Bedrieglijke rust in Zimbabwe

Zimbabwe heeft de periode van hyperinflatie voorlopig achter zich gelaten. De supermarkten zijn gevuld, de paniek is verdwenen. Levert het moeizame verstandshuwelijk tussen premier Morgan Tsvangirai en president Robert Mugabe dan toch iets op? „Er is geen eenheid in Zimbabwe en die zal er ook nooit komen.”

’Wilt u twee lollies, een doosje lucifers of een blokje Knorr kippenbouillon?”, vraagt de kassière van de Spar-supermarkt op Baines Avenue in Harare. Het is het enige wisselgeld dat ze kan aanbieden; minder dan een briefje van 1 US dollar heeft ze niet. Niemand trouwens; sinds de invoering van de Amerikaanse dollar als officieel betaalmiddel in Zimbabwe is het 1-dollarbiljet het minimum. En dus zie je iedereen met een volle boodschappentas én twee lollies de Spar uitlopen.

Het is een gigantisch contrast met twee jaar geleden. Toen waren er miljarden waardeloze Zimbabwaanse dollars in omloop en waren de supermarkten leeg. Paniek, vat de geestestoestand uit die tijd het beste samen. Voor een rugtas vol met dollars kreeg je met geluk een brood; een aankoop die een uur later al tot een half brood kon zijn gereduceerd.

Die paniek is duidelijk verdwenen; in de supermarkten is alles weer volop te krijgen en door de komst van de Amerikaanse dollar, begin 2009, behoort de hyperinflatie tot het verleden. In juli was de inflatie slechts 4,1 procent. ’Dollarisatie’, ofwel het uit handen geven van de monetaire politiek, is een beproefd recept voor landen die kampen met hyperinflatie. Het vereist wel grote begrotingsdiscipline – zelf geld drukken is er niet meer bij – maar het zorgt in ieder geval op korte termijn voor prijsstabiliteit in een land.

Dat merken ook de inwoners van Chitungwiza. De slaapstad, zo’n 50 kilometer onder de hoofdstad Harare, kreeg het zwaar te verduren tijdens het crisisjaar 2008. In dat jaar explodeerde de inflatie tot een krankzinnige 230 miljoen procent en was er zeker buiten de grote steden nauwelijks voedsel te krijgen. Voor de veelal straatarme bewoners is het nog steeds knokken om te overleven. „Maar ik slaap in elk geval weer rustig”, zegt Julius. Hij heeft een klein stalletje in het centrum van de stad. „Tot ruim een jaar geleden kon ik nergens aan producten komen. Nu kan ik gelukkig wat importeren uit Zuid-Afrika.” Julius verkoopt onder andere Zuid-Afrikaans bakmeel, wasmiddel en koffie. „Ik kan mijn kinderen weer te eten geven, dat was twee jaar geleden amper mogelijk.”

Winkelstraten kent Chitungwiza nauwelijks. De meeste handel vindt plaats op straat. Er zijn fietsenmakers, schoenenlappers, tomatenverkopers en paraffinehandelaren. Zimbabwe’s stroomvoorziening is bedroevend, waardoor de olielamp op het platteland nog altijd een hit is. Een hoestdrankflesje paraffine kost twee Zuid-Afrikaanse rand (20 eurocent). In het informele circuit kan de Zimbabwaan met Zuid-Afrikaanse muntjes betalen; als het bedrag minder is dan een dollar.

Ook andere straathandelaren vergaat het beter dan twee jaar geleden. „Met elke Amerikaanse dollar die we verdienen kunnen we iets”, zegt schoenmaker James terwijl hij een zool onder een rode Nike-schoen repareert. „Dat was tijdens de Zimbabwaanse dollar wel anders. De rust is teruggekeerd.” Hij zoekt beschutting onder een blauw zeil, dat steunt op vier palen. In de brandende zon is het niet uit te houden.

De stad verkeerde in grote paniek twee jaar geleden. Oppositiepartij MDC (Movement for Democratic Change) van de huidige premier Tsvangirai was razendpopulair in Chitungwiza, iets dat velen duur kwam te staan. MDC-aanhangers werden thuis opgezocht en zwaar mishandeld. Nu, twee jaar later, is openlijk over politiek praten taboe; daarvoor zijn de trauma’s van het verkiezingsgeweld nog te vers. „Het was een nachtmerrie”, zegt verkoper Julius. „Ik probeer er niet meer aan te denken en er vooral niet meer over te praten.”

Veel huizen zijn nooit afgebouwd in de stad. Er is een groot tekort aan bouwmaterialen; soms is het weken wachten op een nieuwe lading stenen of cement. Verschillende gezinnen hebben besloten om dan maar in het casco te gaan wonen; in een huis zonder dak en zonder ramen of deuren hangt de was te drogen. Je moet wat.

De bedrijvigheid en opgewektheid van de Zimbabwanen doen vermoeden dat de repressie tegen politieke tegenstanders verdwenen is. Maar juist op het platteland in Zimbabwe gaat de terreur van de angst door, zo vertelt politieman Lovemore Dube. Hij durft zijn echte naam niet te geven. Het geweld is weliswaar afgenomen, maar er zijn er maar weinig die het buiten de stad aandurven nog eens op de MDC te stemmen.

„Mijn moeder woont in Mount Darwin, nog geen twee uur rijden buiten Harare. Zij moet wekelijks op bijeenkomsten van Zanu-PF (de regeringspartij van Mugabe, red.) verschijnen. Komt ze niet, dan krijgt ze diezelfde week nog bezoek van de CIO, de geheime dienst.” Dit alles om er voor te zorgen dat bij de volgende verkiezingen de steun voor Mugabe onverminderd groot zal zijn.

„Mijn moeder moet zelfs geld betalen aan Zanu-PF, iets wat niemand durft te weigeren. Zo’n tien dollar per maand. Terwijl er zoveel mensen honger lijden op het platteland.” De lange arm van Mugabe graait in het hele land tot ver achter de voordeur. Zijn terreurmachine maakt momenteel nauwelijks fysieke slachtoffers, maar de stille terreur gaat verder.

Ook binnen de politie zit de angst er goed in, vertelt Dube. Twee jaar geleden stemden velen binnen de lagere rangen van politie en leger op Tsvangirai; een kentering leek in de maak. Maar het tegenovergestelde gebeurde. „Agenten van wie bekend was dat ze op de MDC hadden gestemd, werden overgeplaatst naar afgelegen plattelandsdorpjes. Daar kun je onmogelijk anoniem je stem uitbrengen.” Daarnaast introduceerde Mugabe een soort geweldsbonus. „Agenten die Mugabe juist hebben gesteund en mee hebben geholpen bij het geweld tegen politieke tegenstanders kregen salarisverhoging en rijden nu in een auto van de regering rond.”

De nationale bank in het centrum van Harare is het hoogste en modernste gebouw van de stad. Voor de deur houdt een metershoog standbeeld van de visarend, de nationale vogel van Zimbabwe, streng de wacht. Alleen heeft de bank nauwelijks geld in kas; door de invoering van de Amerikaanse dollar heeft het drukken van geld geen enkele zin meer. En doordat buitenlandse investeringen uitblijven, is er een groot tekort aan dollars.

Door het tekort aan liquiditeit bij de staat zijn ook de salarissen voor overheidsmedewerkers flink omlaag gegaan. Juriste Grace Moyo verdient nu zo’n 200 dollar per maand. „En dat is niet eens zo slecht betaald”, zegt ze. Ze woont samen met haar man en één jaar oude baby in een appartement even buiten het centrum van de stad. In de crisistijd vertikte ze het te werken voor een non-salaris, maar door de komst van hun kindje is elke dollar hoogst noodzakelijk. Ze is magistrate, lage rechter, bij de rechtbank van Marondera, met 72 kilometer van Harare niet om de hoek. „Ik reis elke dag met een minibus naar mijn werk. Daardoor ben ik elke maand al 88 dollar kwijt aan reiskosten”, rekent ze voor. Ze houdt van haar werk, al is onafhankelijke rechtspraak in Zimbabwe nog altijd een illusie. „Een uitspraak doen die de regeringspartij niet goedgezind is? Nee, mijn gezin vind ik echt belangrijker.”

En Tsvangirai dan? De premier op wie nationaal en internationaal de hoop was gevestigd. Na zijn onverwacht goede verkiezingsuitslag in 2008 kwam Tsvangirai in maart vorig jaar tot een ’regering van nationale eenheid’ met Mugabe. „Hij heeft weinig in te brengen”, concludeert Grace. „En we horen weinig van hem. Tsvangirai heeft nauwelijks middelen om met zijn achterban te communiceren. De media zijn in handen van Mugabe en hij kan nauwelijks bijeenkomsten in het land organiseren. Daar durft niemand op af te komen”, zegt politieagent Dube.

Dat de macht van de premier beperkt is, bleek eerder dit jaar overduidelijk. Mugabe introduceerde een nieuwe wet die het buitenlandse bedrijven verplicht 51 procent van de aandelen te verkopen aan Zimbabwanen. Een maatregel die broodnodige investeerders zal afschrikken. Tsvangirai en de andere MDC-ministers sputterden fel tegen en wisten via de media naar buiten te brengen dat de wet zou worden uitgesteld. Nog geen dag later kopte staatskrant en Mugabe’s spreekbuis The Herald: ’51 procent-wet komt er’. De president heeft het laatste woord.

„Elk buitenlands bedrijf laat het nu wel uit zijn hoofd om zich in Zimbabwe te vestigen”, zegt MDC-kaderlid Simon Spooner. De blanke Zimbabwaan kon tot twee jaar geleden zijn chemiebedrijf overeind houden, maar daarna werd het hem te veel. „Ik ben me toen volledig op de politiek gaan richten.”

Spooner is nauw bevriend met de MDC-top. Hij geeft toe dat het voor Tsvangirai schier onmogelijk is om macht uit te oefenen, maar ziet in de huidige regeringsconstructie wel toekomst voor verandering. „Iedereen die het over een regering van nationale eenheid heeft, heeft het mis. Er is geen eenheid en die zal er ook nooit komen. Het is een overgangsregering. Zimbabwe zit in een overgangsperiode, op weg naar betere tijden.”

Maar dat proces schiet nauwelijks op. Tsvangirai en Mugabe gaan ruziënd over straat, elkaar bij de strot houdend. En de president trekt altijd aan het langste eind. „Het is een loopgravenoorlog. We maken hele kleine stapjes vooruit, soms nauwelijks zichtbaar. Maar het feit dat we nu in de regering zitten, betekent veel. Tsvangirai heeft zijn voet tussen de deur.”

Op veel straatlantaarns kleeft het vergeelde hoofd van Mugabe, van verkiezingsposters uit 2008. ’Mugabe is er voor alle Zimbabwanen’, staat er op. Door de onophoudelijke ruzies in de huidige regering lijkt het er op dat Zimbabwe over een jaar op nieuwe verkiezingen afstevent. Dé manier voor de oppositiepartij om Mugabe definitief van de troon te stoten? Agent Dube: „Dat komt te vroeg. Te veel Zimbabwanen hebben het trauma van twee jaar geleden nog niet verwerkt en durven echt niet meer op Tsvangirai te stemmen.”

Spooner denkt dat verkiezingen volgend jaar met de steun van de omringende Afrikaanse landen rustiger kunnen verlopen. „We hebben waarnemers nodig die overal in het land toezien op eerlijke verkiezingen.” Hij weet dat er genoeg dreiging van nieuw geweld bestaat, maar durft de confrontatie aan. „Wij geloven dat democratie en mensenrechten het voor iedereen beter maken, ook al heeft niemand het in Zimbabwe ooit in levenden lijve meegemaakt. Maar we willen het voelen, eten, ruiken. We verlangen er naar. Die krachten zullen uiteindelijk overwinnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden