Bedevaart naar opa Ushijima

De Japanse premier Koizumi heeft het plan opgevat volgende week een bezoek te brengen aan de Yasunkuni-tempel, een heiligom voor gevallen Japanse soldaten. Koizumi's voornemen leidt tot heftige debatten in en buiten Japan.

Talrijk zijn de landen die worstelen met hun oorlogsverleden. Terwijl de ene helft van de natie geen kwaad woord wil horen over hen die het leven lieten in de strijd voor de nationale zaak, wijst de andere helft ieder eerbetoon af omdat die nationale zaak van geen kant deugde.

Kijk naar Oostenrijk met zijn bruine verleden. Naar Nederland dat aan zijn politionele acties een koloniaal trauma heeft overgehouden. Naar de Verenigde Staten dat in Vietnam in een indentiteitscrisis belandde. Japan is met zijn onvoltooid verleden geen uitzondering. Uitzonderlijk is wel dat Japan geregeld in de knoop raakt door zijn eigen onverschilligheid. Zo ook nu, en wel door onverschilligheid van premier Koizumi.

Op 15 augustus, de dag van de Japanse capitulatie, willen premier Junichiro Koizumi en zeker drie van zijn ministers de Yasukuni-schrijn bezoeken. Yasukuni, het shintoïstische heiligdom voor de Japanse gevallenen, herbergt de vergode zielen van onder anderen zeven opgehangen oorlogsmisdadigers, van wie oorlogspremier Hideki Tojo de meest beruchte is.

Koizumi's voornemen stuit in de buurlanden op onbegrip en woede. Waarom laadt de premier de verdenking op zich dat hij met zijn bedevaart naar Yasukuni de oorlog achteraf hoopt te rechtvaardigen?

Het heiligdom ligt in het hart van Tokio, op een heuvel. Twee rijen rijzige bomen omzomen een stoffige laan naar de schrijn. De meeste bedevaartgangers zijn oud. Oudgedienden die voor hun gesneuvelde kameraden komen. Of oorlogsweduwen. Of inmiddels zelf op leeftijd gekomen kinderen van gevallenen. Jongeren komen hier ook wel, maar meestal in georganiseerd verband. Hun school drijft ze hierheen of de machtige Japanse Verening van Nabestaanden van Gevallenen, Nihon Izokukai.

Een jongen, met grijze borstrok en puistjes, staat voor het heiligdom te stuntelen met een fototoestel. Hij maakt geen aanstalten te buigen voor de oorlogsdoden. ,,Ik ben Koreaan'', antwoordt hij in behoorlijk Japans. Kim Hyoung'jun, 25 jaar, is student toegepaste natuurkunde uit het Zuidkoreaanse Pusan. Dit is zijn eerste keer en zijn eerste dag in Japan. ,,Ik heb geen hekel aan Japan'', zegt hij met zachte stem. En de oorlog? ,,Ik weet dat er nog problemen zijn, maar ik ben hier als toerist.''

Zijn opa heeft onder de Japanners geleden, al weet hij er het fijne niet van. Opa Kim moest voor de keizer vechten, want Japan bezette Korea en lijfde het in. Maar, nee, dat is vooral een probleem van de generatie van zijn opa. ,,Als u zegt dat de Koreanen boos zijn op Japan omdat de premier, hoe heet hij ook weer, naar deze schrijn komt, dan is dat wel waar. Maar het is vooral een officiële boosheid, de boosheid van onze regering. Die kan dat niet over haar kant laten gaan. Maar gewone Koreanen zoals ik, ach, wij halen onze schouders op over het onbenul van de Japanse premier.''

Een bejaarde Japanner klapt in zijn handen en buigt moeizaam maar diep voor de schrijn. Even later vertelt hij dat hij in de Filippijnen vocht, veel ellende zag, maar ook dat hij weigert zich te schamen voor wat er gebeurd is. De broze Tadashi Yanagi, tachtig jaar oud en gepensioneerd drukker, zegt met een zucht: ,,Nee, ik heb geen oordeel over de oorlog. Er was oorlog. Je werd opgeroepen. Je moest vechten. Ik ook. Ik kon mijn opleiding niet afmaken. Zo gaan die dingen.''

En dat hier oorlogsmisdadigers worden vereerd, dat stoort Yanagi niet? ,,Waarom zou het me storen? Ik kom hier niet voor die oorlogsmisdadigers, maar voor mijn vrienden die niet zo fortuinlijk waren als ik. Als onze premier hierheen wenst te komen, moet dat maar. Moeten miljoenen in ere gevallen landgenoten het dan zonder huldebetoon stellen, alleen omdat een handjevol slechte mensen hier ook wordt herdacht?''

Het keizerrijk is verdeeld over Koizumi's bedevaart naar dit omstreden oord. Ruim 20 procent van de Japanners steunt het bezoek van de premier aan Yasukuni en 35 procent is tegen, terwijl een groot aantal Japanners geen mening heeft: 45 procent. Wat het Wir haben es nicht gewusst ooit was voor de Duitsers, is voor de Japanners: Wij weten het nog altijd niet.

Professor Etsushi Tanifuji vindt dat premier Koizumi een blunder begaat. ,,Als Koizumi zou nadenken, had hij dit onzalige Yasukuni-plan nooit opgevat'', zegt de politicoloog in zijn met boeken volgepakte kamer aan de Tokiose Waseda-Universiteit. ,,Maar hij is geen rationeel denkend politicus. Hij is een gevoelspoliticus. Hij kan geen goede reden geven voor deze bedevaart.''

De intuïtief handelende populist Koizumi behoorde ooit tot de rechter, ultranationalistische vleugel van de Liberaal Democratische Partij, de regerende conservatieve partij. Hij onderhoudt goede betrekkingen met de Japanse Vereniging van Nabestaanden van Gevallenen, de belangrijkste geldschieter van Yasukuni. Toen Koizumi premier werd gebeurde dat met uitdrukkelijke steun van de nabestaandenvereniging. Het verbaast professor Tanifuji daarom niet dat de premier die nabestaandenclub beloofde naar Yasukuni te gaan.

,,Hij dacht dat hij er wel heen kon gaan, omdat hij zo populair is en bij de bevolking een potje kan breken. Maar zijn populariteit heeft geen harde kern. Je ziet nu al op alle fronten de sympathie slijten. Tegen de herfst zal Koizumi's populariteit verder tuimelen als de mensen merken dat hij slechts mooie woorden levert maar geen daden'', voorspelt de politicoloog.

Koizumi kent geen beginselen, zegt Tanifuji, alleen gevoelens. ,,Hij doet wat zijn hart hem ingeeft. Hij zegt een afkeer van ideologie te hebben. Als hij en zijn ministers ter bedevaart naar Yasukuni gaan, gelooft hij werkelijk dat dat niets met ideologie van doen heeft. Hij kan gevoelens en ideologie niet uit elkaar houden.''

Sadamitsu Ushijima, 48 jaar, is onderwijzer in Tokio. Een open, intelligent gezicht, een rustige, heldere stem. ,,De Yasukuni-schrijn is geen plaats waar de oorlogsslachtoffers herdacht behoren te worden. We hebben een foute aanvalsoorlog gestreden, we hebben wrede misdaden begaan, misdaden tegen de mensheid. Onze gevallenen een goddelijke status geven en religieus vereren, is een grove verwringing van ons verleden.'' De echte slachtoffers van de oorlog, burgers, zijn niet te vinden in de registers van de Yasukuni-schrijn, zegt Ushijima. ,,Het is dus volstrekt onzinnig dat de premier naar Yasukuni wil gaan.''

Onderwijzer Ushijima is de kleinzoon van generaal Mitsuru Ushijima, de bevelhebber van het 32ste legerkorps dat Japan in 1944 en 1945 aan de zuidflank moest verdedigen tegen de oprukkende Amerikanen. Ushijima gaf in mei 1945 het bevel door te vechten tot de laatste snik, toen zijn manschappen op Okinawa in een hopeloos verloren positie verkeerden. Als gevolg van dat bevel kwamen tienduizenden soldaten en burgers om.

,,Mijn grootvader was zeker geen oorlogsheld. Zijn bevel heeft heel veel mensen het leven gekost. Vele, vele burgers op Okinawa, wier levens zogenaamd zouden worden beschermd door het keizerlijke leger. Het tegendeel was waar. Ons leger dreef vrouwen en kinderen moedwillig de dood in. Het was verschrikkelijk.'' Over zijn grootvader heeft hij geen uitgesproken oordeel. Maar dat hij, als hoogste generaal, verantwoordelijk was voor een hoop ellende en verschrikking, beaamt de kleinzoon.

In 1937 was zijn grootvader, toen nog brigade-generaal, in Nanking. Hij leidde daar het 36ste Infanteriekorps. Zijn kleinzoon weet niet in hoeverre de troepen van zijn opa daar meededen aaan het bloedbad. ,,Ik wil dat de hele waarheid over de oorlog bekend wordt, hoe ongemakkelijk die ook is voor ons Japanners. Wij weten veel te weinig over ons verleden. Hoe we hebben huisgehouden op Okinawa valt niet te lezen in onze schoolboeken. Ook niet wat we in Nanking uitspookten. Alles moet worden uitgezocht en aan de Japanners onderwezen.''

Als onderwijzer vertelt hij zijn leerlingen daarom ook over de rol van zijn opa. ,,Voor jonge kinderen is dat moeilijk te begrijpen. Ze denken: nou, zijn opa was verschrikkelijk belangrijk. Terwijl ik wil uitleggen wat onze vaders, grootvaders en overgrootvaders de bevolking in onze buurlanden en zelfs in Japan aandeden.''

Ushijima's grootvader pleegde rituele zelfmoord op 22 juni 1945, een dag voor de Japanse nederlaag op Okinawa. ,,Vroeger gingen we elk jaar met onze familie op opa's sterfdag naar Yasukuni om hem te herdenken. Sinds mijn veertiende ga ik niet meer mee. Omdat ik besefte dat je hem daar niet als een held of god mag vereren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden