Beda is alle eerbied waard

In Engeland groeit hernieuwde waardering voor twee van zijn bijzondere heiligen: Cuthbert (-687) en Beda (-735). Dagelijks zijn pelgrims te vinden bij hun graf in de kathedraal van Durham, terwijl in Jarrow bij NewCastle aan Beda een binnen- én buitenmuseum is gewijd.

'In dit graf rusten de beenderen van Sint Beda de Eerbiedwaardige', staat in het Latijn op de steen van deze Engelse heilige, die sinds 1022 in Durham ligt begraven. De schrijn in de kathedraal dateert van 1370, zes eeuwen na Beda's dood. Zijn graf trok toen veel pelgrims, die meteen ook het graf bezochten van bisschop Cuthbert, de beroemde heilige van Lindisfarne, medepatroon van de kathedraal.

Voor beiden is er opnieuw een bloeitijd: door de week, van 's morgens vroeg zitten tientallen bezoekers rond Cuthberts graf in mediterende pose. De omgeving dwingt alle rust en bezinning af: de tombe zelf is eenvoudig, maar staat wel met de rug naar een imposant koorhek waar oorspronkelijk de uiterste oostmuur van de kathedraal was gedacht. Beda rust in het meest westelijke deel van de kerk, in de Galilea-kapel.

Veel rust kenden de resten van Beda, bijgenaamd Venerabilis of 'de Eerbiedwaardige' aanvankelijk niet. Na zijn dood werd hij begraven bij het klooster van Jarrow, destijds een van de belangrijkste kloosters in het noorden van Engeland. Dat was de tijd van de Vikingen die tijdens hun overvallen bliksemsnel de rivier de Tyne opvoeren om overal dood en verderf te zaaien. Voor de monniken van Jarrow was dat reden om er halsoverkop met Beda's kist van door te gaan. Maar de Vikingen kwamen ook in het achterland en keer op keer moesten de resten verhuizen. Na enkele eeuwen kreeg Beda een vaste rustplaats: de kathedraal van Durham. Het bleek er veilig, tot de Reformatie kwam. Beeldenstormers verwoestten het oorspronkelijke graf en het leek erop dat de geschiedenis zich zou herhalen.

Sinds kort kunnen pelgrims voor Beda ook naar diens voormalige klooster in Jarrow, waar hij op zeer jeugdige leeftijd intrad. Daar zien ze een van de oudste kerken in het land: een gaaf gebouw uit de achtste eeuw, in saksische stijl. In de vensters zit wellicht het oudste Britse glas. Van het aanpalende klooster is verrassend veel bewaard, een bewijs van het feit hoe ruim dit complex moet zijn opgezet.

Jarrow heeft sinds kort nog iets anders te bieden: een museum geheel gewijd aan het leven en werk van Beda, in samenhang met zijn tijd. Daar moet de wat oudere Cuthbert het echt tegen hem afleggen. Wie van Cuthberts leefsfeer wat te weten wil komen, moet naar Lindisfarne, ook wel Holy Island geheten. Ooit was het een magisch oord voor hippies in de jaren zestig. Nog altijd is het een bijzonder eiland, dat bij vloed, dus twee keer per dag onbereikbaar is.

Uit Cuthberts tijd is weinig meer over dan een simpele kapel waar hij zich terugtrok. De schilderachtige ruïne van de Lindisfarne priorij, die tot zijn eer werd opgericht, dateert uit de late Middeleeuwen. Ook hier wisten de Vikingen en de Reformatie de geschiedenis nagenoeg weg te gommen.

Beda evenwel liet zoveel geschreven en later herdrukte woorden na dat hij de inzet van uitvoerige bestudering is. In 'Bede's World', aan de overkant van de straat die langs St. Paul's in Jarrow loopt, is nu een bezoekerscentrum annex openluchtmuseum dat een levendig beeld van de Saksische Middeleeuwen wil geven.

Zo is er behalve een statische presentatie van Beda als monnik zelf een compleet boerenleven nagebouwd dat de medewerkers van het centrum dagelijks bijhouden. In zorgvuldig gereconstrueerde boerenbehuizingen en stallen kweken ze veerassen terug en ze koesteren het veerwild in een eigen vijver. (Cuthbert, net als Fransciscus eeuwen later een dierenvriend, gaf zijn naam aan de eidereend, in het Engels verbasterd tot cuddy).

Jarrow is een oase in een grauwe omgeving. Kijk je over de schutting van het boerendorp, dan sta je oog in oog met de (Japanse) industrie die de steden NewCastle, Sunderland en Middlesborough van zijn werklozen moet verlossen.

Dient al die belangstelling voor Beda ergens toe? De anglicaanse kerk heeft de heiligenverering niet erg hoog. Maar om Beda kan ze niet heen. Cuthbert werd geroemd om zijn grenzeloze goedheid in een tijd dat het geloof in dit gevaarlijke deel van het land in de kinderschoenen stond. Beda's leven is anders; zijn naam is verbonden aan een nieuwe berekening van de duur van een jaar en daarmee van de tijdens zijn leven gehanteerde Juliaanse kalender. Beda zag in dat een jaar 11 minuten en 14 seconden langer zou moeten duren. Niet dat de kerk die inzichten meteen overnam: het duurde tot 1582 voordat de toenmalige paus Gregorius XIII op basis van Beda's berekeningen een nieuwe kalender introduceerde: de 'Gregoriaanse' kalender. In Engeland hield men nog twee eeuwen halsstarrig aan de oude tijdrekening vast, waardoor overal in Europa verwarring toesloeg.

Voor gelovigen èn ongelovigen is Beda in de eerste plaats de auteur van een onvergankelijke studie naar de vroegste geschiedenis van Engeland, spannend vervat in de 400 pagina's tellende Penguin Classic met de titel Ecclesiastical History of the English People. Voor iedereen die de geschiedenis van Angelsaksisch Engeland wil begrijpen, is Beda's studie eenvoudig een must.

Beda schreef behalve over zijn eigen tijd ook over wat hij wist van vroeger. Zo begint hij met de invasie van de Romeinen in de eerste eeuw voor Christus, om via de beschrijving van de levens van talloze koningen, bisschoppen, monniken en zusters in de Middeleeuwen uit te komen. Beda voltooide zijn studie in 731, vier jaar voor zijn dood. Tot op zijn sterfbed was hij actief, zij het dat hij op een gegeven moment het schrijven aan een assistent overliet. Aandoenlijk zijn zijn laatste woorden. Tijdens de vertaling van het Johannesevangelie merkte Beda's hulpje op dat er nog altijd een bepaalde zin onbewerkt was gebleven. Waarop Beda aandrong om die zin maar snel op te schrijven. ,,Kijk, nu staat-ie er'', antwoordde de jongen. Beda antwoordde: ,,Je hebt het goed gezegd. Het werk is volbracht.'' Hoe simpel Beda had geleefd, bleek toen de overige monniken zijn bezittingen moesten verdelen. Een paar zakdoeken, een handjevol peperkorrels en wat wierook was alles.

Maar zijn studies, biografieën, hymnen, hebben de tijd aardig weten te trotseren. Penguin begon in 1955 met een nieuwe vertaling van de Ecclesiastical History en heeft haar sindsdien nog drie keer herzien en houdt het boek al vijftig jaar onverkort in productie.

Het is niet zeker of Beda ooit een blik heeft geslagen op de Lisdisfarne Gospels, we mogen aannemen van wel. Jarrow ligt wel zo'n honderd km te zuiden van Lisdisfarne, maar er was zeker uitwisseling van kennis en inzichten tussen de kloosters. De voltooiing van de vier evangeliën, op 20 maart 689, de elfde sterfdag van Cuthbert, was een eerbetoon aan de bisschop.

Voor het werk moesten wel 130 kalfjes voor hun velletje het leven laten. Elk kalfsvel diende voor twee pagina's perkament die gemakkelijk inkt en verf konden opnemen. Samensteller broeder Eadfrith koos alleen de meest delicate verfsoorten, zoals het toen al bekende ultramarijn op basis van lapis lazuli, een gesteente dat toen uit de Himalaya moet zijn gekomen. Voor een bepaald soort rood moest Eadfrith gedroogde insecteneitjes uit het gebied van de Middellandse Zee hebben. Voor groen goot hij gewoon azijn op koper. In hoeverre dit eigen vondsten zijn, is de vraag. Bekend is dat Eadfrith zich voor zijn manuscripten op de boekencollectie van het klooster van Jarrow heeft verlaten. Eadfrith bezocht Jarrow toen Beda daar al verscheidende jaren onderzoek deed. Deze was toen ongeveer 23 jaar oud en moet snel met Eadfrith bevriend zijn geraakt, want aan hem droeg Beda de Cuthbert-biografie op.

Eadfrith maakte van het schrijven en verluchten van de vier boeken zijn levenswerk. Toen hij klaar was, werd hij als dank tot bisschop van Lindisfarne benoemd. Meer manuscripten heeft hij waarschijnlijk niet meer gemaakt. De originele evangeliën liggen tegenwoordig in de British Library in Londen, maar facsimile uitgaven liggen op het graf van Cuthbert in Durham en in de kerk op Lindisfarne eiland - getuige van bewondering voor mensen wier goede werken anderhalf millennium hebben doorstaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden