Review

Bedenksel van een ontspoord havenbedrijf

Zal straks op het meest gewilde puntje van het eiland Manhattan opnieuw een World Trade Center van 102 verdiepingen hoog verrijzen? Of komt er een park, met een gigantisch monument? Twee fascinerende boeken over de geschiedenis van het WTC -beide gepubliceerd in 1999, maar pas na de aanslag op de bestsellerslijst van de New York Times beland- helpen het juiste antwoord te zoeken. Het voormalige WTC was volgens auteur Eric Darton in alle opzichten een ramp.

Gillespie is een ware fan van het gebouw. Darton daarentegen beschrijft de bouwgeschiedenis in zwarte tonen. Beiden schreven hun boek met de echo van de eerste bomaanslag op het WTC, in 1993, in het hoofd.

Het World Trade Center werd geboren in een bedje van politieke deals tussen het politieke stadsbestuur en het regionale havenbedrijf, een staat in de staat, op zoek naar een missie en naar inkomsten. Ooit opgericht om het gebied tussen de staten New York en New Jersey aan beide kanten van de Hudson een impuls te geven, was het juist deze autocratisch geleide organisatie, die de maritieme belangen verwaarloosde en de Newyorkse haven ten slotte de das om deed.

In plaats van te doen wat een havenbedrijf hoort te doen, ging het speculeren in grond en onroerend goed; het bouwde vliegvelden en kantoorcomplexen. En in die ontspoorde ingenieurscultuur werd het megalomane WTC-project ontwikkeld. Een buurt met levendige elektrotechnische bedrijfjes ging ervoor tegen de vlakte. De weerstand van de staat New Jersey moest worden afgekocht met de overname van een onrendabele metrolijn. Het puin uit de gigantische bouwput werd, samen met de eens zo trotse havenpieren, gedumpt in de Hudson rivier. En zo begroef het havenbedrijf letterlijk de maritieme missie van de stad New York.

Commercieel was de kantorenstad een mislukking. De ambitieuze naam ten spijt deed Amerika in de jaren zestig nauwelijks aan internationale handel. Slechts twaalf procent van het BNP ging in de import om. De beheerders van het gebouw hadden de grootste moeite om huurders te vinden die voldeden aan de criteria: alleen bedrijven die zich bezighielden met im- en export kwamen in aanmerking. Maar daarmee moest al direct de hand gelicht. Overheidsinstanties en kunstenaars werden met sterk gereduceerde huurprijzen gepaaid om het enorme kantooroppervlak te vullen, tot woede van andere bouwers in de stad, die zich zónder subsidie moesten zien te bedruipen. Het World Trade Center-debacle was een zuiver voorbeeld van het beleid dat het bankroet van de stad New York in de jaren zeventig veroorzaakte.

Opiniemakers veroordeelden de twee torens op esthetische gronden als een architectonisch monstrum. Het WTC heeft zich geen plaats verworven in de gezaghebbende literatuur over architectonische vernieuwingen in de twintigste eeuw. Werd in de ontwerpfase het gebouw nog bejubeld, tegen de tijd van de oplevering, in 1972, had de romance van de architectuur wereld met grootschaligheid en hemelstormende gebouwen haar charme al verloren.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig kwam bovendien de strijd van buurtbewoners tegen de megalomane bouwdrift van de instanties goed op gang, in New York niet minder dan in Europa. Buurten als Soho, the Village, the Upper West Side bleven zo behoed voor de slopershamer. Darton toont aan dat als het World Trade Center een paar jaar later was bedacht, het al op de tekentafel een zachte dood zou zijn gestorven.

Voor de andere auteur, Gillespie, bewijst deze geschiedenis alleen maar hoe ver de smaak van de culturele elite en de beleving van andere sociale groepen uit elkaar liggen. Hem interesseert waarom een complex met zo'n negatief imago tot een symbool van New York en Amerika kon worden.

Gillespie beschrijft hoe het gebouw geaccepteerd raakte, als décor in tal van Hollywoodfilms, als symbool op T-shirts en sleutelhangers, als hulpstuk voor parachutespringers en acrobaten; het restaurant en de uitkijkpost boden de Newyorkers en toeristen een mogelijkheid de torens in hun hart te sluiten. Zo kregen de torens een menselijker maat -overdrachtelijk dan.

Voor Gillespie was de bomaanslag van 1993 het bewijs dat de Twin Towers er binnen een decennium in waren geslaagd hét symbool van Amerika te worden.

Voor Darton had die (eerste) aanslag een geheel andere betekenis. De aanslag liet, in zijn optiek, zien hoe controversieel het gebouw was en blijft, en stelt New York in staat de plek opnieuw te bezien.

De politieke wil en de bestuurscultuur om in New York nog eens zoiets te bouwen, ontbreken. In de architectuur waait er een nieuwe wind. Groter en hoger is in Amerika niet langer superieur. Het valt daarom te betwijfelen of de Twin Towers ooit zullen worden herbouwd in hun oorspronkelijke staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden