Bedevaartsoord / Vlaamse Maria is zevenmaal Calvijn te sterk

Scherpenheuvel: de naam zegt boven de grote rivieren zelfs katholieken weinig of niets. Toch trekt de Vlaamse bedevaartsplaats jaarlijks honderdduizenden bezoekers. Hoe is dat allemaal ontstaan? En welke rol speelde dit Jeruzalem van de Lage landen in de Tachtigjarige Oorlog? Twee historici schreven er een mooi boek over.

Eerst een verhaal: Eens beklom een herder de hoogte die door omwonenden de 'Scherpenheuvel' werd genoemd. Aan de voet van een eik zag hij een Mariabeeld liggen. De man pakte het op om het mee naar huis te nemen. Op hetzelfde moment werd het houten beeldje loodzwaar. Bovendien merkte de herder dat hij zich niet meer kon bewegen. Zo trof zijn meester hem tegen de avond aan. De herder vertelde wat hem overkomen was en geschrokken hing de baas het beeld terug in de boom. Direct voelde de herder de kracht in zijn spieren terugvloeien.

Ten noordoosten van Leuven gelegen is Scherpenheuvel vijf eeuwen later nog steeds veruit de belangrijkste bedevaartsplaats van Vlaanderen. Even leek er de klad in te zitten, maar de laatste jaren leeft de belangstelling weer op. Elk jaar komen honderdduizenden pelgrims uit België en omliggende streken om er te bidden bij het Mariabeeld in de zandstenen koepelbasiliek, of om, de zondag na Allerzielen, mee te lopen in de jaarlijkse Kaarskenprocessie.

Toch hebben slechts weinigen weet van de religieuze symboliek waarmee het oord tot in zijn fundamenten is doordrenkt. Om te voorkomen dat deze beeldtaal voorgoed ontsnapt aan ons postchristelijke begripsvermogen hebben de historici Luc Duerloo en Marc Wingens een en ander schriftelijk vastgelegd. Het vormt het resultaat van diepgravend onderzoek naar de opkomst van dit Jeruzalem der Lage Landen. Hun werk ligt nu in de boekhandel. En het moet gezegd: het is een boeiend boek geworden, dat nog aan waarde wint door de prachtige illustraties.

De studie vat op een overzichtelijke manier moderne ontdekkingen en interpretaties samen. Maar de beide auteurs komen ook tot eigen bevindingen. Bij elkaar schetst dit het beeld van Scherpenheuvel als belangrijk centrum binnen de grote religieuze, politieke en culturele bewegingen van het zeventiende eeuwse West-Europa. Het was het tijdperk van de Contrareformatie waarin de rk kerk zichzelf hernieuwde, in een poging (ook letterlijk) het terrein te herwinnen dat ze had verloren aan de Reformatie van Luther en Calvijn.

Wanneer de Mariadevotie in Scherpenheuvel precies is ontstaan, blijft duister. In elk geval trok de heuvel, op zo'n drie kilometer van het stadje Zichem, al begin zestiende eeuw pelgrims. Op de top stond een oude eik en daaraan hing een houten Moeder Godsbeeld. Binnen korte tijd circuleerden er berichten over genezingen op voorspraak van Maria. Rondtrekkende Spaanse soldaten verspreidden het nieuws en zo kreeg de plek landelijke bekendheid. Tijdens de calvinistische bezetting van Zichem (1580-1583) verdween het beeld spoorloos. Er kwam een nieuw voor in de plaats.

Het aantal pelgrims liep rond 1600 al in de tienduizenden. En toen de Maagd kort daarop ook nog begon te bloeden was het hek helemaal van de dam. Om de groeiende cultus in vastere banen te leiden liet de kerkelijke overheid het beeld overbrengen naar een nieuwgebouwde kapel. Er werd een pastoor aangetrokken en later een mannenklooster gesticht.

Duerloo en Wingens houden zich voornamelijk bezig met de jaren 1598-1633, de tijd waarin de aartshertogen Albrecht en Isabella regeerden over de Zuidelijke Nederlanden, ruwweg het huidige België. Eerst samen, en na de dood van haar man in 1621 Isabella alleen. De Tachtigjarige Oorlog, de strijd tussen het protestantse noorden en het katholieke, door Spanje gedomineerde, zuiden was nog steeds gaande. Tussen 1609 en 1621 onderbroken door een bestand.

Albrecht, voormalig kardinaal, en Isabella, dochter van de Spaanse koning Philips II, hadden behoefte aan een symbool dat de suprematie van het rooms-katholicisme boven het protestantisme duidelijk kon maken. Al snel kwam men op Scherpenheuvel. Dat lag volgens een tijdgenoot ,,in een plaetse op de frontieren oft grenzen van de vijanden'' -de Noord-Nederlandse Republiek- als geestelijk bolwerk van de strijdende rk kerk tegen de calvinistische ketterij. Had immers de Maagd van Scherpenheuvel er in 1604 niet voor gezorgd dat de stad Ostende, het laatste republikeinse bolwerk in Vlaanderen, kon worden heroverd?!

Dit 'feit' gaf voor het aartshertogelijk paar de doorslag. Het wees in 1607 Scherpenheuvel aan als hét centrum van publieke vroomheid in de Nederlanden. Ja, ook voor de opstandige noordelijke gewesten die men met Maria's hulp alsnog aan Spanje hoopte te onderwerpen. Men wist Rome zover te krijgen dat het aan een bedevaart naar 'de heuvel' een volle aflaat (vergeving van alle zonden) verbond.

Albrecht en Isabella maakten het bedevaartsoord tot prototype van contrareformatorische cultuur, tot een 'totaalkunstwerk' dat de toenmalige theologische visie op Maria langs zinnebeeldige, weg gestalte gaf. Zo kreeg de basiliek die de oude kapel verving, naast een hoofdaltaar zes zijaltaren. Samen symboliseerden ze de in die tijd bestaande zeven mariale hoogtijdagen. En de hortus conclusus (besloten tuin), als een zevenhoekige ster de bedevaartsheuvel omringend, verwees naar Maria's maagdelijkheid. Het heilig getal kwam ook terug in de zeven bastions rond de stad Scherpenheuvel. Deze veste vormde de symbolische bescherming voor de hier residerende Maagd. Anno 2003 resideert Maria er volgens velen nog steeds.

Luc Duerloo en Marc Wingens: Scherpenheuvel, het Jeruzalem van de Lage landen. ISBN 9058261824. Davidsfonds Leuven. 192 blz. € 39,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden