Beeldende kunst

Invloed. Met ruim honderd prenten van Francisco Goya en Pablo Picasso laat het Rembrandthuis in Amsterdam (Jodenbreestraat 4) vanaf zaterdag zien hoe beide kunstenaars in hun werk werden beïnvloed door Rembrandt. Het is de eerste keer dat de drie meesters naast elkaar worden tentoongesteld. De expositie beperkt zich tot de onderlinge relaties in de prentkunst, maar de invloed van Rembrandt is ook zichtbaar in schilderijen en tekeningen van Goya (1746-1828) en Picasso (1881-1973). Goya zei ooit dat hij maar drie leermeesters had: de natuur, Velàzquez en Rembrandt. De Spaanse kunstenaar kende de Hollandse schilder vooral via zijn prenten, waarvan hij zelf tien exemplaren bezat en er via enkele particuliere collecties kennis van kon nemen. Goya leerde zo hoe ingewikkelde onderwerpen in heldere composities kunnen worden omgezet en hoe het gebruik van licht en schaduw de dramatiek kan verhogen en de uitbeelding krachtiger kan maken. Picasso had veel inspiratiebronnen, maar Rembrandt was een van de grootste. In 1934 maakte Picasso zijn eerste op Rembrandt geïnspireerde werk. Pas de laatste zeven jaar van zijn leven hield Picasso zich intensief met Rembrandt bezig. Picasso ontleedde het werk van Rembrandt grondig, gebruikte de rembrandteske beeldtaal en maakte er een eigen interpretatie van. Tot en met 16 juli.

Verzamelaar. Het Stedelijk Museum in Amsterdam blijft Museum Overholland op vrijwel permanente basis onderdak geven. Zoals bekend ging Overholland enkele jaren geleden 'extra muros'. Na de sluiting van het gebouw aan het Museumpark betekende dat het museum steeds een nieuw onderdak voor wisselende tentoonstellingen ging zoeken. In het Stedelijk staat de komende maanden het prentenkabinet aan weerszijden van de grote trap Overholland ter beschikking. Onder de titel 'Face to Face' richt Overholland een tentoonstelling in van (zelf)portretten van hedendaagse kunstenaars. Daar zijn namen onder van Philip Akkerman, Georg Baselitz, Willem de Kooning, Gerhard Richter, Luc Tuymans en Martin Disler. T/m 18 juni.

Nog een verzamelaar. Ook in Nederlands meest noordelijke provincie Groningen wordt flink verzameld. Zo laat Museum de Buitenplaats in Eelde (Hoofdweg 76) de veelomvattende collectie van Cees Röling zien. Deze Röling, een achterneef van de bekende schilder Matthijs Röling, heeft zich net als het Eelder museum trouwens, toegelegd op kunst met een hoog realistisch gehalte. Röling laat in Eelde werken zien van de schilders Matthijs Röling en Jean Rustin en de Vlaamse keramist José Vermeersch, die de harde kern van de collectie vormen. Daarnaast toont hij doeken van G.V.A. Röling, de Deense fijnschilder Dennis Mögelgaard en de Franse surrealiste Léonore Fini. T/m 2 juli.

Lezingen

Symboliek. In de aanloop naar Goede Vrijdag en de Paasdagen geeft Paul Bröker volgende week woensdag in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden (Vorstenburg 1) een lezing, waarin hij ingaat op de symbolische betekenis van kunst die de dood en de opstanding van Christus verbeeldt. Volgens Bröker zijn vele kunstvoorwerpen met thema's rond de opstanding van Christus pas goed te begrijpen wanneer men vertrouwd is met de bijbelverhalen en de apocriefe literatuur. In zijn lezing legt hij de theologische verhandelingen over het onderwerp uit in samenhang met de symboliek die in verband met de kunstwerken wordt gebracht. Aanvang 20.00 uur.

Plafonds. Voor de tweede keer wordt in het Bijbels Museum in Amsterdam (Herengracht 366) een lezing gehouden die ingaat op de expositie van de 17de eeuwse plafondschilder Jacob de Wit 'In de wolken'. Organisatrice Hinke Bakker spreekt aanstaande zaterdag in het museum (aanvang 15.00 uur) over 'goden, helden en seizoen' in de plafondschilderingen van De Wit. Zoals bekend staan op de expositie de plafondschilderingen centraal die onlangs na een restauratie van het interieur van het Bijbels Museum weer zichtbaar werden. De Wit verbeeldde in die plafonds talloze goden en helden uit de Griekse en Romeinse mythes. Die dragen allemaal een betekenis, die de kijker van vandaag nauwelijks meer weet.

Theater

Choreografie van de straat heet het project dat voormalig Dogtroeper Lino Hellings samen met producent Rieke Besjes op het Amsterdamse NS-station Sloterdijk ensceneert. Vrijwilligers laten zich door Hellings via oortelefoontjes instrueren, en spelen hun voorstelling temidden van de passanten, wachtenden en hangenden in de stationshal.

De groep van steeds zeven spelers weet van niets. Ze moeten zich met de metro- en treinpassagiers mengen, mogen als groep met min of meer afwijkend gedrag opvallen, maar niet in de massa dissoneren. ,,In feite bent u een gewone reiziger, die soms iets in een grotere herhaling doet dan anders en soms iets langer stilstaat dan normaal'', introduceert Hellings' serene stem door de oordopjes. De vrijwilligers zullen leren dat tijd relatief is, want twee volle minuten popcorn oprapen, verstrijken aantoonbaar sneller dan twee minuten stilstaan.

Andersom is het aan de stationsbezoekers om te ontdekken dat er een groep mensen aanwezig is die synchroon handelt, beweegt, roept, popcorn uit een beker drinkt, individueel en uitsluitend op de donkergrijze tegelbanen van de stationshal loopt of roerloos stilstaat. Die stationspassanten moeten niet gehaast of anderszins verstoord zijn, want dan zien ze niet dat zeven mensen op verschillende plekken tegelijkertijd hun schoenveter knopen, of een sok ophalen in het geval ze veterloze schoenen dragen. Of tegelijkertijd hun ooghoeken schoonmaken, het haar kammen en de tong langs de tanden laten glijden in de spiegeling van een restauratie- of loketruit.

Het intrigerende aan deze elegante en bescheiden openluchtvoorstelling (of je nu toeschouwer of speler bent) is dat gebruikelijke lichaamstaal ongebruikelijk wordt zodra die door zeven personen tegelijkertijd wordt uitgevoerd. Lino Hellings houdt haar straatchoreografie integer, zij wil 'niet alles ontmaskeren' en al helemaal niet choqueren. De spelers worden ook verordonneerd om een willekeurige reiziger op afstand na te bootsen, maar: ,,Overdrijf niet. Onthoud dat de choreografie nu juist moet zijn uitgegumd.''

Via de walkman schrijft zij haar spelers voor 'op te gaan in de massa', een gratis krant uit te delen (die de stationsbezoekers accepteren alsof de spelers werkstudenten zijn) of met een bos bloemen bij de ingang vergeefs, drentelend, om de eigen as draaiend en met verwachtingsvolle blik in de ogen op een geliefde te wachten. Een lezende wandelaar dirigeert Hellings binnen een paar seconden tot een swingende krantenlezer, die je op elk perron wel eens maar nooit als groep tegenkomt. Er worden jassen geruild, raadselachtige woorden gesproken ('loipos / nie / foh / mooitasienago'), er rollen opeens zeven guldens door de stationshal.

Passagiers van station Sloterdijk die eens één of meer treinen laten schieten, en in plaats daarvan wat toeschouwend lanterfanten, zullen ontdekken hoe onbezorgd, maar gedisciplineerd terloops Lino Hellings' 'Choreografie van de straat' is.

'Choreografie van de straat', Amsterdams NS-station Sloterdijk, 13 t/m 15/4, steeds van 9 tot 10 uur, 10.30-11.30 uur, 12-13 uur, 13.30-14.30 uur, 15-16 uur.

Literatuur

Hervertellingen 1 Het requiem. Is er dan niets meer heilig? Is er dan niets meer onvergankelijk? In deze snelle tijden waarin vernieuwingen elkaar razendsnel opvolgen, staat stichting Perdu in Amsterdam even stil en kijkt achterom. In haar nieuwe serie hervertellingen wijdt Perdu op vrijdag 14/4 een literaire avond aan het requiem. De tekst van het requiem werd vijf eeuwen geleden vastgelegd. Vele componisten hebben de tekst getoonzet. Het eerste deel van de avond staat in het teken van de muziek: Michael Zeeman zal aan de hand van minder bekende muziekfragmenten de rijkdom van de requiemtraditie aanschouwelijk maken. Het tweede deel van de avond is gewijd aan het woord: een viertal dichters heeft zich laten inspireren door de tekst van het requiem. Erik Lindner, Ilja Leonard Pfeijffer, Rob Schouten en Anna Vegter dragen hun poëtische hervertellingen voor.

Ida Gerhardt. Op 14/4 is er in Leiden een dag gewijd aan de 'Keizerin van de Nederlandse Letteren,' zoals Jeroen Brouwers Ida Gerhardt ooit noemde. Diverse sprekers, onder meer Willem Jan Otten, F. Berkelmans, J.D.F. van Halsema, zullen spreken over facetten in haar werk. Er zal passende muziek ten gehore worden gebracht en Gerhardts gedichten worden gedeclameerd. Vanaf 10.00 uur, Lokhorstkerk, Leiden.

Gerrit Kouwenaar. 'De tijd staat open'. Dit is de titel van een van Kouwenaars beste bundels. Het is bovendien de titel van het sterkste gedicht hieruit. Terecht dus dat de Stichting Beeld & Taal een hele dag wijdt aan enkel dit gedicht. Behalve interpretaties en muziek zal de meester zelf het gedicht komen voordragen. Dit alleen al moet een reden zijn de dag vrij te houden en het gedicht van te voren uit het hoofd te leren. Grote Kerk Breda, 15/4, 's middags van 14.30-17.00, 's avonds van 19.30-22.00 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden