beeldende kunst

Nederlandse portretten uit de 17de eeuw. Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. Di t/m za 10-17; zon- en feestd. 11-17 t/m 7 mei.

Sommige van zijn schilderijen staan abusievelijk nog op naam van zijn Vlaamse naamgenoot Adriaen, maar geleidelijk aan wordt met kunsthistorisch gesnuffel een oeuvre voor hem bijeengeraapt. Zo wordt tegenwoordig een portret dat vermoedelijk de zoon voorstelt van de schilder Paulus Bor en dat voor een werk van Jan de Bray werd gehouden, aan De Bye toegeschreven. Het hangt op de tentoonstelling van 17de eeuwse Noordnederlandse portretten in de Rotterdamse museumcollectie.

Het is een tot nu toe als geheel minder gewaardeerd deel van het museumbezit, dat door de expositie in het licht wordt gesteld. Het museum heeft ongeveer negentig van die portretten. In de regel hangen er maar tien tot vijftien 'op zaal', terwijl van de rond duizend andere oude meesters meer dan een kwart wordt getoond. In deze eeuw zijn ook maar weinig oude portretten aan de verzameling toegevoegd. Belangrijke aankopen op dit gebied: Bol, Hals, Van der Helst, zijn wèl gedaan na de museumbrand van 1864, toen over verzekeringsgelden beschikt kon worden.

Bij de wel altijd in de zaal hangende portretten zijn enkele geliefde pronkstukken. In 1866 is voor tienduizend zeer harde guldens het dubbelportret gekocht van de staalmeester Abraham del Court en zijn vrouw. De welstand van het paar straalt af van de witsatijnen jurk die nog steeds wordt bewonderd. Dit schilderij maakt begrijpelijk dat veel tijdgenoten Van der Helst als portrettist boven Rembrandt verkozen. Ook een jongensportret door Ferdinand Bol behaagt vooral door de stofuitdrukking. Door het kostuum heeft men in de knaap wel een Poolse prins willen zien. De catalogus houdt het nu op Otto, een zoon van de Amsterdamse admiraliteitscommies Dirck van der Waeyen.

Deze identificatie berust op een door de grote pluizer S. A. C. Dudok van Heel gevonden inventaris van Van der Waeyens nalatenschap. Het archivalische onderzoek voor de catalogus van het Rotterdamse museum is overigens voornamelijk verricht door drs. R. E. O. Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Het heeft tot enkele nieuwe identificaties en toeschrijvingen geleid.

In de collectie zijn voornamelijk Hollandse en Utrechtse portrettisten vertegenwoordigd, maar ook Jan Jansz de Stomme die in Groningen werkte. Van hem hangt er een gevoelig paneel met een vijfjarige jongen. Onder de uit het depot opgediepte stukken zijn onaanzienlijke maar ook opmerkelijke werken. Zo is na de reiniging van een damesportret gebleken, dat de door geldgebrek gekwelde en jong gestorven Utrechtenaar Bernhard Zwaerdecroon, van wie weinig schilderijen bekend zijn, over een verfijnde techniek beschikte met zachte contouren die aan het 'sfumato' doen denken waardoor Da Vinci roem kreeg.

Nicolaes Maes is als schilder van elegante portretten nauwelijks herkenbaar in een houterig konterfeitsel ten voeten uit van een echtpaar met kind. Het is uit zijn vroege, Dordtse tijd. Twee eveneens aanwezige latere werken uit zijn Amsterdamse tijd zijn op reis geweest naar Japan. Onlangs waren ze nog te zien bij de 'Gezichten uit de Gouden Eeuw' in de Rotterdamse Kunsthal. Het in Dordrecht geschilderde familieportret heeft iets primitiefs. De sober-deftige figuren zijn lang gerekt en de hoofden zijn smal. Op een doek van Govert Flinck poseert het echtpaar Graswinckel-van Loon erg lusteloos voor een fantasielandschap waar de schilder beter mee uit de voeten kon.

Voor een portret moest men destijds veertig tot zestig gulden neertellen, of zelfs honderdvijftig als men er in volle lengte op wilde. We zien op de expositie dus ongetwijfeld welgestelde, zoniet gewichtige personages. Toch zijn van sommigen de namen verloren gegaan. Een door Cornelis Ketel geschilderd mansportret, waarin men de vermaarde Goltzius meende te herkennen, is ook teruggevallen in de anonimiteit. De rijk geklede, maar triest ogende vrouw op een schilderij van Jurriaen Pool is ongetwijfeld diens beroemdere echtgenote, de bloemenschilderes Rachel Ruysch. Zij verenigde haar drukke beroepspraktijk met de zorg voor tien kinderen - en dat is haar aan te zien.

De wetenschappelijke catalogus (¿ 69,50) maakt deel uit van de reeks waarmee geleidelijk aan alle collecties van het museum gepubliceerd worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden