beeldende kunst

T/m 2 maart in het Van Goghmuseum in Amsterdam, dag. 10-17 uur, gesl. 1 jan. Cat. uitgave Waanders, Zwolle, ¿ 57,50 (ingen.), ¿ 79,95 (geb.).

De 'Britse' Fries is vanwege die kritiek driekwart eeuw uit de musea geweerd, maar zijn werk beleeft tegenwoordig een ware revival. Het Van Goghmuseum in Amsterdam vervolgt nu een eerste aanzet die Museum Het Princessehof in Leeuwarden in 1974 gaf. Toen, in Alma-Tadema's thuisland, een introductie, nu na meer inzichten in zijn werk een retrospectieve in Amsterdam.

Het werk van Alma-Tadema deelt in de belangstelling voor een bijzondere schilderkunst die lange tijd als wezenloos en suikerzoet is afgedaan. Om die reden moet je nog altijd wachten op een retrospectieve van Franse salonschilders als Chasseriau of Gérome, van Duitsers als Von Stuck of Böcklin, de Britse symbolisten en pré-Raphaëlieten.

Zij waren niet met hun eigen tijd bezig, maar verbeeldden onderwerpen uit een ver verwijderd verleden. Daar kozen ze een vormgeving en uitdrukking bij die typerend voor die tijd was. Dat wil zeggen een klassieke, traditionele aanpak, die voldeed aan de eisen die op de kunstacademies werden gesteld.

Alma-Tadema (1836-1912) was tijdgenoot van Cézanne, Van Gogh en Gauguin, hij beleefde de opkomst van impressionisme en post-impressionisme en moet zelfs van het expressionisme hebben geweten. Van al die stromingen is in zijn werk niets terug te vinden. Zijn onderwerpen spelen zich af in de Oudheid, zijn scènes worden bevolkt door Antieke keizers, door farao's of weelderige vrouwen in Griekse termen.

Van een politieke visie op die tijd was echter evenmin sprake. Alma-Tadema werd tijdens zijn leven verweten dat hij uitsluitend koos voor de oh zo decadente bladzijden van de Oudheid en nauwelijks oog had voor de dramatische tijden die zijn vorsten doormaakten.

Dergelijke onderwerpen moest een op de historie ingestelde schilder in de vorige eeuw toch zeker uitbeelden. Van zijn landgenoten Arij Scheffer en Charles Rochussen was dat inderdaad te verwachten, maar bij Alma-Tadema ging het meer om het sentimentele, het volksachtige en het geile, dat hij smeuïg neerzette.

Onhollands was Lawrence Alma-Tadema in veel opzichten. Geboren als Lourens Tadema in het Friese stadje Dronryp, toonde hij al op jeugdige leeftijd over grote talenten te beschikken. Zijn voorkeur voor de academie in Antwerpen, waar hij 16 jaar oud naar toe ging, zegt al veel over zijn latere keuzes. In Antwerpen kreeg hij les van Henry Leys, die met zijn archaïsche historieschilderkunst diepe invloed op hem zou hebben.

Maar ook zijn tweede leraar in Antwerpen, de schilder en archeologie-docent Louis de Taeye, opende de jonge Tadema de ogen voor de kunst van de Antieken. Tadema raakte gefascineerd door de tijd van de Merovingen en Franken, destijds een nauwelijks ontgonnen terrein in de geschiedenis. Voor zijn eerste belangrijke schilderij koos Tadema de Merovingische tijd. Het werd 'De opvoeding van de kinderen van Clovis', tegenwoordig erkend als de stamvader van de Franse vorsten. Zijn leermeester Leys brak het schilderij bijkans af door te stellen dat het marmer meer weg had van kaas dan van een gesteente. De jonge schilder, duidelijk aangeslagen, zwoer dat hij voortaan beter marmer zou schilderen; het zou zelfs zijn specialisme worden. Toch zijn het zijn reizen naar Italië geweest, die hem op het spoor van de Antieken brachten.

In Nederland had Tadema weinig succes. Er was één land waar zijn werk wèl werd verkocht en dat was Engeland. Nadat hij weduwnaar met een paar kleine kinderen was geworden, besloot hij in 1870 zijn geluk in Londen te beproeven. Het werden zijn beste jaren: zijn schilderijen werden er massaal afgenomen en voor zulke hoge prijzen dat hij miljonair werd. Bovendien was er ook van hogerhand waardering voor zijn werk: in Londen werd Alma-Tadema die inmiddels zijn Frieze voornaam had verengelst in Lawrence, in de adelstand verheven. Zodat hij voortaan Sir was, een eer die weinig Nederlanders is te beurt gevallen.

Het grote maatschappelijke succes heeft hem er waarschijnlijk toe verplicht om in dezelfde stijl te blijven doorwerken. Er is in de Londense jaren weinig sprake meer van vernieuwing en groei in zijn aanpak. Veel voorstellingen gaan op elkaar lijken, hebben allemaal dat zoete waarover de kritiek viel. Maar tegelijk raakte Tadema wel steeds bedrevener in wat hij wilde uitdrukken. Nooit is hij te betrappen op technisch onvermogen, alles wat hij schilderde voldoet aan vèrgaande criteria. De personages zijn goed geproportioneerd, de architectuur perfect gekopieerd, maar ook onderwerpen uit de natuur, het licht, het vaak voorkomende water bezitten allemaal grote plasticiteit. Huid, haar, kleding van mensen zijn tastbaar weergegeven, zoals de bloemen welhaast kunnen worden opgesnoven.

Voor die fotografische exactheid van zijn onderwerpen bestaat grote belangstelling. Die is terug te vinden in de prijzen die er tegenwoordig in de kunsthandel voor zijn werk worden betaald. Na jaren nauwelijks iets te hebben gekost, gaat een knap werk van Alma-Tadema voor zes cijfers van de hand. Na een eeuw is de cirkel gesloten. Zou Alma-Tadema nog leven, dan was hij opnieuw miljonair geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden