Bedrijven scheppen met succes werkervaring voor allochtonen

Schrijf werkgevers voor dat ze allochtonen in dienst moeten nemen en ze zullen niet thuis geven. Dat is de ervaring van het '60 000-banenplan' van de Stichting van de Arbeid. Ook de wet die werkgevers verplicht om hun allochtone werknemers te registreren, is gedoemd te mislukken. “Daar zal geen extra baan door ontstaan”, luidt de overtuiging van werkgevend Nederland. Willen bedrijven dan helemaal niets doen om de werkloosheid onder allochtonen terug te dringen? Toch wel, getuige het succesvolle project 'Samen Werken'. Maar dat heeft het bedrijfsleven dan ook zelf bedacht en op poten gezet. “We willen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid echt wel nemen.”

De komende weken staat hij bij het reject station, dat is de lopende band waarop dozen worden geschoven die niet goed gecodeerd zijn. De medewerker moet ervoor zorgen dat de dozen - en dat zijn er op drukke dagen heel wat - zo snel mogelijk op de goede plaats komen in de complexe en volledig geautomatiseerde goederenstroom. “Dat is soms behoorlijk gestresst werken. Niet iedereen kan dat aan”, vertelt Polats mentor Terry van der Ham, processing coordinator bij Compaq. Polat zelf ziet het wel zitten. “Ik word hier heel goed begeleid. Als er problemen zijn, kan ik Terry of een van de collega's om hulp vragen en wordt het opgelost.”

Dordtenaar Ali Polat (30), van Turkse komaf, is een van de duizend deelnemers aan 'Samen Werken', een project van en voor het bedrijfsleven om allochtonen zes tot negen maanden werkervaring te laten opdoen met uitzicht op een vaste baan. Samen Werken is twee jaar geleden in Amsterdam-Zuidoost begonnen op initiatief van ABN Amro, Fokker, IBM en KBB en inmiddels uitgegroeid tot een landelijk project waaraan tweehonderd bedrijven meewerken. Het project geldt als een succes. Van de deelnemers vindt 80 procent een vaste baan, bij het bedrijf waar ze werkervaring hebben opgedaan of elders. Bedrijven zijn overigens niet verplicht om de 'werkervaren' allochtonen in dienst te nemen; ze moeten er wel de intentie toe hebben. Die blijkt in veel gevallen ook in de praktijk te worden gebracht. Minister Wijers van economische zaken sprak onlangs waarderend van “een effectief en efficiënt project dat werkloze allochtonen een echte kans biedt op een baan”.

Het succes van Samen Werken is volgens Matthieu van Noort, directeur van de landelijke stichting, vooral te danken aan de bedrijfsmatige opzet. “Centraal staat de vraag wat er bij een bedrijf mogelijk is. Zodra we dat weten, gaan we kandidaten zoeken. Dankzij de deskundigheid van de arbeidsbureaus en uitzendbureaus blijkt het heel goed mogelijk om goede kandidaten te krijgen.” In aanmerking komen werkzoekende allochtonen die de Nederlandse taal beheersen en bereid zijn een bedrijfsopleiding te volgen.

Ali Polat voldeed aan deze eisen. Na dertien jaar als lasser te hebben gewerkt, kwam hij halverwege 1993 zonder werk te zitten. Talrijke sollicitatiebrieven, een enkel gesprek, een opleiding tot magazijnmedewerker, een stage bij een broodfabriek: het mocht allemaal niet baten. Overal kreeg Polat nul op het rekest, met als dieptepunt de volgende dialoog. (Personeelschef:) “Waar kom je vandaan?” (Polat:) “Uit Turkije.” (Personeelschef:) “Ben je vaak ziek?”

Polat: “Op het laatst ging ik om de twee of drie dagen naar het arbeidsbureau. Ik werd er ziek van om thuis te zitten.” Zijn vasthoudendheid werd beloond. Via het arbeidsbureau kwam hij terecht bij het projectbureau van Samen Werken in de regio Drechtsteden, een van de negen RBA-regio's waar het project nu draait. Astrid Mersmans, door uitzendbureau Randstad aan het projectbureau uitgeleend: “Eigenlijk stellen we maar één eis en dat is zin hebben om te werken, gemotiveerd zijn. Voor het geld hoef je het niet te doen: de deelnemers verdienen vijftig gulden boven het minimumloon.”

Dat bedrijven aan de allochtonen van Samen Werken een koopje zouden hebben, is echter onjuist. Arbeidsvoorziening subsidieert een derde van de bruto loonkosten (in de regio Drechtsteden is dat 900 000 gulden voor vijftig plaatsen), maar daar staat tegenover dat de deelnemende bedrijven voor begeleiding op de werkplek moeten zorgen en eigen werknemers 'uitlenen' aan Samen Werken. “Deelnemende bedrijven worden er financieel niets wijzer van. Maar ze kunnen zich wel voorbereiden op het gestructureerd binnenbrengen van allochtonen. Wie nu inhoud geeft aan intercultureel personeelsbeleid, heeft straks een voorsprong. Want allochtonen worden als werknemers en als consumenten steeds belangrijker. Nu al is 50 procent van de schoolverlaters in de grote steden allochtoon.”

Na een driedaagse cursus 'inpassing in het bedrijfsleven' kon Ali Polat op 22 augustus als magazijnmedewerker bij Compaq in Gorinchem beginnen. Het werk bevalt Polat goed. “Als lasser was ik de hele dag met het zelfde materiaal bezig en door de kap op je hoofd hoorde je ook niet veel van wat er om je heen gebeurde. Het werk bij Compaq is veel afwisselender en ik heb veel meer contact met de collega's.” De sfeer in het Amerikaanse computerbedrijf - twee jaar geleden in Gorinchem neergestreken - is informeel, de gemiddelde leeftijd van de tweehonderd werknemers laag. Dat spreekt Polat aan. “Ik heb als lasser bij zo'n dertig tot veertig bedrijven gewerkt. Bij de meeste bedrijven zei de voorman: dàt werk moet je doen en zoals ìk het zeg. Bij Compaq is dat heel anders.”

Compaq neemt zes van de vijftig werkervaringsplaatsen voor zijn rekening en levert ook de voorzitter van de regionale stichting Samen Werken. “Dat doen we niet uit liefdadigheid. We eisen veel van de mensen en dit project is een van de manieren om iets terug te geven”, zegt mentor Terry van der Ham. Allochtonen heeft Compaq al in dienst sinds de opening van het distributiecentrum in 1992. “Zonder allochtonen zouden we in het magazijn met de helft minder mensen moeten werken. Dan kun je wel stoppen.”

Landelijk gezien is de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt nog steeds belabberd. Van alle werknemers is slechts 5 procent allochtoon. De werkloosheid onder allochtonen is met 26 procent ruim vier keer zo groot als onder autochtonen.

Een succesvol project als Samen Werken kan daarin op dit moment geen wezenlijke verandering brengen; daarvoor is het aantal deelnemers simpelweg te klein. Op langere termijn is stichtingsdirecteur Van Noort gematigd optimistisch. “We hebben nu duizend werkervaringsplaatsen in negen regio's. Het project willen we uitbreiden naar alle 28 RBA-regio's.”

Ali Polat hoopt vurig dat hij na de zes maanden werkervaring bij Compaq in dienst kan treden. Hij loopt zich het vuur uit de sloffen om een goede indruk te maken. “Ik wil gewoon werken.” Zijn begeleider, Van der Ham, kan daarover nog geen uitspraak doen, al is hij tevreden over Polats inzet. “Ali heeft al langere tijd geen begeleiding nodig; hij weet wat-ie moet doen. Als we hem aannemen, dan is dat niet omdat hij allochtoon is, maar gewoon omdat hij zijn werk goed doet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden