Reportage

Bedoeïenen willen niet weg voor een Israëlische nederzetting: 'Ik ga nergens naartoe'

Activisten slapen in een tent in Khan Al Ahmar, het bedoeïenendorp dat door Israël dreigt te worden gesloopt. Beeld Reuters

Ontruiming dreigt voor een bedoeïenendorp bij Jeruzalem. Activisten proberen met man en macht te voorkomen dat het moet wijken voor een Israëlische nederzetting. 'Als we deze strijd verliezen, zal dat desastreuze gevolgen hebben.'

Het is een komen en gaan in Khan Al Ahmar, het bedoeïenendorp in de zandheuvels ten oosten van Jeruzalem. Sinds het Israëlische Hooggerechtshof besloot dat het dorp mag worden afgebroken, lijken Palestijnse politici en activisten de leiding te hebben overgenomen. Bussen met sympathisanten rijden af en aan over het hobbelige zandpad, en bewoners van nabije bedoeïenendorpen slepen dozen met groenten, fruit en pitabroden aan om hongerige demonstranten te voeden.

"Khan Al Ahmar is het symbool geworden van verzet tegen de Israëlische bezetting", zegt Anan Atteereh, de Palestijnse vice-gouverneur van Nablus. Ze is met een vijftigtal vertegenwoordigers uit alle geledingen van haar stad naar Khan Al Ahmar gekomen en zit in de grote kring van vooral mannen naar de speeches te luisteren.

Als voor de vrouwen een aparte tent wordt klaargemaakt, is ze van plan de nacht hier door te brengen. Uit solidariteit met de dorpsbewoners, om aandacht te krijgen van de internationale gemeenschap, maar vooral als een politieke verklaring. "Het komt er nu echt op aan. Israël probeert met steun van de Amerikanen Jeruzalem uit te breiden. Als we deze strijd verliezen, zal dat desastreuze gevolgen hebben. Dan wordt de Palestijnse staat afgesneden van Jeruzalem.''

De Israëlische regering beweert dat ze de grond van Khan Al Ahmar nodig heeft om het wegennet uit te breiden. Omdat het dorp zonder vergunning en op staatsgrond is gebouwd, heeft het Hooggerechtshof daarvoor toestemming gegeven. Maar de verwachting aan Palestijnse kant is dat binnen de kortste keren een of meer nederzettingen op deze strategische plek zullen verrijzen.

Khan Al Ahmar ligt aan de oostkant van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever. Als hier Israëlische nederzettingen komen, wordt de Westoever in tweeën geknipt, wordt een groot Israëlisch Jeruzalem gecreëerd en de Palestijnse toegang tot Jeruzalem belemmerd.

Huis en haard

Voor de bewoners van Khan Al Ahmar, leden van de Jahalin-stam, gaat het in de eerste plaats om het verlies van huis en haard. De stam werd na de oorlog van 1948 uit de Negev-woestijn verdreven en streek begin jaren zeventig deels op de huidige locatie neer. De bedoeïenen zijn een van oorsprong rondtrekkend herdersvolk, dat in het moderne Israël sociaal zwak staat.

Een dertigtal families woont in Khan Al Ahmar tussen zand en steen in halfopen structuren, met honderden geiten in wiebelende omheiningen om hen heen. Alleen de school, dankzij buitenlandse hulp opgetrokken van een combinatie van autobanden, modder en cement, oogt stabiel.

"Ik ga nergens naartoe'', zegt Faisal Abu Dahuk, die bij de ingang van het dorp op een matje is gaan liggen. Op de vraag wat er gaat gebeuren als het dorp wordt platgewalst, heft hij zijn handen naar de hemel. Allah zal het weten.

De twee alternatieve woonplaatsen die de Israëlische autoriteiten aanboden, zijn door stamleden resoluut van de hand gewezen. Het eerste aanbod betrof een terrein tussen de vuilnisbelt en het autokerkhof van Abu Dis, een Palestijnse wijk aan de zuidkant van Jeruzalem. Vervolgens kwam het voorstel om richting Jericho te verkassen en de tenten op te slaan naast een rioolzuiveringsinstallatie, waar vanwege gevaar voor de gezondheid officieel niet mag worden gewoond.

Hussein Jahalin - 54 jaar, vader van zes jongens en een meisje, en grootvader van veel kleinkinderen - was een van de eerste baby's die in het dorp werden geboren. In zijn witte gewaad staat hij verloren tussen de opgewonden gasten. Hij verheugt zich over de belangstelling, maar is sceptisch over het nut en doet 's nachts geen oog dicht.

"Ik vrees het ergste en kan je niet zeggen wat er moet gebeuren als het dorp wordt vernield. We hebben begrepen dat wijzelf niet met geweld kunnen worden verwijderd. Volgens het internationale recht is dat verboden. Maar wat doen we dan? Blijven we hier op de puinhopen zitten?''

Vreedzaam verzet

De meeste bezoekers sluiten niet uit dat het protest zal uitlopen op het verlies van levens. Ziad Osman: "Het Palestijnse volk heeft begrepen dat vreedzaam verzet het meest gewenst is. Ook onze aanwezigheid hier heeft een vreedzaam karakter. Tegelijkertijd zijn we ons heel goed bewust van onze rechten en willen we ons koste wat kost tegen de afbraak verzetten."

Aan al deze gesprekken en discussies doen de vrouwen van het dorp niet mee. Ze houden zich afzijdig. Aan de rand van het dorp staat een grote moerbeiboom waaronder ze zich dagelijks verzamelen en proberen uit te rusten. Ook zij slapen 's nachts niet, uit angst voor de komst van het leger, voor een gewelddadige confrontatie en voor de toekomst.

Lees ook:

‘Aparte plek voor Israël in de Protestantse Kerk is onnodig en dubieus’

De Protestantse Kerk in Nederland moet af van de speciale plek voor Israël en het jodendom. Ze kan zich beter verbinden aan de strijd tegen antisemitisme, vindt een groep liberale theologen.

Arabisch is geen officiële taal meer in 'Joodse staat' Israël

Een nieuwe wet benadrukt het Joodse karakter van de staat Israël en drijft minderheden in het nauw. Het Arabisch is geen officiële taal meer. De protesten komen op gang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden