beeldende kunst

'Wunderkammer', t/m 10 april in Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam, open di t/m zo 12-17u. Catalogus op video f 10.

Wat zeiden de bezoekers van het Stedelijk museum afgelopen winter over de Kamasutra-standjes van Jeff Koons en Cicciolina in Venetiaans glas? Prachtig, omdat het zo mooi van kleur en zo fantastisch knap geblazen was. Net als zijn opblaaskonijn in roestvrij staal een glanzend staaltje vakmanschap. Voor een maximum aan overtuigingskracht laat Koons dit soort dingen uitvoeren door de beste ambachtslui.

Zeldzaamheden, vreemde zaken en sterke staaltjes hebben hun eigen fascinatie. In een van de vitrines in Arti liggen enorme, glazen koelelementen uit de jaren zeventig. Ze worden niet langer gebruikt, maar zijn nu interessant als object omdat het zulke ingewikkelde hoogstandjes van glasblaaskunst zijn. Net als het schilderij van de Italiaanse manierist Arcimboldo - een uit groenten en fruit gecomponeerd portret dat meester-patissier Cas Smiers speciaal voor deze tentoonstelling minutieus in marsepein kopieeerde - een meesterlijk staaltje van banketbakkerskunst vormt.

Kunst, techniek, wetenschap en vakmanschap stonden in de 16e- en 17e-eeuwse Wunderkammers of 'kabinetten van zeldzaamheden' op een lijn. Je verbazen over mens en natuur, over Gods fantasie en ordeningsprincipes en over de kennis en het vernuft van de mens was de grondslag van deze wetenschappelijke studieverzamelingen.

Reggy Gunn (1959) appelleert anno 1993 aan hetzelfde. In zijn 'Wunderkammer' combineert hij hedendaagse kunst, preparaten en naturalia met staaltjes knap maakwerk en techniek uit de 20ste eeuw.

Dit keer zijn de objecten in de vitrines geen Surinaamse vlinders of Oostindische oceaanschelpen; de meeste daarvan zijn nu te algemeen bekend om nog tot de verbeelding te spreken. Gunns selectie, zoals de serie devotielampen met ingebouwde symbolen uit de verschillende wereldgodsdiensten, kan verre werelden nu echter op een vergelijkbare manier representeren als de schelpen destijds. En een-ogige baby's worden tegenwoordig nog wel degelijk geboren, al geloven veel mensen van niet. Gunn leende voor zijn tentoonstelling een aantal van deze cycloopjes in potten op sterk water uit de collectie van het Amsterdamse museum Vrolik. Levensecht, maar tegelijkertijd zo bevreemdend dat je twijfelt, zeker in deze context van kunst en curiosa.

Vlinders

Gunns 'Wunderkammer' is niet zomaar een bijeengeraapt zootje rariteiten. Door de combinatie van voorwerpen ontstaan kruisverbanden. En passant stipt deze tentoonstelling zo allerlei actuele thema's uit de hedendaagse kunst aan. Hoe beinvloeden verschillende kunstwerken elkaar, in hoeverre manipuleert de tentoonstellingsmaker door zijn keuze en presentatie de inhoud van een kunstwerk? Gunn schiep in zijn 'Wunderkammer' een bizarre context. Hans Hovy's perfect afgewerkte houten objecten, die het midden houden tussen gezelschapsspellen en meetinstrumenten, doen het uitstekend in deze omgeving van echt en onecht en van in cultuur getransformeerde natuur, net als Gunns eigen anamorfose van een zwerm blauwe vlindertjes, die samen een portret van koningin Beatrix vormen.

Woody van Amens 'De overwintering van Willem Barentsz op Nova Zembla' (1968-69) (een metalen kast, afgebiesd met lijnen neonlicht en gevuld met stro dat door ramen zichtbaar is) is een prachtige verbeelding van de milieuproblematiek en de overheersing van de natuur door de mens. Gunn heeft gekozen voor een fascinatie en laat de getoonde kunst daardoor in zijn waarde, zonder dat het illustraties bij zijn idee worden.

Vorig jaar had het Amsterdams Historisch museum een tentoonstelling van rariteitenkabinetten, met voorwerpen uit Nederlandse collecties uit de 17de eeuw. Het leuke aan deze expositie was niet alleen het curiositeitsgehalte van de walvispenissen of de ingenieus besneden nautilusschelpen, maar het feit dat deze zaken anno 1992 opnieuw reden tot verbazing, fascinatie en verbeelding konden geven.

In Gunns 'Wunderkammer' gebeurt dat ook. In sommige opzichten denken wij helemaal niet zo anders dan de 17de-eeuwse mens. Computerprogramma's, chips, sensoren en synthesizers zijn de 'vreemdigheden' van de 20ste eeuw. Evenals kunst en curiosa doen ze een appel op het denken, voelen, kijken en ervaren. Dat computervirussen zichzelf vermenigvuldigen en zelfstandig eigenschappen ontwikkelen, is net zo fascinerend en beangstigend als het idee dat robots zelfstandig kunnen reageren.

Realiteit is het binnenkort ook: de robotmier van Peter van Lith op de tentoonstelling is een voorstudie van een model, dat kan leren en beslissingen nemen, en voor Marsonderzoek gebruikt gaat worden. In een maand of twee is het klaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden