Bedolven onder de films

Het Filmfestival van Rotterdam is gedurende anderhalve week het mekka van de film in Nederland. Het groeide uit van een kleinschalig cinefiel evenement tot een populair festival, vorsend naar een nieuw evenwicht tussen kunst en commercie.

Het 44ste International Film Festival Rotterdam opent vanavond met 'War Book', een 'postnucleaire politieke thriller' gesitueerd in Londen, in de achterkamertjes van de macht. 'War Book' is de tweede film van de Engelse regisseur Tom Harper (35) die vorig jaar zijn première beleefde op het Filmfestival van Londen.

Voor een filmmaker is het heel normaal om van festival naar festival te hoppen. Wie succes oogst, reist makkelijk een jaar lang de wereld over. Michael Haneke's 'Amour' begon ooit met de Gouden Palm in Cannes en eindigde tien maanden later met een Oscar. 'Timbuktu' van Abderrahmane Sissako, vorig jaar bekroond in Cannes, arriveert deze week in Rotterdam, na een lange reis langs allerhande filmfestivals. Prijzen en enthousiaste kritieken speelden de eerste Oscarkandidaat uit Mauretanië gegarandeerd in de kaart.

Het Filmfestival van Rotterdam profileert zich met de Tiger-competitie, bedoeld als kweekvijver voor nieuwe talenten die hun eerste of tweede films presenteren. Zo kregen Remy van Heugten (regie) en bestsellerauteur Gustaaf Peek (scenario) dit jaar als enige Nederlandse filmmakers een plekje in het Tiger-programma. De vraag is hoe hun Limburgse vader-zoon drama 'Gluckauf' zal vallen bij de internationale keurmeesters.

Het moet gezegd, voor Nederlandse filmmakers is 'Rotterdam' in het verleden helaas geen vetpot gebleken. Slechts één Nederlandse regisseur werd er de afgelopen twintig jaar bekroond, Eugenie Jansen met 'Tussenland'. Om het geheugen op te frissen: de film draaide om een oude Nederlands-Indië veteraan en een jonge asielzoeker uit Soedan, twee getourmenteerde zielen uit vergeten oorlogen, die elkaar vonden in een voorzichtige vriendschap.

Het is interessant om na twintig jaar Tiger-competitie de balans eens op te maken. Van de zestig prijswinnaars kreeg slechts een tiental grotere bekendheid. Natuurlijk de in Rotterdam ontdekte Christopher Nolan die met zijn 'Dark Knight'-trilogie en het vorig jaar verschenen ruimte-epos 'Interstellar' uitgroeide tot een interessante Hollywoodregisseur.

Ook Zuid-Amerika deed het goed in de Rotterdamse competitie. '25 Watts' uit Uruguay, 'Mundo Grúa' uit Argentinië en 'Alamar' uit Mexico gingen na Rotterdam de wereld over. Er kwamen ook ontdekkingen uit China ('Suzhou River' van Lou Ye), Rusland ('4' van Ilya Khrzhanvosky) en Amerika ('Old Joy' van Kelly Reichardt). Maar om nu te zeggen dat het er wemelt van talent?

Festivalisering

Nu begint elke dag ergens op de wereld wel een filmfestival. In Australië Cinema in the Cemetery met een historische begraafplaats als festivallocatie. Nieuw-Zeelanders gaan naar het Incredibly Strange Film Festival met titels als 'Troll Hunter' en 'Hobo with a Shotgun'. Filmmakers die in aanmerking willen komen voor het International Moustache Film Festival in de VS moeten een snorrenthema hebben of een hoofdrolspeler met een snor. Nepsnorren zijn ook welkom.

De festivalisering van de cinema is compleet. Blijkbaar hebben we niet genoeg aan de bioscoop en het filmtheater, aan films op televisie, computer en smartphone, aan dvd's en downloads, aan video on demand, en abonnementen op Netflix en HBO.

We willen ook bij elkaar komen om films te zien. We willen ervoor afreizen naar een andere stad. En we willen ervoor in de rij staan. Toch?

Cinefiele festivalgangers trekken met indrukwekkende schema's en een rugzak vol boterhammen van de ene naar de andere voorstelling. Sociale bezoekers komen naar het festival om vrienden te treffen en de sfeer op te snuiven. Allemaal komen ze niet alleen om films te zien, maar om die films in een spectaculaire setting te zien.

Ook Nederland telt inmiddels tientallen filmfestivals. Idfa voor documentaires, Cinekid voor kinderen, Imagine voor horror, Movies that Matter voor de mensenrechten, enzovoort. Ze jagen allemaal op premières, ontdekkingen en trends. Vorig jaar waren de grote vier in Rotterdam (IFFR), Amsterdam (Idfa), Utrecht (NFF) en Zeeland (Film by the Sea) goed voor 736.200 bezoekers.

Opmerkelijk aan de cijfers van de laatste jaren is dat het documentairefestival Idfa aanzienlijk groeide, zelfs bijna even groot werd als het Filmfestival van Rotterdam. Idfa ontving vorig jaar een kwart miljoen bezoekers. Rotterdam zit er iets boven, met 287.000 'bezoeken'. Het gaat blijkbaar niet om bezoekers, of om verkochte kaartjes, maar om alle mogelijke bezoeken, ook die aan gratis tentoonstellingen. Een groot publieksfestival zijn en blijven vergt wat tovenarij met cijfers, zeker in tijden van crisis als er bezuinigd moet worden, en iedereen toch gefocust blijft op groei.

Artistieke voorhoede

Het Filmfestival van Rotterdam, in 1972 opgericht door Huub Bals, was lange tijd een cinefiel walhalla, een plek voor de filmische avantgarde, de experimentele cinema en de Aziatische ontdekkingen. Rotterdam speelde een belangrijke rol in de artistieke voorhoede, en heeft die ambitie nog steeds wel.

Punt is dat sinds de jaren zeventig het filmdistributienetwerk in Nederland aanmerkelijk is gegroeid, en dat veel interessante arthousefilms ook onafhankelijk van Rotterdam hun publiek wel bereiken. 'Boyhood' van Richard Linklater en 'Deux Jours, Une Nuit' van de Belgische gebroeders Dardenne verschenen vorig jaar rechtstreeks in de filmtheaters, evenals de Oekraïense documentaire 'Maidan', de Japanse eilandfilm 'Still the Water' en het Turkse epos 'Winter Sleep'.

Kort voor aanvang van het Filmfestival van Rotterdam werd ook de Amerikaanse satire 'Dear White People' van Justin Simien in de filmtheaters gelanceerd, evenals de Franse politiekomedie 'P'tit Quinquin' van Bruno Dumont, typische Rotterdam-films die in Rotterdam ontbreken. Omdat ze er bedolven raken onder de honderden titels? Omdat het voor distributeurs financieel gunstiger is om films apart uit te brengen?

De distributeur van de nieuwe Godard, 'Adieu au Langage', laat Rotterdam ook al links liggen, en brengt zijn film volgende week los van het festival uit. Het gaat om spraakmakende arthousefilms die het Rotterdamse gedrang mijden.

Het festival is zich daar natuurlijk van bewust. Om de band met de distributeurs aan te halen is dit jaar (weer) een nieuw programma in het leven geroepen, Limelight, waarin arthouse-titels te zien zijn die al op andere festivals opvielen en al verzekerd zijn van distributie. De bedoeling is om samen met de distributeurs op te trekken.

Rotterdam dicht zichzelf dus nog meer dan voorheen de rol van voorpremière-evenement toe, de plek waar je Gouden Leeuw-winnaar 'A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence' alvast kunt zien, en de nieuwe Paul Thomas Anderson met Joaquin Phoenix, 'Inherent Vice'.

Het zijn niet zomaar een paar titels, Limelight telt zo'n dertig films die vanwege hun populariteit al een groot deel van het publiek opslokken.

Uit zijn voegen

De 44ste editie van het Filmfestival van Rotterdam is het laatste festival van artistiek directeur Rutger Wolfson die het afgelopen jaar behoorlijk onder vuur lag, en in december zijn afscheid aankondigde. Precies een jaar geleden, na afloop van het festival, luchtte de Engelse filmcriticus Neil Young zijn hart. Met het artikel 'How Many Bad Movies Does it Take to Ruin a Film Festival?', gepubliceerd op de populaire Amerikaanse filmwebsite Indiewire, verwoordde hij wat al jaren onder festivalgangers rondzoemt: het Filmfestival van Rotterdam barst uit zijn voegen.

Om één goede film te zien, zei Young, moet je je door een lawine aan slechte films heen werken. Hij vergeleek het festival met 'a vessel which is drifting along - perhaps towards dangerous waters'. Ook op de site van de Filmkrant verscheen een vlammend betoog. Het festival zou cinefiele visie ontberen. Programma's zouden eilandjes zijn in een mistige zee. Hoofdredacteur Dana Linssen zei op het festival te verdwalen, en stelde de festivalleiding vragen over relevantie en urgentie.

In totaal zijn in Rotterdam dit jaar 228 avondvullende films te zien tegenover 248 vorig jaar, en 253 korte en middellange films tegenover 288 het jaar ervoor (de ruim 50 verschillende evenementen (talkshows, masterclasses, et cetera) en ruim 30 installaties uitgezonderd). Het kolossale programma is dus iets getrimd. Het lijkt erop dat het festival zich de kritiek op zijn imago als ronddobberend vrachtschip heeft aangetrokken.

Warm festivalhart

Het is ondertussen de vraag welke koers het grote publieksfestival vaart. De individuele festivalbezoeker zal er misschien niet van wakker liggen. Die sprokkelt wat films bij elkaar, duikt daarna de kroeg in, of schuift aan bij de talkshow in festivalcentrum De Doelen, waar dit jaar een swingende gastheer aantreedt: Tom Barman, behalve frontman van de Vlaamse band dEUS ook filmliefhebber en regisseur. De hoop is dat Barman van het koude congrescentrum een warm festivalhart maakt.

Maar wat de professionele bezoeker betreft: die zit er niet alleen op zaterdagavond, maar ook op maandagochtend. Het gaat om regisseurs, distributeurs, programmeurs en journalisten die festivals beoordelen op hun culturele waarde in het sterk uitdijende internationale festivalcircuit.

Zo begint vlak na het Filmfestival van Rotterdam het Filmfestival van Berlijn, een A-categorie festival dat het meer moet hebben van rode lopers, sterren en prijzen. Denk aan de bestsellerverfilming 'Fifty Shades of Grey' die volgende maand een Berlijnse galapremière krijgt. Naast de competitie is er ook het Forum waarmee Berlijn in dezelfde vijver vist als Rotterdam.

Concurrentie alom

Zo gaat 'Zurich' van de Nederlandse regisseuse Sacha Polak, met in de hoofdrol Wende Snijders, niet in Rotterdam in première maar in Berlijn. Hetzelfde geldt voor de nieuwe film van Anton Corbijn, 'Life', gebaseerd op de vriendschap tussen James Dean en Life-fotograaf Dennis Stock. Concurrentie alom. Je moet van goeden huize komen wil je in het slagveld van de filmfestivals overleven.

Rotterdam groeide van een een militant filmfestival en cinefiel evenement voor de andersoortige film uit tot een publiekstrekker en een grote filmmarkt, waar steeds meer aandacht kwam voor de handel in film. 'Meer vorm dan vent', zou je kunnen zeggen met een verwijzing naar de oude discussie in de literatuur.

De tijd lijkt nu rijp voor een omwenteling. Je mag het ook renovatie noemen, of innovatie, maar de roep om een duidelijke cinefiele visie en scherpere keuzes is alom hoorbaar. Dat wil niet zeggen dat kunst en commercie niet samen kunnen gaan.

Marijke de Valck, die als een van de eersten een academische studie verrichtte naar het fenomeen filmfestival, betoogt dat artistieke en commerciële belangen heel goed in elkaars verlengde kunnen liggen. Hetzelfde blijkt uit een recente studie van de Zwitserse onderzoeker Christoph Jungen naar de succesvolle kruisbestuiving tussen het festival van Cannes en Hollywood.

Duidelijk is dat het een ingewikkelde spagaat is om kunst én commercie in evenwicht te houden, en publiek én kritiek tevereden te stellen. Spannend hoe Rotterdam dat als smart city gaat oplossen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden