeren. In die periode leek zijn werk even op een echt ander spoor terecht te komen, maar midden jaren negentig was hij al weer bezig met 'frames', waarin gietijzeren ornamentele motieven de strijd aangaan met effen gladde vlakken. En was Veneman weer terug bij het bespelen van het enorme reservoir aan optische beeldreferenties.

Het is goed dat de jaren tachtig nooit uit het werk van Veneman zijn verdwenen. Zijn zeer aanwezige sculpturen zijn nu een mooi tegenwicht voor de, op zich ook interessante, informele kunst over de zin van het leven, die het werk van de jaren negentig zo kenmerkt. De 'conventionele' beeldhouwkunst blijft zo een stem houden binnen de eindeloze stroom onaanraakbare proceskunst van de huidige generatie.Robbert Roos

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden