beeldende kunst

T/m 12 juni in het Centre europeen de communication et d'echanges, Avenue du Marechal Leclerc, Arras. Wo-za en ma van 10-12 en 14-18 uur, zo 10-12 en 15-18 uur. Zelfde toegangstijden voor het Musee des Beaux-Arts, 22 Rue Paul Doumer in Arras, dat op 1, 8 en 23 mei in tegenstelling tot de expositie gesloten zal zijn. Cat. 520 Ffrs (ca. f l73,30). Van 1 juli t/m 30 september is de expositie te zien in het Musee des Augustins in Toulouse.

CEES STRAUSS

Een van de aanwezigen, Claude Vignon, is een nadere kennismaking waard. In de 17de eeuw behoorde hij tot de meest gezochte schilders; net als Claude Lorrain, Simon Vouet en Nicolas Poussin die met een leeftijdsverschil van slechts weinige jaren zijn tijdgenoten waren, werd zijn werk gezocht door koningen, kardinalen en prelaten. Claude Vignon, die leefde van 1593 tot 1670, schilderde vrijwel uitsluitend heiligen, bijbelse en mythologische voorstellingen. Althans, dat laat de Franse expositie zien, die helaas enigszins eenzijdig is samengesteld.

Anders dan wat waarschijnlijk van hem werd verwacht, namelijk het voldoen aan stereotiepe beelden van die heiligen, was Vignon een knap psycholoog die elke geportretteerde van een karakter voorzag. Dat is de reden dat Vignon ook nu nog zo'n aantrekkelijke schilder is, hij oogt modern, zijn visie op de mens is in niets gedateerd.

Het is niet in het museum in Arras dat Vignon met een grote tentoonstelling uit een relatieve onbekendheid wordt gehaald. Het museum is net zo'n statisch gebouw als je overal vindt in Frankrijk, waar de schilderijen zelden of nooit van de wand komen. Sinds drie weken staat vlakbij het station een nieuw gemeentelijk dienstencentrum dat de weidse titel van Europees centrum voor communicatie en uitwisseling heeft gekregen, in feite niet meer dan een verzameling kale wanden. Met een monografische presentatie wordt Vignon uit zijn context gehaald (een bezoek aan het museum blijft derhalve aan te bevelen, een wandeling van een dik kwartier door de historische binnenstad), waardoor een enigszins vertekend beeld van hem wordt gegeven. Want Vignon is geen op zichzelf staande grootheid, je moet zijn werk kunnen vergelijken met zijn tijdgenoten om zijn specifieke kwaliteiten te leren.

Wat goed is, komt snel. Dat gezegde gaat zeker op voor Claude Vignon. Hoewel uit zijn jonge jaren weinig bekend is, valt uit de schaarse bronnen op te maken dat hij al op 23-jarige leeftijd voor meesterschilder in Parijs mocht doorgaan. Hij was toen al ergens omtrent zijn 16de levensjaar (!) in Rome geweest om daar aan de nieuwe schilderkunst te snuiven.

Nonchalant

Zijn bezoek aan die stad moet zeer vormend hebben gewerkt, het vroege werk ademt helemaal de sfeer van het caravaggisme uit. Het leidde, in 1617, als hij pas 24 jaar oud was, al meteen tot een van de topstukken uit zijn oeuvre. In 'De marteldood van Mattheus' laat Vignon met een bijna nonchalant gemak zien wat hij allemaal kan. Hij durft dan de meest veeleisende perspectieven neer te zetten, een voorstelling vol drama en emotie die er met de rijke schaduwwerking ook heel gepassioneerd uitziet. In dezelfde periode maakte hij ook het portret van de jonge zanger, een van de populairdere doeken die in het Louvre in Parijs is te zien. Ook in dit portret is de invloed van Caravaggio terug te vinden, maar Vignon doet er meer in dan alleen een levendige karakterisering met behulp van een geraffineerde weergave van licht en donker. Juist in dit doek liet hij zien over een fraaie, losse toets te beschikken, het vrije en weinig manieristische gebaar niet te schuwen. Het is diezelfde toets die bij Frans Hals terug te vinden is, de Vlaamse schilder die met zijn heerlijk losse gebaar op dat moment in de Noordelijke Nederlanden al zo beroemd werd.

Dit portret en de Hl. Mattheus laten zien wat Vignon steeds wilde: geen navolging van academische eisen, geen statische en keurige weergave van een voorgeschreven opdracht, maar een werkelijke interesse in zijn onderwerp dat hij naar eigen inzicht aanvatte. Zou hij in navolging van Caravaggio ook zijn modellen van de straat hebben opgepikt? Sommige kerkvaders gaf hij naakt weer, hun huid diep verbrand, de spieren goed ontwikkeld alsof ze dagelijks met zware fysieke arbeid bezig waren. Ze lijken zo uit het leven geplukt, een van de redenen waarom Vignons schilderijen zo levensecht ogen.

Eenmaal gesetteld in Parijs wist de jonge Vignon in rap tempo tot de hoogste kringen door te dringen. Zijn sociale instelling stelde hem in staat met iedereen bevriend te raken, wat tot resultaat had dat hij al snel goed in zijn opdrachten zat. Hij werd kamerheer van koning Lodewijk XIII en beschermeling van kardinaal Richelieu, politiek en religieus gezien minstens even invloedrijk als de vorst. Toen de kardinaal in 1643 stierf, vermeldde de inventaris dat Vignon hem zeven grote schilderijen, die als ontwerp voor tapijten moesten dienen, zou leveren. Het is niet de enige keer dat hij zo'n omvattende opdracht zou krijgen. Toen in 1645 kardinaal De La Rochefoucauld stierf, kreeg Vignon de uiterst eervolle opdracht om de decoratie van de begrafenis te verzorgen. En tussen 1651 en '53 mocht hij voor de hertog van Longueville maar liefst elf doeken vervaardigen voor zijn kasteel in Thoirigny-surVitre, dat evenals het immense kasteel van Richelieu in de gelijknamige stad in de Poitou is verdwenen.

Voor tal van Parijse kerken maakte hij altaarstukken, als schilder is hij vooral gezocht voor zijn heiligenportretten. Die overheersen ook op de tentoonstelling, Ambrosius als zijn meest geliefde onderwerp, maar ook Antonius, Augustinus, Bartolomeus en Catharina beeldde hij meer dan eens uit. Zijn werkwijze werd gaandeweg een beetje stereotiep: vaak kijk je van onder tegen de kop aan, een stijlmiddel om de vaderlijkheid en wijsheid van de geportretteerde monumentaliteit te verschaffen.

Hoe snel Vignon daarin is gerijpt bewijst het historietafereel uit 1629, dat koning Croesus laat zien op het moment dat een boer uit Lydie zijn belasting moet voldoen. Vignon schilderde de rijkaard als een aartsvader die met zijn gebiedende vinger het hele doek beheerst, terwijl de boer met een hartverscheurende blik zijn geldzak leegwringt. Een dergelijke voorstelling laat zien wat hij allemaal kon: de mensen levendig geensceneerd, hun kleding prachtig weergegeven, elk van een eigen karakter voorzien, alles zo levensecht als voor die tijd maar kon.

De tentoonstelling in Arras laat weinig portretten van tijdgenoten zien. Portretten van Franse en Spaanse vorsten, adellijke dames en de paar kardinalen die hij heeft weergegeven, ontbreken helaas in Atrecht. Het had het beeld dat nu van Vignon ontstaat, zeker kunnen beinvloeden; Vignon was meer dan een religieuze schilder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden