Beelden voor een verleden toekomst

De Britse beeldhouwster Barbara Hepworth (1903-1975) wordt vaak in één adem genoemd met Henry Moore, haar bekendere collega. Een expositie in het Kröller-Müller Museum stelt Hepworths werk nu in het middelpunt.

Om Barbara Hepworths werk beter te leren kennen is het natuurlijk aardig om te weten waar ze werd geboren (Yorkshire), hoeveel kinderen de kunstenares had (vier, waaronder een drieling), en welke vrienden of kennissen ze had (Henry Moore, uiteraard, maar ook Laszlo Moholy-Nagy, Constantin Brancusi en schilder Ben Nicholson, vader van de drieling). Maar los van die biografische details is het vooral het tijdsbeeld dat bij Hepworth meetelt.

Daarvoor zou je, in de tentoonstelling in het Kröller-Müller, eerst even kunnen doorlopen naar de film 'Figures in a Landscape'. De film uit 1953 (dramatisch-poëtische commentaarstem, experimenteel-moderne muziek, en in kleur) zet Hepworth en haar kunst neer als een natuurlijk gevolg van haar omgeving. De beeldhouwster was na de oorlog neergestreken in St. Ives, in Cornwall, waar rotsen en de zee het landschap bepalen. Je ziet Hepworth aan het werk, keurig gekapt en opgemaakt, met beitel en hamer, hakkend in de stenen en gutsend in het hout. De camera kijkt door een van de gaten in de beelden naar het landschap erachter, zoomt uit en daar is ook de kunstenaar.

Voor de tentoonstelling, die eerst in het Londense Tate Britain-museum te zien was, zijn zo'n zeventig beelden van Hepworth verzameld. En eerlijk gezegd komt veel van haar werk net zo braafjes over als de film: decoratief, gepolijst, organisch. Toch was het modernisme, met z'n abstracte vormen in plaats van de herkenbare figuren, voor Hepworth de leidraad. De eerste jaren van haar carrière had ze veel vrouwenfiguren gemaakt, soms ook met kind. Vanaf midden jaren dertig, onder invloed van haar bezoeken aan de bevriende kunstenaars in Parijs, werden de vormen steeds abstracter. Haar beelden zijn organisch van vorm, vaak met een 'gat' erin, zodat je, zoals in de film, erdoor kunt kijken, maar ook 'in' het beeld kijkt.

In de crisisjaren vóór de oorlog en de povere jaren erna was in Engeland weinig geld over voor beeldende kunst. Hepworth begreep dat haar werk daarom ook buiten de grenzen zichtbaar moest zijn: ze maakte, geholpen door de ideën van de avantgardistische fotografen uit haar kennissenkring, zelf foto's van haar beelden voor tijdschriften en boeken, die een prettige, maar ook verrassende aanvulling geven op de tentoonstelling. Ze ensceneerde haar beelden in collages namelijk niet alleen in de natuur, maar ook naast modernistische gebouwen in de VS. De strakke architectuur was volgens haar, samen met de natuur, de best denkbare omgeving. Het was beeldhouwkunst voor de denkbeeldige, modernistische toekomst.

Voor Hepworth zelf was het essentieel om de beelden te begrijpen en in je op te nemen, om het beeld heen te lopen en aan te raken. Daarom is het extra jammer dat vanwege beveiligingskwesties de beelden in de museumzalen naast elkaar in grote, brede vitrines staan, achter glas. Gelukkig is er een bonus: in Otterlo kan je ook naar buiten. In 1965 werd daar het Rietveldpaviljoen heropend met een grote Hepworthtentoonstelling. Die beelden staan er nu allemaal nog, losstaand, driedimensionaal. Zo zijn architectuur, natuur en sculptuur weer precies zo in evenwicht als in 1965.

Lees ook in bijlage 'Tijd' over het Barbara Hepworth-museum in St. Ives, Cornwall. In haar atelier liggen hamers en beitels klaar alsof ze zo weer aan het werk gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden