Bedrijven zijn machtiger geworden en daar moet volgens het IMF iets aan gedaan worden

Mark Zuckerberg, mede-oprichter van Facebook. Zijn bedrijf kocht concurrenten Instagram en Whatsapp op. Beeld AFP

Bedrijven buiten hun technologische voorsprong uit. Het maakt ze te sterk, en dat is slecht voor werknemers en consumenten.

Het gevoel dat de macht van grote bedrijven is gegroeid was er al. Nu is het ook een feit. Wenjie Chen, moeder en onderzoeker bij het Internationaal Monetair Fonds, maakte zelf mee hoe een middel tegen de zuivelallergie van haar dochter in zeven jaar tijd heel veel duurder was geworden. De prijs steeg van 100 naar 600 dollar. Dat kan een producent gewoon doen op een markt zonder veel concurrentie.

Ook demonstranten in gele hesjes, Uber-chauffeurs en maaltijdbezorgers op fietsen hebben vaak het gevoel dat ze niet kunnen opboksen tegen de gigantische bedrijven voor wie ze werken. Als ze te weinig verdienen, hebben ze dat maar te accepteren.

Dat gevoel, dat bedrijven steeds machtiger zijn geworden, is terecht, zegt Chen in het hoofdkantoor van het IMF. Het is de belangrijkste uitkomst van het onderzoek dat ze presenteert. Voor het raam een lange rij met vlaggen van alle landen die deze week in Washington zijn om te vergaderen, op 1900 Pennsylvania Avenue. Verderop in de straat ligt het Witte Huis.

Chen zag daarnaast allerlei negatieve effecten. Machtige bedrijven investeren minder. Ze hoeven minder hun best te doen om de concurrentie voor te blijven. De bedrijven sparen meer, ze steken minder geld in onderzoek en zijn minder innovatief. Dat samen heeft een drukkend effect op de economische groei in een land. Verder gaat een kleiner deel van het inkomen naar arbeid. Hierbij speelt ook mee dat de onderhandelingspositie voor werknemers is verzwakt. En natuurlijk stijgen de prijzen als een bedrijf te machtig wordt.

Een ander schadelijk effect dat het IMF noemt, is dat mensen zich achtergesteld voelen als de winstcijfers van de multinationals naar buiten komen. Overheden moeten aan de slag met die verontwaardiging over ongelijkheid.

Het IMF vindt dat toezichthouders en mededingingsautoriteiten scherper moeten worden. Het is bijvoorbeeld de vraag of een groot techbedrijf straks nog zomaar een opbloeiende nieuwkomer moet kunnen opkopen. Dat gebeurt regelmatig, door Instagram en WhatsApp te kopen raakte Facebook twee concurrenten kwijt. Ook moet het belastingstelsel worden aangepast, zegt het IMF, zodat bijvoorbeeld techbedrijven met slimme boekhouders meer geld gaan afdragen in de landen waar ze actief zijn.

Hoe meet je de macht van een bedrijf? Dat is nog niet zo makkelijk. Bedrijven tellen in een markt is bedrieglijk, want een markt met weinig aanbieders kan best heel concurrerend zijn, zegt Chen. Het IMF kijkt daarom naar de prijzen de bedrijven vragen. Op een markt met voldoende concurrentie blijven de prijzen zo laag mogelijk, een kwestie van vraag en aanbod. Machtige bedrijven kunnen daarentegen een hogere marge op de kostprijs leggen.

Machtstoename

Voor de analyse zijn gegevens uit 27 landen gebruikt, 16 ontwikkelde en 11 opkomende economieën. Het gaat om 900.000 bedrijven, zowel beursgenoteerd als privaat. Per land staan deze bedrijven voor minstens 40 procent van de economische productie, en ze zijn vrij representatief voor het bedrijfsleven. Het betreft de periode 2000-2015.

De machtstoename blijkt het grootst in ontwikkelde economieën, waar technologie en de dienstensector belangrijker zijn dan in opkomende landen. De gemiddelde marge, als percentage van verkoopprijs, is er tussen 2000 en 2015 met 8 procent gestegen. De VS steken boven de rest uit, dat zou je het Silicon Valley-effect kunnen noemen. In Europa, dat minder ‘superstar-bedrijven’ heeft, is het effect kleiner. Slechts een klein aantal bedrijven scoort hoog boven het gemiddelde.

Het gaat niet alleen om digitale platforms, zoals Uber of Facebook, zegt Chen. Het is een bredere ontwikkeling die ze ook in de financiële sector waarneemt. Of in andere markten waar sommige bedrijven toegang hebben tot technologie, over patenten beschikken, en de voordelen van een groot netwerk kunnen uitbuiten.

Het is te vroeg om al van een ‘monopolieprobleem’ te spreken, vindt het IMF. De effecten zijn nog beperkt, zegt Chen. Maar de gevolgen kunnen snel verergeren. Dat komt doordat de winnaars bijna alles in handen krijgen. ‘Winner takes most.’

Digitale platforms zorgen voor nieuwe uitdagingen, die ervoor kunnen zorgen dat het mededingingsrecht moet worden herzien. Waakzaamheid is geboden, vindt Chen, om ervoor te zorgen dat nieuwkomers een eerlijke kans hebben.

Lees ook: 

Economen staan voor een raadsel: de arbeider ziet zijn loon niet stijgen

De economie trekt aan en bedrijven zitten te springen om werknemers. Volgens een klassieke economische wet zouden dus de lonen moeten stijgen. Maar dat doen ze met mate. De econoom staat voor een raadsel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden