beeldende kunst

Centraal Museum, Utrecht t/m 10 sept., cat. 75 gulden.

Kleine bronzen staan ordeloos op een tafel of, nauwelijks zichtbaar, op kastplanken. Josephine gaf de kunst liever de ruimte in haar modern, met stalen meubelen ingerichte deel van het door beiden bewoonde ouderlijke huis aan de Oudegracht.

Dat huis is, na beider overlijden, van 1967 tot 1979 museum geweest. Er kwamen jaarlijks niet meer dan honderd bezoekers. Sinds 1980 is de verzameling in het Centraal Museum als bruikleen. De bijna zeshonderd voorwerpen, waaronder zilveren miniatuurtjes en wat glas zowel als een landschap van Carel Willink, zijn door een groep Utrechtse kunsthistorici gecatalogiseerd. Het Centraal Museum heeft daar een aantrekkelijk boek van gemaakt; het eerste in een reeks van tien over de verzamelingen.

Kort voor de Tweede Wereldoorlog kocht Josephine in een kunsthandel het schilderij 'De aardappelrooiers' van Van Gogh. In 1955, toen zij 65 jaar was, verkocht zij deze weer. Van de opbrengst schafte ze zich een appartement aan in de Oranjeflat in Scheveningen.

De Van Baarens hielden nog vier vroege schilderijen van Van Gogh over. Die uit zijn Franse tijd waren buiten hun bereik, evenals de grote impressionisten. Als Nederlandse liefhebbers vergenoegden zij zich met stillevens van Bonvin, Ribot en Fouace en dromerijen van Fantin-Latour, Monticelli en Raffaëlli. De kunstliefde van de Van Baarens hield maat; ze betaalden nooit excessief hoge prijzen en ze kozen voor huiselijke formaten.

In 1925 kochten zij bij een Utrechtse antiquaar enkele Japanse prenten, die zij op een kamerscherm prikten. Zij deden hun aankopen bij solide kunsthandels. Hun laatste aanwinst was een vrijwel niet-figuratief werk uit 1959 van A. Bitran, een Turkse Parijzenaar die bij Nova Spectra in Den Haag exposeerde.

In 1938 voldeed Josephine een Diaz de la Pena van 5500 gulden ten dele met drie andere werken uit haar verzameling, waaronder een Signac. Blijkens documenten in een vitrine kwam zo'n ruil wel meer voor. Daarbij 'sneuvelden' Van der Lecks uit de 'stal' van de Haagse kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar. Ze waren misschien àl te modern bevonden. Enkele abstracte werkjes van Herbin werden wèl gehandhaafd.

In de jaren vijftig, toen de Barbizon- en Haagse Schoolkunst sterk in prijs was gedaald (totdat Pieter A. Scheen de stoot gaf tot een herwaardering) groeide de collectie met soms wel twintig stukken op één dag. Het doel was toen kennelijk, een museabel geheel te vormen, in bescheiden navolging van de Kröller-Müller collectie.

Kunst moest zich wel goed gedragen in huize Van Baaren. Een kwart van de collectie bestaat uit stillevens. Iets dat kon onthutsen - het naakt bijvoorbeeld- komt niet voor. Het uiterste aan sociaal-realisme is het schilderij 'Bistro' van Charley Toorop. Van sommige schilders (De Chirico, Isaac Israels) is er werk dat voor een museum niet voldoende representatief is. Daarentegen is er een fijn, dromerig 'Liefdeseiland' van Daubigny bij en een mooie avondstemming van Willem Maris. De collectie weerspiegelt aardig de smaak van kunstminnende, welgestelde Nederlanders in de eerste eeuwhelft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden