Beelden moeten tegen gotiek van de Nieuwe Kerk opboksen

'Het beeld van de eeuw van Rodin tot Jeff Koons, sculpturen uit de collectie van het Stedelijk', t/m 19 augustus in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, dag., ook op ma geopend van 11-17 uur. Bij deze gelegenheid verscheen een bestandscatalogus onder de titel 'Beeld van de Eeuw' waarin de 20ste eeuwse sculpturen uit de vaste collectie van het Stedelijk Museum worden beschreven. Uitgave Sted. Museum, prijs f 40.

Daarbij ligt de nadruk op de meest letterlijke betekenis van het begrip 'beelden': driedimensionale voorstellingen die volstrekt autonoom in de ruimte worden gebracht. Geen installaties derhalve, zelfs geen reliefs of andere werken die twijfelen tussen twee of drie dimensies. De opstelling van de beelden in een onverwachte ruimte als de Nieuwe Kerk heeft een experimenteel karakter; niet eerder heeft het Stedelijk zo'n gotische plek uitgekozen voor zijn kunst die nooit veel ouder is dan een eeuw. Experimenteel, omdat er op deze wijze ervaring kan worden opgedaan met het exposeren op een niet-vertrouwde plek, ervaringen die misschien van pas kunnen komen als het museum straks zijn nieuwbouw op het Museumplein moet gaan inrichten.

Wens

Met die uitbreiding krijgt het Stedelijk de mogelijkheid om meer werk uit eigen bezit min of meer permanent toegankelijk te maken. Het is een wens die het museum al veel langer wil concretiseren, maar die er door ruimtegebrek nooit van is gekomen. De idee dat het aantal tijdelijke exposities verminderd zou kunnen worden, om zodoende meer ruimte voor die eigen collectie te krijgen, is niet zonder meer toe te juichen. Een museum dat weinig actualiteit toont, is ten dode opgeschreven.

Met het exposeren van zijn beelden, in een min of meer chronologisch verband, laat het Stedelijk zien dat het de recente kunstgeschiedenis op het gebied van de plastiek heel aardig kan illustreren. De collectie bevat een aantal hoogtepunten, in naam en kwaliteit die voorbeeldig werkt. Met name de historische sokkelbeeld-kunst uit het einde van de vorige en het begin van deze eeuw is ooit uitstekend aangekocht. Renoir, Rodin, Maillol, Rik Wouters, Lehmbruck, Bourdelle (de Franse beeldhouwer van wie zijn beroemdste beelden in Parijs op straat zijn te vinden) en de latere generatie met namen als Zadkine, Lipschitz, Kirchner, Giacometti en Gabo, ze zijn allemaal aanwezig in de verzameling van het Stedelijk. Moeilijker wordt het als de kijker zoekt naar typisch Nederlandse voorbeelden als Bronner, Mendes da Costa, Krop en Andriessen die in de Nieuwe Kerk niet voorkomen. Over het algemeen is de verzameling beelden van het Stedelijk beter door de internationale breedte, dan dat ze opvalt door specifiek Nederlandse diepte. Zo zijn de keuzes die de laatste decennia werden gemaakt, al evenzeer internationaal. Oldenburg, Beuys, Kienholz, De Kooning, Raysse, Walter De Maria, Kiefer, Penone, Serra en Weiner, dat zijn niet de geringsten op hun terrein. Maar vreemd is dan dat Nederlandse beeldhouwers die zich internationaal met dit gezelschap kunnen meten, weer ontbreken. Natuurlijk, Fortuyn/O'Brien zit er in, net als Peer Veneman, terwijl van de iets oudere generatie Van Elk en Carel Visser mogen worden genoemd. Maar het is een opvallend gegeven dat noch van Niek Kemps, noch van Henk Visch die de laatste jaren op internationale podia worden uitgenodigd, ook maar een enkel beeld in de Nieuwe Kerk is te zien.

Museale collecties dragen, voor zover ze door het museum zelf werden aangekocht en niet werden geschonken, vaak het stempel van de directeur die het museum heeft geleid.

In het Stedelijk is dat meer in de schilderijen dan in de beelden terug te vinden. Sommige delen van de beeldenverzameling ademen sterk de opvattingen van David Roell, de eerste museumdirecteur die gericht met het verzamelen van beelden begon en na de tweede wereldoorlog met namen als Renoir, Bourdelle en Rodin een inhaalpoging deed, die door Sandberg werd voortgezet. Sandberg die met zijn voorliefde voor toen omstreden schilders als Appel, Rooskens, en Jorn de actuele schilderkunst direct op hoog niveau het museum binnenhaalde, viel voor de beeldhouwkunst op vooroorlogse namen terug als Degas, Maillol, Kirchner en de constructivisten. Pas bij De Wilde werd aan meer eigentijds werk gedacht, wat bij zijn opvolger Wim Beeren puur actualiteit kon worden.

Varken

Beeren koopt beelden die om een standpuntbepaling vragen, beelden die zelden vrijblijvend zijn. Wat dat betreft is zijn aankoop van het varken van Jeff Koons een veelzeggend voorbeeld: weinig beelden hebben de laatste jaren zo'n discussie weten los te maken. In de Nieuwe Kerk moet Koons' Ushering in banality' opboksen tegen de omringende, ongemeen krachtige en monumentale plastiek die al in de kerk aanwezig is. Het beeld raakt er platgeslagen door, vraagt er om in een neutrale omgeving en goed uitgelicht (waarbij de net niet goede huidkleur van het beest en zijn begeleiders beter tot zijn recht komt) te worden geexposeerd. Koons' beeld is trouwens niet het enige dat een meer neutraal decor nodig heeft, zoals hier zoveel werk is te zien dat gemaakt is voor het museum en niet voor particulieren of voor de(ze) kerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden