Bedrijf gebaat bij verduurzamen ketens

De nieuwe partnerschappen van grote bedrijven, ontwikkelingsorganisaties en groepen boeren in ontwikkelingslanden dienen vooral het economische belang en de promotie van het bedrijfsleven. De aandacht voor de sociale agenda en verbetering van de (machts)positie van de boeren schiet er bij in. Ook overheden in ontwikkelingslanden krijgen weinig ruimte in deze nieuwe vormen van samenwerking binnen sectoren.

Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een onderzoek van Verena Bitzer. Zij promoveert morgen aan de Universiteit van Utrecht. Het onderzoek, betaald door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, is de eerste omvangrijke studie naar het verduurzamen van ketens, intersectorale samenwerking en de effecten daarvan op ontwikkeling.

Bitzer richtte zich vooral op de sectoren koffie, cacao en katoen. Dat zijn ketens waar de laatste jaren veelvuldig keurmerken zijn ontwikkeld voor duurzaam ondernemen, zoals UTZ certified koffie (met als belangrijkste partners Sara Lee/Douwe Egberts, Albert Heijn en Mc Donald's), Rainforest Alliance en het keurmerk van koffieketen Starbucks.

Bitzer is zeker geen tegenstander van de verduurzaming van ketens en de partnerschappen die de laatste jaren zijn ontstaan. Zij wijst erop dat er aanzienlijk meer aandacht is voor de condities waaronder wordt gewerkt. Voor de komst van de partnerschappen hadden grote bedrijven daar weinig aandacht voor. Positief is ook dat via de partnerschappen nieuwe vaardigheden worden aangeleerd en dat duurzaamheidseisen in de keten worden gebracht.

Volgens de onderzoekster, die zich mede baseert op onderzoek bij koffieboeren in Peru en studie naar 55 samenwerkingsverbanden in de cacaosector, ligt de nadruk in de partnerschappen op het vermogen van de koffieboeren om te leveren tegen de standaarden van de afnemers. Certificering van de productie lijkt steeds meer een hoofddoel te worden, terwijl sociale aspecten onderbelicht blijven.

De veranderingen die in de keten worden aangebracht, vinden vooral plaats op initiatief van de grote bedrijven. Dat leidt wel tot een overdracht van kennis, maar leidt niet wezenlijk tot een verbeterde machtspositie van de boeren.

De partnerschappen die nu ontstaan dienen door de wijze waarop ze zijn samengesteld volgens Bitzer vooral het belang van het bedrijfsleven. Zij noemt dat 'de neoliberale agenda'.

De grote afnemers stellen hun belang veilig en krijgen een steeds grotere zeggenschap over duurzame ontwikkeling. ¿De ngo's (ontwikkelingsorganisaties) dienen vooral ter legitimering van het partnerschap. Zij zouden zich veel sterker moeten richten op de ontwikkelingsdoelen¿, aldus Bitzer.

Zij constateert tevens dat de rol van overheden in de productielanden ondervertegenwoordigd is in de partnerschappen. Dat betekent ook dat er een zeker risico is dat die overheden geen invloed kunnen uitoefenen op de sociale agenda ¿en dat belangrijke beslissingen over de productie ver weg van het land van productie worden genomen¿.

Opmerkelijk is dat Bitzer verwacht dat veel ontwikkelingsdoelen via de partnerschappen niet gehaald worden zonder een 'politieke strijd' waarin over de relatie tussen bedrijfsleven en ontwikkeling opnieuw wordt onderhandeld. Dat zou een hernieuwde strijd zijn.

De vele partnerschappen die de laatste jaren zijn ontstaan zijn nu juist de resultanten van het begraven van de strijdbijl tussen ontwikkelingsorganisaties en het bedrijfsleven. Ook in het huidige regeringsbeleid wordt vooral uitgegaan van een harmonieus samengaan van ontwikkelingsorganisaties, overheid en bedrijfsleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden