beeldende kunst

Russische avant-garde 1900-1930: de Tsjoetnowsky-collectie. Het Paleis, Lange Voorhout 74 Den Haag. Di t/m zo 11-17 t/m 23 apr. Cat. ¿ 49.

De expositie biedt de gelegenheid, onze kijk op 'Russische avant-garde 1900-1930' wat te verruimen. Er hangen enkele niet eerder buiten Rusland getoonde schilderijen van beroemde kunstenaars, onder wie Chagall en Malewitsj. Maar van hen en andere groten kennen we al belangrijker werk. De expositie is vooral interessant omdat ze ook iets laat zien van niet in het Westen bekende kunstenaars.

Er is bijvoorbeeld een op karton geschilderde voorstelling van een vos aan een ketting. Ze werd in 1913 voor een expositie in Moskou uitverkoren door Larionov, een van de voormannen van de avant-garde. Larionov zelf is in Den Haag vertegenwoordigd met een doek in zijn typische, rayonistische trant: een warreling van kleurschichten. De naïeve schilder van de vos was een autodidact, de in 1918 overleden Nikolaj Pirosmanasvili in Tbilisi.

De waardering voor zijn ongekunstelde kunst is symptomatisch voor het rusteloze zoeken door vooruitstrevende kunstenaars. Bij hun streven naar vernieuwing keken zij zowel naar de eigen volkscultuur en oude iconen, als naar nieuwe kunst in Frankrijk, Duitsland en Italië. Ook elders zocht men buiten de academische kunst nieuwe impulsen. In Parijs lieten sommige kunstenaars zich vooral inspireren door voorwerpen uit Zwart Afrika en in München door volkse achter-glas-schilderijtjes.

In Rusland kopieerde Natan Altman oude reliëfs van joodse zerken. Van hem wordt in Den Haag een schets getoond voor zijn beroemde doek 'Joodse begrafenis'. Natalja Gontsjarowa, een leerlinge van Larionov, is vertegenwoordigd met drie schilderijen die sterk van elkaar verschillen. Eén is in een bijna non-figuratieve, rayonistische trant; een ander verbeeldt een 'Ganzenvangst'. Voordat ze rayonistisch ging werken, exposeerde zij samen met Larionov en Burliuk in 1908 'neo primitivistisch' werk. Ze vonden hun motieven in borduursels, volksprenten en zelfs de figuren van koekjes (pryaniks).

Van El Lissitzky, die in het Amsterdams Stedelijk Museum ruim vertegenwoordigd is, hangt in Den Haag een klein werkje. Met zijn collega Ryback heeft hij een studiereis langs synagogen gemaakt. In 1919 had hij zijn eigen abstracte trant gevonden, die hij suprematisme noemde. Hij had contacten met Dada, De Stijl en het Bauhaus, maar tekende in de jaren 1917-'21 nog plaatjes voor kinderboeken. In de jonge Sovjet-Unie wilden kunstenaars in het maatschappelijk leven functioneren met praktisch, ook propagandistisch werk. Die behoefte kan ook de late terugkeer van Malewitsj naar de figuratie verklaren. De manier waarop hij de figuur schilderde, is in Den Haag herkenbaar in zijn 'Bloemenmeisje'.

Kacheltje

Van Tatlin, die zowel gebruiksvoorwerpen zoals een kacheltje construeerde als abstracties, hangt in Den Haag een aquarel, een naakt in kubistische trant. De tentoonstelling maakt benieuwd naar meer werk van enkele buiten hun land weinig bekende kunstenaars, onder wie Robert Falk. Van hem hangt er een dubbelportret met fijne toongradaties. Chagall, die in de begintijd van de Unie een academie op touw zette in Vitebsk, trok Falk als docent aan, evenals Ivan Puni. Deze ging zich in Parijs Jean Pougny noemen. Hij is in de expositie onder beide namen te vinden. Chagall moest zijn functie in Vitebsk opgeven omdat hij volgens Malewitsj te veel aan het achterhaalde joodse verleden vasthield.

Moderne kunst vormt ook in het hedendaagse Rusland nog een even onbehaaglijk als geliefd bezit. De erven van Tsjoetnowsky mogen de collectie wel tonen maar niet in het buitenland verkopen. Intussen kan een galerie als Gzmurzynka in Keulen zich er toch in specialiseren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden