Bedreigde diersoort / Paling vissen geen verloren zaak

De paling staat terecht op de rode lijst van bedreigde diersoorten: de afgelopen twee jaar is de intrek van jonge glasalen dramatisch laag geweest. De palingvisserij moet de broekriem fors aantrekken. Maar, verzekeren visserijbiologen, op den duur is de visserij zeker geen verloren zaak.

door Hans Schmit

Het is een van de beter bewaarde geheimen van de natuur. De Europese paling (Anguilla anguilla) plant zich volgens de geldende opvattingen voort in het westelijk deel van de Atlantische Oceaan, op een nog onbekende plaats in de Sargassozee.>

Maar visserijbioloog Willem Dekker heeft zo zijn twijfels. Hij denkt dat de paaiplaats van de aal, een correctere benaming van de vis die door stedelingen doorgaans als paling wordt aangeduid, ergens anders ligt. Niemand, zegt Dekker, heeft ooit alen in de Sargassozee zien paaien. Daar zijn waarschijnlijk ook de eieren nooit gezien.

Dekker: ,,We vinden in de Sargassozee de kleinste larfjes en nemen daarom aan dat de plaats van voortplanting daar dichtbij is. Maar de Sargassozee ligt vijfduizend kilometer van Europa af, is vier tot zes kilometer diep en is groter dan geheel Europa. Als hier jaar in jaar uit alen naar toe trekken om te paren en te sterven, moet er een enorm kerkhof vol resten van alen zijn. Hoewel er wel naar is gezocht, is er nooit iets van dat kerkhof gevonden.''

Volgens Dekker is het in de wetenschap gebruikelijk de eerste en eenvoudigste theorie aan te houden tot het tegendeel is bewezen. Dekker: ,,De aal was in de klassieke oudheid al een lekkernij en men verbaasde zich erover dat er nooit paairijpe alen werden gevangen. Ongeveer vierhonderd jaar voor Christus beschrijft Aristoteles hoe een modderpoel werd leeggeschraapt. Nadat de regen de poel weer had gevuld, bleken er opnieuw alen aanwezig te zijn. Daaruit leidde Aristoteles af dat aal spontaan uit de modder in de bodem kan ontstaan. In spontane generatie gelooft men niet meer, maar ook het verhaal van de Sargassozee kent nog veel witte plekken.''

Waar echter beslist geen twijfel over bestaat, is dat het slecht gaat met de aal. Sinds 1980 is in Europa het aantal binnentrekkende jonge glasalen drastisch afgenomen. De jonge dieren trekken in het voorjaar, zo'n anderhalf jaar nadat de volwassen schieralen zijn weggetrokken om te paaien, vanuit zee de rivieren op en verspreiden zich in het zoete water.

In Nederland bestaat een goed beeld van de hoeveelheid intrekkende glasalen, omdat deze vanaf eind jaren dertig ieder voorjaar (met uitzondering van de hongerwinter in 1945) bij de sluizen in de Afsluitdijk en op elf andere stations zijn geteld. Willem Dekker: ,,Bij de afsluiting van de Zuiderzee is in de wet bepaald dat de visserij moest worden gecompenseerd en bevorderd. Dat betekende dat via de sluizen de glasalen zo goed mogelijk moesten worden binnengelaten. Dat tellen is heel eenvoudig -je hangt een net voor de sluis- en als je dat je consequent volhoudt, krijg je een uitstekend beeld van de intrek.''

Toen Willem Dekker in 1984 bij het toenmalige Rijksinstituut voor visserij-onderzoek (Rivo) ging werken, hoorde hij dat er wat geks aan de hand was met de paling. Dekker: ,,Je denkt aanvankelijk dat het van voorbijgaande aard is, maar in het begin van de jaren negentig werd het erger en erger en geloofde ik niet meer in het idee van een paar magere jaren. Bovendien loopt de intrek in heel Europa sterk terug, met uitzondering van de Skandinavische wateren en de Britse eilanden. Daar daalt de intrek naar vijftig procent; bij ons is de intrek de laatste vijftien jaar nog maar tien procent. Vorig jaar en dit jaar is dat zelfs gedaald tot 1,6 en twee procent. Dat is een dramatische teruggang. Ter vergelijking: een vis als de kabeljauw, die zo hoog op de politieke agenda staat, is teruggevallen van honderd naar 25 procent.''

In getallen: trokken in de jaren zestig en zeventig meer dan 20 miljard glasalen per jaar de Europese wateren binnen, nu zijn dat er niet meer dan twee miljard. Dekker: ,,Van die glasalen, zeven centimeter lang met een gewicht van drietiende gram, wordt in de zuidelijke Europese landen tachtig procent opgevist en direct geconsumeerd. In Nederland vissen we niet op glasaal; ze worden wel gevangen om elders uit te zetten. Ook kopen we glasaal in Frankrijk, onder meer voor de bedrijfsmatige kwekerij. Omdat aal zich niet in gevangenschap voortplant, is de palingkwekerij in tegenstelling tot bijvoorbeeld de zalmkweek een exploitatie van het natuurlijke bestand. Kostte begin jaren tachtig een kilo glasaal vijftig gulden, tegenwoordig ligt die prijs tussen de zeven- en achthonderd gulden.''

De terugval kan niet worden toegeschreven aan een duidelijke oorzaak, maar is het gevolg van een reeks mogelijke oorzaken. Dekker: ,,Er zijn schommelingen in het klimaat van de oceaan. Op het moment dat er minder glasalen kwamen, werden ze kleiner: dat duidt op een verminderend voedselaanbod. Er overleven weinig glasalen en die wel overleven, zijn kleiner. Daarnaast zijn er vele barrières voor de aal opgeworpen. Overal in Europa zijn rivieren afgedamd. Vroeger zag je ook aal in Basel; nu moeten ze tien stuwen nemen. Voorts is er ingepolderd: de Zuiderzee besloeg 3600 vierkante kilometer; daarvan is de helft nu weg.''

,,Een heikel punt is de visserij zelf. Je moet zo vissen dat er sprake is van een duurzaam beheer. Maar dat is niet eenvoudig. In Frankrijk, Portugal en Spanje is de glasaalvisserij buitensporig. Voor de dammen kan heel efficient worden gevangen - tot honderd procent. In Nederland is de visserij, met uitzondering van die op het IJsselmeer, minder intensief. Mogelijk speelt ook de vervuiling een rol: aal bevat veel pcb's, kwik en ddt. Het vermoeden bestaat dat wanneer zij op de lange reis naar hun paaiplaats hun vetreserves aanspreken, dit negatieve gevolgen heeft voor de productie en de kwaliteit van de eieren. Tenslotte heeft de aal Australische parasieten die zich via Japan en in Europa uitgezette Japanse alen in Europa hebben verspreid. Die parasieten zitten in de zwemblaas die je nodig hebt om de oceaan op te trekken. We weten niet wat er op zee gebeurt.''

De Europese paling staat op de rode lijst van bedreigde soorten, maar hij zal volgens Willem Dekker niet gauw uitsterven. Dekker: ,,We zijn in een arme situatie terechtgekomen waarin weinig wordt geproduceerd voor de toekomst. Je bent arm en je blijft arm. Uitsterven is echter een grote stap verder. Vissers stoppen er mee omdat er niet meer van te leven is: er zit een bodem in de visserij waaronder het vangen niet meer loont.''

Van veel commerciële vissoorten is bekend hoe je de populatie op peil kunt houden. Dekker: ,,Van soorten als haring, kabeljauw, schol en tong moet je een van de drie vrouwtjes niet vangen om de populatie op peil te houden. Maar de biologie van de aal kent veel onzekerheden. Aal moet je vangen voor hij paait. Op het IJsselmeer ontsnapt slechts een op de 700 vrouwtjes en kan zich voortplanten; buiten het IJsselmeer ontsnapt naar schatting een op de tien vrouwtjes.''

,,Vroeger was het altijd: als je het niet weet, vis je maar raak. Maar dat kan niet meer. Je zult het voorzorgsprincipe moeten hanteren en je als een goed rentmeester moeten gedragen. Het voorzorgsprincipe houdt in dat je alle mogelijke oorzaken moet aanpakken. Maar dat is niet altijd mogelijk: je kunt Nederland niet ontpolderen of alle dammen slopen. Parallel aan de andere soorten, met een extra veiligheidsmarge, moet je zeggen dat een op de twee tot drie vrouwelijke alen moet terugkeren naar de paaiplaats. Dat heeft een groep internationale wetenschappers ook geadviseerd aan de Europese commissie in Brussel.''

,,De consequentie daarvan is dat op het IJsselmeer -waar de aalvisserij een van de intensiefste van Europa is- zeker drie van de vier fuiken wegmoeten en dat ook daarbuiten de broekriem misschien moet worden aangehaald. Daar staat tegenover dat ook andere factoren moeten worden aangepakt, zoals de vervuiling en de afdammingen. Snelle en breed gedragen maatregelen kunnen hoop op herstel bieden. Als we niets doen, loopt het gegarandeerd slecht af met de aal. Nemen we de juiste maatregelen, dan is er goede hoop op herstel van de aal en daarmee op termijn ook van de visserij.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden