beeldende kunst

'Katwijk in de schilderkunst', t/m 30 september in het Katwijks Museum, Voorstraat 46 in Katwijk, di-za 10-12 en 14-17 uur. Cat. met een uitgebreide opgave van de circa 900 kunstenaars die in Katwijk werkzaam zijn geweest ¿ 49,50.

Katwijk heeft zijn schilderachtige karakter in enkele naoorlogse decennia volstrekt verloren. Wat dat betreft heeft Katwijk hetzelfde lot ondergaan dat ook plaatsen als Scheveningen en Zandvoort trof: klakkeloze, vormeloze nieuwbouw bepaalt er de sfeer aan de zee. Wie iets van het oude Katwijk wil opsnuiven, gaat des zomers naar het Katwijks Museum. Dat museum legt zich toe op het tonen van schilderkunst die in het verleden in Katwijk is gemaakt. Tot dit jaar waren dat steeds monografische presentaties, overzichten van schilders die in Katwijk werkzaam waren geweest en in hun onderwerpen recht aan het vissersplaatsje hadden gedaan. Op die trits van exposities is nu een inbreuk gemaakt, in de vorm van een breed opgezet overzicht van vrijwel alle belangrijke schilders die ooit in Katwijk hebben gewerkt.

Haagse impressionisten

Dat loopt van de 17de-eeuwers Jan van Goyen en Jacob van Ruisdael, via romantici als J. H. B. Koekkoek en Salomon Verveer, de Haagse impressionisten Anton Mauve en Jozef Israëls, tot schilders in het begin van de 20ste eeuw. Ook menig buitenlander viel voor de charme die de vissersplaats uitstraalde: de beroemde Brit Joseph Turner en zijn landgenoot William Holman, de Duitse impressionisten Max Liebermann en Gerhard 'Morgenstjerne' Munthe, de Belg Henri Cassiers, ze wisten allemaal de kust te vinden, ook in een tijd dat Katwijk weliswaar aan zee lag maar bij gebrek aan harde wegen nauwelijks bereikbaar was. Kunstenaars van deze tijd ontbreken, om redenen als hierboven vermeld. De meeste schildersactiviteit is samengebald in het laatste kwart van de vorige eeuw. Op dat punt komt de expositie in het Katwijks Museum goed op dreef en kan ze ook de al eerder vergaarde kennis goed gebruiken.

Het dorp trok, behalve tijdelijke rustzoekers, ook een flink aantal vaste bewoners, die alle seizoenen wilden meemaken. Onderwerpen die vooral de 19de-eeuwse schilders steeds maar weer kozen, zijn het boulevardgezicht waarin de Oude Kerk domineert, de werkende bevolking als schelpenvissers en nettenboetsters (door Max Liebermann Netzflickerinnen genoemd), de bomschuiten die bij gebrek aan een haven gewoon het strand opvoeren om daar gelost te worden en de vissershuizen in de toen nog lommerrijke dorpsstraten. Je komt, afgaande op die thema's, tot de conclusie dat het vooral het pittoreske was dat hen in Katwijk aantrok. Maar van dat soort plaatsen waren er wel meer: Domburg, Scheveningen, Bergen, Laren (NH) en Volendam, om over het impressionistendorpje Nieuwkoop maar te zwijgen, zagen een lange rij kunstenaars komen. Wat in Katwijk vooral aanwezig was, is toch het ongerepte geweest: een authentieke bevolking, niet aangeraakt door het grotestadsleven zoals dat in Den Haag, Leiden en Amsterdam was te vinden, een natuur (strand, de zee, de duinen) waar de opkomende industrialisatie nog steeds geen vat op had. Veel schilders hadden dus behoefte aan een terugkeer naar datgene wat op het punt stond te verdwijnen. Ze waren zich, zeker aan het einde van de vorige eeuw, bewust van het feit dat de maatschappij voor grote veranderingen stond en hielden enigszins krampachtig vast aan een romantisch beeld 'zoals het was geweest'. Het is in dit verband veelzeggend dat de 'grote trek' naar Katwijk ophield toen in het begin van de 20ste eeuw de bomschuiten niet langer op het strand liepen, maar een haven vonden. Rond die tijd was het gedaan met de belangstelling van de schilders en trok men naar andere dorpen. Daarmee kwam ook een einde aan de internationale belangstelling voor Katwijk. Die leidde er bijvoorbeeld toe dat in 1901 een internationale tentoonstelling in een heus expositiegebouw kon worden georganiseerd. Het predikaat 'internationaal' moet serieus worden genoemd: er was in dat jaar werk te zien van beeldhouwers als Rodin, Meunier en Minne, schilders als Ensor, Cézanne, Pissarro, maar ook Scandinaviërs en Oosteuropeanen. De vernieuwingsbeweging rond de eeuwwende heeft zich dus in Katwijk overtuigend gemanifesteerd.

De kunst in Katwijk moest het vooral van de kunstenaars hebben die er al woonden. Jan Toorop was zo'n bindende figuur die aan het einde van de vorige eeuw in Katwijk veel collega-schilders aan zich wist te verplichten. Ze kwamen van heinde en ver om met hem van gedachten te wisselen.

Op zijn beurt had Jan Toorop invloed op die collega's: er waren in die tijd heel wat Tooropjes aan de muur te zien. Toorop zelf vernieuwde zich in zijn Katwijkse periode vrij ingrijpend. De expositie laat een van zijn opmerkelijkste doeken uit die tijd zien, 'Dorpelwachters van de Zee', waarin zijn voorkeur voor het pointillisme spreekt. Voor dit schilderij koos Toorop enkele markante figuren uit de Katwijker bevolking, die hij met hun priemende ogen de kijker rechtstreeks laat aankijken. Deze manier van werken had hij tien jaar eerder al eens beproefd in de tekening 'Les Calvinistes de Catwijck', ook wel genoemd 'Hel en Twijfel', waarin een echtpaar uiterst somber voor zich uit zit te staren. Het is een van de eerste keren op deze tentoonstelling dat Jan Toorop in dit gezelschap van vernieuwers oprijst als een van Nederlands grootste schilders van de tweede helft van de 19de eeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden