beeldende kunst

Te zien in Cobra Museum, Amstelveen. Di t/m zo 11-17 t/m 14 april.

Alechinsky, geboren in 1927 te Brussel, studeerde daar boekillustratie en typografie. Het resultaat is vertegenwoordigd met een affiche uit 1949 voor een filmfestival. Nadien heeft hij, zoals in vitrines wordt getoond, diverse literaire werken - waaronder eigen teksten - geïllustreerd, maar dan in zijn rijpe, vrije trant. Van de litho die hij maakte voor zijn tentoonstelling in 1974 in Rotterdam hangt in Amstelveen een gewijzigde druk. Duveltjes op een motorfiets die oneerbiedig omspringen met het stadswapen vervangen hier de tekst.

De kunstenaar is linkshandig, maar tekent soms met beide handen tegelijk. Voor de vrijheid die hij nodig had om zijn persoonlijke trant te vinden was het voorbeeld van de 'logogrammen' - kalligrafisch schijnschrift - van Christian Dotremont, in België de drijvende kracht achter 'Cobra', essentieel. Deze bracht hem ook in de kring van Cobra, waar hij als jongste aanvankelijk de 'broodjeshaler' was. Maar voor nummer 3 van het blad 'Cobra' maakte hij de omslaglitho en hij heeft prenten gemaakt met een tekst van Dotremont. Een dergelijk blad in offset hangt in Amstelveen. Hij heeft er dus wel helemaal bij gehoord.

Zijn levendige werk is een verduurzaamde performance. Men stelt zich onwillekeurig voor hoe hij er mee bezig is geweest. Altijd geeft hij het vlak op zijn minst een sierrand. Vaak vult hij de marges met tekeningetjes zoals die in oude manuscripten wel voorkomen. In de voorstelling is verwantschap met de Belgische striphumor. Hij werkt graag op geografische kaarten en oude paperassen zoals kasboekbladen. De titels verbergen vaak woordspelingen. In 1955 bestudeerde hij in Tokio de Japanse kalligrafie ('Kuifje bij de kalligrafen' zei hij) en maakte er een film over.

Bevrijdend Sinds 1965 is hij een overtuigd acrylist. Zijn triomfantelijke Rotterdamse expositie bestond uitsluitend uit acrylschilderingen. Bij die gelegenheid vertelde hij hoe bevrijdend dit medium voor hem was. Hij had iets tegen 'de rechtopstaande gevechtshouding tegenover het maagdelijke linnen' (Karel Appel had in een film laten zien hoe hij het doek als een bokser te lijf ging). Hij moest niets hebben van 'olieverf die als jam naar beneden glijdt'. Dat schilderen met dit 'materiaal, geschikt om een deur in de grondverf te zetten' hem niet gemakkelijk afging, blijkt uit het pasteuze schilderij 'Autour de la terre' uit 1955 in het begin van de tentoonstelling.

Acryl gaf hem de gelegenheid om met lenige armbewegingen, werkend op liggende bladen, zonder lange droogtijden doorschijnende lagen over elkaar te zetten. Zijn palet van aardetinten werd verrijkt met kleuren als van plantesappen. De schilderijen en prenten stralen levenskracht en plezier uit, al komen er behalve zotskappen en andere grappen ook vurige vulkanen en vervaarlijke gedrochten in voor. Maar het gaat vooral om de voordracht. Zijn moeder was grafologe en hij verklaart dat ook zijn werk allereerst op het schriftkarakter beoordeeld moet worden. Het verband tussen het middendeel en het randwerk is ook hemzelf niet altijd duidelijk.

De expositie omvat ook weinig bekende boekjes van de uitgeverij Fata Morgana en enkele unieke drukken. De litho 'L'eau à la lucarne' uit 1985 is van de grootste nog in gebruik zijnde steen getrokken. Er is geen catalogus, maar het boek 'De taal van Cobra', een fraaie uitgave van het museum, bevat de nodige gegevens in tekst en beeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden