beeldende kunst

Te zien t/m 7 september, di-za 10-17 uur, zon- en feestdagen 11-17 uur. Brochure.

ROBBERT ROOS

Voor een tentoonstelling die over architectuur als uitdrukkingsmiddel van de menselijke identiteit gaat is er verrassend weinig architectuur te zien. Eén maquette slechts telt de tentoonstelling, voor de rest zijn er schilderijen, fotowerken, beeldhouwwerken, tekeningen, kunstnijverheid en bladen grafiek. Concrete gebouwen zijn ook niet het onderwerp van onderzoek. De 'plaatjes' worden ingezet om een filosofisch verhaal te vertellen: hoe hebben kunstenaars in de laatste vijf eeuwen de mens en zijn architectuur verbeeldt en wat zegt dit over de identiteit en het gedachtengoed van diezelfde mens. Bouman noemt 'Egotectuur' zelf een 'essaytentoonstelling'. Je zou het echter ook een 'denktentoonstelling' kunnen noemen. Met een didactisch tintje.

Bij binnenkomst op de tentoonstelling is meteen duidelijk dat wijzelf eigenlijk het allerbelangrijkste expositiestuk zijn. Zes spiegels staan strategisch opgesteld in de zaal, zodat we steeds onszelf naast de geëxposeerde werken zien. De spiegelingen zorgen er ook voor dat we de tentoonstellingszaal niet in één keer kunnen overzien. Het is een labyrint van beelden met een soort catwalk als enige oriëntatie.

Bouman onderscheidt op zijn expositie vier periodes, die hij apart definieert: de beschrijvende fase van de Renaissance en het Humanisme (de mens als het centrum van de wereld, wat zijn weerslag vindt in het architectonische centraalperspectief in de teken- en schilderkunst), de reflectieve fase tijdens de Verlichting (de ontwikkeling van het individuele karakter van de mens, gevisualiseerd door zeer persoonlijk ingevulde decors), de speculatieve fase in de twintigste eeuw (de opkomst van de psychologie, met de architectuur als een ideologische ruimte) en de transcendente fase waarin we volgens Bouman nu zitten (mens en gebouw ontsnappen aan hun skelet).

Het is geen lichte kost die Ole Bouman ons voorschotelt. De getoonde kunstwerken zijn geen letterlijke illustraties van de thema's. Ze vertegenwoordigen een filosofische opvatting (een portret van René Descartes, een tekening van Plato's grot door Pieter Saenredam) of staan symbool voor een bepaalde mentaliteit (de theatrale etsen van Romeinse ruïnes door Piranesi, een popart-werk van Tony Burgering). Bouman verwacht bij de bezoeker een behoorlijke literaire en (kunst)historische kennis, zodat deze alle nuances, theoretische associaties en dubbele bodems ook werkelijk kan vatten en duiden. Over de manier waarop de concrete gebouwde omgeving het menselijk handelen én de gemoedstoestand van de in die ruimtes verblijvende mens beïnvloedt, doet de tentoonstelling helaas geen uitspraken. Alles blijft vrij abstract en filosofisch.

Om de expositie niet louter plaatjes aan de wand te laten zijn, heeft Bouman inrichting en route tot autonoom 'expositieonderdeel' gemaakt. Hij bespeelt het gemoed van de kijker zelfs al, nog voor deze de zaal heeft betreden. De opmaat voor de tentoonstelling zijn een schilderij van Francis Bacon (een vage schim in een even vage abstracte kamer) en een zeefdruk van Dick Bruna (een venster met een vaasje bloemen). Vervolgens komt een antichambre met een korte video: beelden van de monnik/architect Dom Hans van der Laan die zorgvuldig kiezels naar grootte sorteert, afgewisseld met bweelden van de ontploffing van de Space-shuttle Challenger in 1986. Natuur versus technologie. De simpelheid van geest en ruimte versus de poging van de mens om boven het aardse uit te stijgen. De toon is gezet, de tocht kan beginnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden